Posted by Rob Schram on 09/19 at 09:47 AM

Blog Rob Schram Rio na de Spelen op Platvorm VOER

In augustus 2016 keek de wereld naar de Olympische Spelen in Rio de Janeiro. Dé uitgelezen kans dus voor de stad om zich te profileren als moderne metropool en voor Brazilië om zich te presenteren als moderne natie. Het nieuws uit Brazilië werd in de aanloop naar de Spelen echter gedomineerd door de politieke en economische crisis, milieuvervuiling en geweld. Ook nieuws gerelateerd aan de Spelen, zoals bouwkundige staat van het Olympisch dorp en de gebrekkige infrastructuur, droegen niet bij aan de positieve beeldvorming.

Lees Rob's blog verder op de site van Platvorm VOER.

Deel deze pagina

Posted by Stefan van Vessem on 03/01 at 12:23 PM

Niet úw project, maar óns project

In het najaar 2015 schreef ik een blog op deze site over vergunningen en de nieuwe Omgevingswet. In dat blog tip ik aan dat het echt ondenkbaar is om straks onder de nieuwe Omgevingswet een bouwvergunning voor je aanbouw aan te vragen zonder eerst met de buren te overleggen. Ik ben van mening dat dat nu eigenlijk al niet anders is. Iedere collega-adviseur kan het beamen: om uw bedrijf uit te breiden of op te richten, zelfs om thuis een aanbouw aan uw huis te zetten, zijn er drie groepen die daaraan in meer of mindere mate invloed uitoefenen en bepalen of uw project een succes zal worden.

1. Uzelf als initiatiefnemer;
2. de overheid t.b.v. verlenen van toestemming;
3. uw leefomgeving.

In het 'klassieke' model staan deze drie partijen tegenover elkaar. De belangen zijn tegenstrijdig en de strategie klinkt veelal als 'laat vooral allemaal niet het achterste van je tong zien' als we met elkaar het gesprek aangaan.

Vreemd eigenlijk. Elke communicatieadviseur zal je voor gek verklaren. Nu is het natuurlijk menselijk dat iedere verandering per definitie met argusogen bekeken wordt, uit welk oogpunt ook bekeken. Toch is het de uitdaging om de belangen van een project breder te maken. Maak van de bovenstaande drie groepen je projectteam en betrek ze in je besluitvorming. Daarmee creëer je draagkracht en begrip. Natuurlijk hebben we daarbij allemaal andere belangen, maar het merendeel van de projecten waar ik mee te maken heb hebben tot doel om de leefomgeving te verbeteren of te veranderen. Natuurlijk hebben industriële ontwikkelingen niet altijd het doel om de leefomgeving te verbeteren maar ook tot doel om bijvoorbeeld productiecapaciteit te vergroten. Toch hoeven dat soort ontwikkelingen niet automatisch te betekenen dat er sprake is van achteruitgang van de leefomgeving.

Onze vergunningprocedures en bestemmingsplannen zijn er namelijk niet voor niets. Daarmee wordt getoetst of een verandering daadwerkelijk wel acceptabel is (en niet tot verslechtering leidt). Het is alleen zaak om de drie groepen vroegtijdig te betrekken in je project. Als je dat doet, en zoveel als mogelijk rekening houdt met de wensen van alle drie dan doorloop je de procedures echt met een groter gemak en fors minder juridische rompslomp aan het eind van de procedure. Dat kan wel betekenen dat er wel eens een beetje gegeven moet worden in plaats van alleen genomen. Vergeet bij deze beslissingen niet dat het ook een prettig gegeven is als je straks je buurman nog gewoon een hand kunt geven.

Als vergunningenmanager heb ik te maken met verschillende projecten. Van een grote transformatieopgave in Zeeland tot een gerenommeerd verwerkingsbedrijf dat een efficiencyslag wil maken in de productie en alles daartussen. In alle situaties wil mijn opdrachtgever 'zo snel mogelijk de spreekwoordelijke schop in de grond'. Maar ja, je zit altijd met 'de 26 weken' van de vergunningprocedure of de nog langere aanpassing van het bestemmingsplan.

Kom ik weer terug op mijn eerdere uitleg 'maak je project breder door alle partijen vroegtijdig in je project te betrekken'. In procedureland kunnen we inspraakperioden (nog) niet verkorten. Onder de nieuwe Omgevingswet kan dat anders worden. Toch moet er altijd inspraak blijven want dat is een basis van onze democratie. Maar de '26 weken' is een bevoegdheid en geen pertinente vaststaande looptijd. Betrekken van overheden, concepten vroegtijdig laten beoordelen en het SMART managen van belangen uit de omgeving dragen ertoe bij dat je niet alleen juridische rompslomp achteraf maar zelfs winst in de reguliere procedures kan behalen.

In het vakgebied van procedures op ruimtelijke ontwikkelingen lopen we met regelmaat tegen deze 'mogelijkheden' aan. Het lukt zeker ook niet altijd. Maar er zijn wel mogelijkheden en negen van de tien overheden staan daar volledig voor open. Als u dan vervolgens openstaat voor een positieve betrokkenheid van de omgeving en openheid van zaken is een positieve basis voor uw project gelegd. Correctie, ons project!

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 03/01 at 09:33 AM

Vernieuwd agrarisch natuurbeheer. Blog Eric van der Aa op Toets Online

Vol trots meldde het IPO op 23 februari dat “de twaalf provincies voor 2016 ruim 43,1 miljoen euro aan subsidie beschikbaar hebben gesteld voor het vernieuwde agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Veertig agrarische collectieven bestaande uit 6.630 deelnemende agrariërs gaan in 2016 totaal ruim 63.000 hectare natuur beheren. Rijk en provincies hebben in samenwerking met de betrokken partners een vernieuwd stelsel voor agrarisch natuurbeheer uitgewerkt, gebaseerd op ervaringen uit de agrarische natuurbeheerpraktijk. Dit moet een efficiëntere en effectievere uitvoering van het beheer opleveren: minder administratieve lasten en meer grutto’s.” Aldus het persbericht.

Lees de blog van Eric van der Aa op Toets online.

Deel deze pagina

Posted by Evert Stellingwerf on 01/18 at 09:27 AM

Leidt de Omgevingswet echt tot een gezonde en veilige leefomgeving?

De Omgevingswet krijgt vorm
Na goedkeuring en amendering van het wetsvoorstel Omgevingswet door de Tweede Kamer, krijgt de vernieuwing van het omgevingsrecht langzaam maar zeker vorm. Uiteraard moet de Eerste Kamer de wet ook nog goed keuren en zullen de AMvB’s de wet verder kleur geven, maar de formulering van het wetsvoorstel laat goed zien op welke grondslagen de wet is gebaseerd. Het laat zien hoe de bevoegdheden straks verdeeld zijn en welke instrumenten de overheden straks in kunnen zetten.

Meer van hetzelfde?
Duidelijk is dat de reikwijdte van de wet ruimer is dan wat we tot nu toe kennen in het fysieke domein. Ook onderwerpen als gezondheid, openbare orde en veiligheid zullen straks deel uitmaken van afwegingen in het kader van omgevingsvisies-, plannen- en -vergunningen.

Wat betreft het instrumentarium en de procedures komen veel bestaande zaken terug in een nieuw jasje. Algemene regels, de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning vormen samen een stelstel dat, net als nu, gericht is op de bescherming van en het sturen op omgevingskwaliteiten (zorgen dat er geen ‘onevenredige afbreuk’ aan wordt gedaan). De Omgevingswet voorziet nadrukkelijk in meer afwegingsruimte en flexibiliteit voor lokale overheden. Het stelsel wordt dus integraler en flexibeler, maar wordt de omgevingskwaliteit ook beter?

Vernieuwd is in elk geval het veel bredere toepassingsbereik van de programmatische aanpak. Anders dan de algemene regels en het omgevingsplan - die vooral verslechtering van de leefomgeving moeten voorkomen - kan een programmatische aanpak een proactief instrument zijn om de omgevingskwaliteit te verbeteren ten opzichte van de bestaande situatie.

Toepassingsbereik programmatische aanpak veel breder
We kennen de programmatische aanpak nu vooral op rijksniveau en in sectorale vorm. Naast het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, is afgelopen jaar de Programma Aanpak Stikstof in werking getreden. Daarnaast moet op basis van Europese regels voor stedelijke agglomeraties groter dan 250.000 inwoners een actieplan geluidhinder worden gemaakt. Naast deze sectorale programma’s kent de Crisis- en herstelwet (Chw) voor ontwikkelingsgebieden een gebiedsgerichte programmatische aanpak. De Chw heeft echter een beperkt toepassingsbereik.

Vernieuwend aan de programmatische aanpak in het wetsvoorstel Omgevingswet is dat het toepassingsbereik in principe alle omgevingswaarden en doelstellingen van de Omgevingswet omvat. Overigens bestaat er nog wel een juridisch onderscheid tussen een ‘gewoon’ programma en een programma met een programmatische aanpak. Een programma dat is vastgesteld door de overheid is alleen zelfbindend voor de overheid, terwijl een programma met programmatische aanpak kan functioneren als toetsingskader voor het verlenen van omgevingsvergunningen, het nemen van projectbesluiten of het vaststellen van omgevingsplannen (art. 3.15 lid 2 wetsvoorstel Omgevingswet).

Programma’s kunnen zowel sectoraal als gebiedsgericht van aard zijn. Voorbeelden van een lokale sectorale programmatische aanpak kunnen zijn: een actieplan geur of een actieplan externe veiligheid. Voorbeelden van een gebiedsgericht programma kunnen zijn een programmatische  aanpak landelijk gebied of een programmatische aanpak binnenstad.

De programmatische aanpak lijkt vooralsnog behoorlijk vormvrij, al kunnen in AMvB’s straks nog wel nadere regels worden neergelegd. In artikel 3.16 van het wetsvoorstel zijn de minimale eisen voor een programmatische aanpak opgenomen:
- een beschrijving van het gebied waarvoor het programma geldt;
- de periode waarop het programma betrekking heeft of de mate van doelbereik waarbij het programma eindigt;
- en de omgevingswaarden of de andere doelstellingen met het oog waarop het programma wordt vastgesteld.

Gericht op de grenswaarde of op de streefwaarde?
Interessant is natuurlijk de vraag welk ambitieniveau lokale overheden straks gaan hanteren voor hun omgevingswaarden. Gaan overheden akkoord met een wettelijke ondergrens, of stellen zij een eigen omgevingswaarde vast en gaan ze per gebied verschillende waarden hanteren? Dit ambitieniveau is bepalend voor de inzet van de programmatische aanpak. Wordt de programmatische aanpak straks gebruikt om schaarse milieuruimte te verdelen en net te voldoen aan de wettelijke grenswaarde of wordt het gebruikt om de leefomgeving mooier, gezonder en veiliger te maken?

Geen dode letter
Er zijn dus al verschillende voorbeelden van een programmatische aanpak, maar het is denkbaar dat er meer lokale varianten opduiken. Sterker nog, het zou best kunnen dat een programmatische aanpak straks wordt geëist door gemeenteraden of burgers. Dit volgt uit de formulering van artikel 3.10 van het wetsvoorstel: ‘Als aannemelijk is dat niet wordt voldaan of niet zal worden voldaan aan een omgevingswaarde, stelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar dat het geval is een programma vast, gericht op het voldoen aan die omgevingswaarde.’

Betekent dit dat een toename van de geluidsbelasting als gevolg van de autonome groei van het verkeer of het sluipenderwijs volbouwen van open ruimtes verleden tijd is? De tijd zal het leren. Feit is dat de programmatische aanpak vernieuwend kan zijn ten opzichte van het bestaande instrumentarium, dat grotendeels gericht is een geleidelijke ‘niet onevenredige’ afbreuk van omgevingswaarden. Laat de eerste pilots maar komen!

Evert Stellingwerf

Bronnen
Bij het schrijven van deze blog is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:
- De Omgevingswet, vastgesteld door de Tweede Kamer op 1 juli 2015
- https://www.stibbe.com/en/news/2014/october/aaldert-ten-veen-en-derek-sietses-de-programmatische-aanpak-in-de-omgevingswet-1
- Mr. M.N. Boeve en dr. mr. F.A.G. Groothuijse, Programmatische aanpak in de Omgevingswet: ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit?, Tijdschrift voor Omgevingsrecht, oktober 2014

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 01/15 at 09:30 AM

Soortbescherming nu en straks;  Eric van der Aa blogt voor Toets

Met de op 15 december door de Eerste Kamer aangenomen nieuwe Wet Natuurbescherming is het thema soortbescherming aanzienlijk gewijzigd. De lijst met beschermde soorten is namelijk ingrijpend aangepast. Deze wet zal per 1 juli a.s. van kracht zijn.

Lees de complete blog van Eric op de website van Toets.   

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 10/26 at 04:51 PM

Slimme huiskraaien! Blog van Eric van der Aa voor Toets online

Slimme huiskraaien...

Onlangs publiceerde NRC-next een boeiend artikel over het uitroeien van de huiskraaien. Deze soort verplaatst zich graag per schip (wellicht al eeuwen) en heeft vanuit zijn thuisbasis India vele kolonies gesticht in Afrikaanse en Aziatische havensteden. 
Lees het blog van Eric van der Aa, dat gepubliceerd is via Toets online

Deel deze pagina

Posted by Stefan van Vessem on 10/19 at 12:45 PM

De Omgevingswet, verbetering op gebied van vergunningen of oude wijn in nieuwe zakken?

De Omgevingswet, Verbetering op gebied van vergunningen of oude wijn in nieuwe zakken?
De Tweede Kamer heeft recent met grote meerderheid de nieuwe Omgevingswet aangenomen. De wet treedt naar verwachting in 2018 in werking. Wat betekent dit voor de huidige vergunningenstructuur? Meer algemene regels, minder (tegenstrijdige) wetgeving, één loket, minder onderzoeksverplichtingen en administratieve lasten voor overheid en bedrijf. Dat klinkt niet onbekend. Waar hebben we dat vaker gehoord? Inderdaad, in 2010 met de invoering van de Wabo.

Voeten in de klei!
Als adviseur sta ik met de ‘voeten in de klei’ en heb ik met mijn team vergunningenmanagement dagelijks te maken met vergunningprocedures op gebied van de omgevingsvergunningen, watervergunningen, ontgrondingen, verkeersbesluiten en diverse andere toestemmingsvereisten. Voor omvangrijke projecten betekenen al deze vergunningen met hun specifieke procedures het omduwen van paaltjes. Ieder omgeduwd paaltje is weer een verkregen toestemmingsvereiste die afgestreept kan worden en een stap dichterbij de realisatie van een project. Het moment van knallende kurken is bereikt na het omduwen van het laatste paaltje en het moment van de spreekwoordelijke schop in de grond. De invoering van de Wabo had daar al een verbeteringsslag in voorzien. In de praktijk bleek er helaas geen grote winst voor de vergunninghouders en -verleners ten opzichte van de situatie met de afzonderlijke vergunningen. De Wabo heeft hierin geen versnelling geboden. Initiatiefnemers kozen daarnaast massaal voor toepassing van deelvergunningen en niet de toepassing van de integrale procedure. De vele onderzoekverplichtingen die de Nederlandse zorgvuldigheid waarborgen, zorgen - nog steeds - voor complexe langdurige trajecten waarin veel expertises moeten worden afgestemd. Ook de komst van het Activiteitenbesluit droeg niet bij aan het verminderen van deze (veelal tijdrovende en kostbare) onderzoeksverplichtingen. Het Activiteitenbesluit voorzag wel een uniformering van een woud aan AMvB’s waar de onderlinge samenhang niet altijd even consistent was. Wat maakt de komende Omgevingswet daarin dan anders? Het is de bedoeling dat de trend naar het ‘ene pakket met regels’ met de Omgevingswet op een hoger niveau wordt gebracht. Meer standaardisatie, meer uniforme regelgeving en met het onderbrengen van milieu, water en natuur voor een deel wordt deze tendens versterkt.



Van inrichting naar activiteit en graag onderzoeken alleen waar nodig….
In de Omgevingswet wordt een groot aantal wetten deels of volledig ondergebracht. De vergunningplicht die daaruit voortvloeit krijgt een ander jasje... en een andere benadering. Regelgeving op gebied van vergunningen kent nu sterk de ‘nee, tenzij’ karakteristiek. Je mag als bedrijf of particulier niet bouwen, of geen bedrijf starten mits je voldoet aan een aantal voorschriften. In de nieuwe Omgevingswet wil de overheid inzetten op een ‘ja, mits’ karakter. Dus ja, je mag bouwen of een bedrijf starten mits je je inzet voor de verbetering van de leefomgeving…, en daar hebben we een aantal spelregels voor. Persoonlijk denk ik dat deze benadering een heel goede stap is! Daarnaast gaat de nieuwe Omgevingswet uit van het begrip ‘activiteit’ en minder van het begrip ‘inrichting’ (bedrijf). Een logische stap die meer in lijn ligt met de benadering van de Europese regels. Je vraagt straks als initiatiefnemer een vergunning aan voor uitsluitend die ene activiteit die vergunningplichtig is en niet een vergunning voor je bedrijf waarín je een vergunningplichtige activiteit hebt. Onder de Wabo is daarnaast sterk gestuurd op de ‘onlosmakelijke samenhang’, ofwel het feit dat je een omgevingsvergunning bouwen niet zonder een deelvergunning slopen of milieu kan aanvragen. Dat gaat helemaal veranderen. De initiatiefnemer zal bij de Omgevingswet zélf de verantwoordelijkheid hebben om deze deelvergunningen aan te vragen. Er ligt slechts een inspanningsverplichting tot informeren voor de overheid. Het is dus wel mogelijk een omgevingsvergunning bouwen aan te vragen zonder een deelvergunning voor milieu. Aan het ‘eind van de rit’ is het kader weinig anders doordat je niet je activiteit mag uitvoeren voordat je alle (deel)vergunningen in huis hebt. Toch kan dit planningstechnisch voordelen opleveren! Zo is het is niet meer noodzakelijk om bij het aanvragen van een omgevingsvergunning milieu vanwege de ‘onlosmakelijke samenhang’ ook voor het bouwen direct alle details bekend te hebben. Denk aan een constructieberekening, ventilatieberekening, daglichttoetreding of gedetailleerde bouwtekeningen. In het proces van projectvoering kan dat een grote winst zijn. Om te onderzoeken of de ja, mits systematiek beter werkt dan de bestaande nee, mits systematiek is een aantal voorbeeldprojecten uitgevoerd. Deze projecten laten zien dat het mogelijk is om met goede voorbereiding in enkele weken een procedure te doorlopen. Dat biedt kansen! Het blijkt wel dat het ‘alle neuzen dezelfde kant op’ principe hiervoor onontbeerlijk is. Goed vooroverleg met alle stakeholders is belangrijker dan ooit. Een nieuwe vergunning aanvragen zonder vooraf overleg gevoerd te hebben met je buren is bij een rechter straks niet meer uit te leggen. Een opmerkelijke verandering in procedureland is het verkorten van de inwerkingstredingstermijn van zes weken naar twee weken! Een maand tijdwinst is voor een gemiddeld project een forse stap!

Verlagen van de onderzoeklasten.
Het verminderen van de onderzoeksdruk is nog een uitdaging! Concreet is er nog geen oplossing aangedragen. Wel zijn er ideeën om de huidige onderzoeksdruk anders te organiseren. Verruimen van ‘geldigheidstermijnen’ geeft bijvoorbeeld mogelijkheden. Niet de standaard vijf jaar voor een bodemonderzoek of de drie jaar voor een ecologisch onderzoek stringent aanhouden, maar kijkend naar de strekking en inhoud van deze rapporten met daarbij de voorziene activiteiten in acht nemend. Bijvoorbeeld het gebruik maken van onderzoeksresultaten die bij de buren zijn uitgevoerd kan daarbij helpen. Onderzoeken uitsluitend voorschrijven waar dat noodzakelijk is voor de besluitvorming is een andere mogelijkheid tot winst. De sectorale onderzoeken geven echter bij de realisatie van plannen en projecten de nodige zekerheid over de inpasbaarheid. In de jurisprudentie wordt nog steeds veel waarde gehecht aan deze onderzoeken die de inhoudelijke inpasbaarheid van een initiatief zorgvuldig onderbouwen. Ik lees in de nieuwe Omgevingswet en de stukken daaromheen verschenen nog geen enorm vernieuwende aanpak hiervoor (een andere aanpak dan nu in de Wabo).

Oude wijn?
Zal de Omgevingswet een daadwerkelijke verbetering voor onze vergunningen worden of is het een bestaand kader in een nieuw jasje, oude wijn in nieuwe zakken? De activiteitbenadering vraagt om kleinere sneller te realiseren vergunningen uitsluitend voor die activiteiten en niet meer voor volledige bedrijven. De voorbeeldprojecten om procedures te versnellen laten goede resultaten zien. Als we als stakeholders allemaal de neus dezelfde kant op steken en projecten aan de voorkant beter organiseren dan hebben we met kaderstellend Nederland een beter resultaat bereikt dan dat het geval was na de invoering van de Wabo. De ‘ja mits’ systematiek heeft dan het doel bereikt. Ook is er een beter ‘één pakket met regels’ en minder vergunningen. Daar is (her)ontwikkelend Nederland bij gebaat! Een maand structureel minder proceduretijd zoals nu is aangegeven is voor de voortgang van projecten ware winst. De uitvoeringsregelingen worden nu opgesteld. Laten we als Nederland daarmee niet het beoogde doel van de Omgevingswet uit het oog verliezen. We blijven paaltjes omduwen. Maar deze paaltjes lijken dichter bij elkaar te staan en soms tegen elkaar te leunen. Als we deze paaltjes sneller kunnen omduwen, of soms met twee of meer tegelijk, is van oude wijn dan geen sprake.

Deel deze pagina

Posted by Karin Markerink on 09/16 at 02:44 PM

Twee geslaagde laddermiddagen!

Een divers publiek (uit verschillende overheidslagen en uiteenlopende private sectoren), actieve discussies, duidelijke voorbeelden, topsprekers en met als output deelnemers die gewapend zijn tegen de ‘grilligheid’ van de ladder. Ja, we kijken terug op twee geslaagde laddermiddagen in Rotterdam en Amsterdam.

Om een tipje van de sluier op te lichten, leest u hier onze tips & tricks (of de ‘bottom line’ zoals Gijs Heutink het zo mooi verwoordde):
• de ladder is geen hype, maar gezond verstand;
• de ladder is geen blauwdruk, maar onderdeel van goede RO;
• onduidelijk of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (nSO)? Pas ladder naar analogie toe, in elk besluit;
• alleen te maken met concurrent? Let op relativiteit;
• de ladder (bijna) altijd reparabel in beroepsfase;
• houd steeds rekening met ontwikkelingen in de regio;
• onderbouw - zo mogelijk - de behoefte cijfermatig;
• stem regionaal af (en schrijf dat ook op!)

Voor het einde van dit jaar organiseren we gezamenlijk met Gijs Heutink Advocaten nóg een ladder-middag in het oosten van ons land. Houd onze website dus in de gaten!

Speciale dank aan Gijs Heutink en Anneke Franken.

En ook speciale dank aan de deelnemers die met hun deelname een vrijwillige bijdrage hebben geleverd aan twee speeltuinen in Amsterdam en Rotterdam. Zo worden onze steden nog mooier.

Karin Markerink & Geert Welten

Deel deze pagina

Posted by Karin Markerink on 07/01 at 08:33 AM

De PAS is er!

1 juli 2015 --- Vandaag treedt de Programmatische Aanpak Stikstof - de PAS - in werking.

Vanaf vandaag dus:
- minder stikstof
- ecologisch herstel, én
- versoepeling realisatie ontwikkelingen

Dat is natuurlijk wel erg gechargeerd, maar het ziet ernaar uit dat de PAS zeker een aantal van zijn doelstellingen waar kan maken. Naarmate ik me er verder in verdiep, hoe meer ik het ook ga geloven!

Wat inmiddels wel duidelijk is geworden, is dat die ‘versoepeling realisatie ontwikkelingen’ echt geldt voor besluitvorming op projectniveau. Mocht een Nbw-vergunning nodig zijn, dan is het niet meer nodig een uitgebreide passende beoordeling op te stellen, maar kan worden volstaan met een berekening via AERIUS en een verwijzing naar de passende beoordeling van de PAS. Dat scheelt een hoop werk! Ondernemers kunnen in sommige gevallen zelfs volstaan met een melding, in plaats van het hele Nbw-vergunningentraject te doorlopen. Een berekeningetje via AERIUS volstaat. Vergeet die melding niet, want dat is sinds vandaag ook direct strafbaar! Er moet natuurlijk wel iets tegenover staan…

Op planniveau echter gaat hetzelfde verhaal niet helemaal op. Gisteren spraken mijn collega Dirk Willems en ik in Noordwijk met een aantal gemeenten in de bollenregio over de PAS. Het werd opnieuw (pijnlijk) duidelijk dat activiteiten die effecten op Natura 2000 kunnen hebben, niet eenvoudig met een bestemmingsplan mogelijk kunnen worden gemaakt. Voor zover dat natuurlijk al kon. Natuurclubs komen de afgelopen jaren met steeds meer succes op voor het ‘welzijn’ van Natura 2000 en dat gebiedt gemeenten in sommige gevallen plannen volledig dicht te timmeren. Om nog een keer te chargeren: ‘er mag geen koe in het weiland bij, want die extra mest levert extra stikstofdepositie op’. Overigens is dit niet eens gechargeerd, met enige regelmaat zie ik vergelijkbare zienswijzen voorbij komen.

Hoe dan ook, de consequentie van de PAS is dat – nog meer dan voorheen - een strategische keuze nodig is voor de inzet van het ruimtelijke instrumentarium , als het gaat om activiteiten die én stikstofdepositie veroorzaken én strijdig zijn met het bestemmingsplan. Alhoewel het bestemmingsplan voor veel type ontwikkelingen vaak het aangewezen instrument is, lijkt dat het vanaf vandaag niet meer. Althans, niet als je in de buurt van Natura 2000 zit.

Meer weten over de PAS?

Op de website pas.natura2000.nl vind je de PAS, de verschillende gebiedsanalyses (waarin de ontwikkelingsruimte per gebied is beschreven) en meer: http://pas.natura2000.nl/

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 05/27 at 04:18 PM

Lees de blogs van Rho-collega Eric van der Aa voor Toets-Online via deze links

Effectenindicator zet ecologen wel degelijk op verkeerde been
Naar aanleiding van mijn artikel ‘Vergeet de effectenindicator’ in Toets 2014/2 heeft Mirjam Broekmeyer namens Alterra een reactie geschreven waarin wordt gepoogd mijn kritiek op de effectenindicator (E.I.) te weerleggen. Deze discussie over de kwaliteit van ecologische toetsingen en de rol van de E.I. daarin stel ik zeer op prijs. Op een aantal elementen in de reactie van Alterra wil ik graag reageren.

Niks mis met de Habitattoets
Volgens een recent Alterra-rapport kan de eenzijdige toetsing op nauw omschreven Natura 2000-instandhoudingsdoelen een juridische belemmering vormen voor duurzame gebiedsontwikkeling. Gesteld wordt dat in gebieden waar veel functies zoals natuur, landbouw, wonen, werken en vervoer een plek moeten (sic) krijgen, een exclusieve toetsing aan instandhoudingsdoelen tot suboptimale of zelfs contraproductieve uitkomsten leiden. Bij dit rapport wil ik een aantal kanttekeningen plaatsen.

Hoezo dalende achtergronddeposities?
In de veronderstelling dat er met de aanstaande PAS inmiddels achter­grond­de­po­si­ties voor 2014 beschikbaar zouden zijn, heb ik onlangs de Grootschalige Concen­tra­tie- en Depositiekaarten Nederland geraadpleegd. Achtergronddeposities voor 2014 bleken nog niet beschikbaar, maar raadpleging van de gemodelleerde waarden voor 2015 zou in ieder geval enig zicht moeten geven op de verwachte daling van de achtergronddeposities voor het komende jaar. De onderliggende RIVM-rapportage heeft immers hoge verwachtingen van de PAS-maatregelen in de landbouw en daaruit voortkomende depositiedalingen.

Safaritoerisme
Recent verschenen er in de landelijke pers berichten over safaritoerisme; verblijfstoerisme in en rond de Nederlandse topreservaten, zoals de Biesbosch en Oostvaardersplassen. In deze natuurgebieden kunnen hotels, lodges en safaritenten worden gerealiseerd waarin, net als in Afrika, tussen de dieren kan worden overnacht. Dit concept moet 80 miljoen per jaar opleveren, dat wordt teruggesluisd naar de natuur. Op die manier wordt de natuur minder afhankelijk van subsidies, zo is het idee.

Lees verder op Toets-Online

Deel deze pagina