Posted by Evert Stellingwerf on 01/18 at 09:27 AM

Leidt de Omgevingswet echt tot een gezonde en veilige leefomgeving?

De Omgevingswet krijgt vorm
Na goedkeuring en amendering van het wetsvoorstel Omgevingswet door de Tweede Kamer, krijgt de vernieuwing van het omgevingsrecht langzaam maar zeker vorm. Uiteraard moet de Eerste Kamer de wet ook nog goed keuren en zullen de AMvB’s de wet verder kleur geven, maar de formulering van het wetsvoorstel laat goed zien op welke grondslagen de wet is gebaseerd. Het laat zien hoe de bevoegdheden straks verdeeld zijn en welke instrumenten de overheden straks in kunnen zetten.

Meer van hetzelfde?
Duidelijk is dat de reikwijdte van de wet ruimer is dan wat we tot nu toe kennen in het fysieke domein. Ook onderwerpen als gezondheid, openbare orde en veiligheid zullen straks deel uitmaken van afwegingen in het kader van omgevingsvisies-, plannen- en -vergunningen.

Wat betreft het instrumentarium en de procedures komen veel bestaande zaken terug in een nieuw jasje. Algemene regels, de omgevingsvisie, het omgevingsplan en de omgevingsvergunning vormen samen een stelstel dat, net als nu, gericht is op de bescherming van en het sturen op omgevingskwaliteiten (zorgen dat er geen ‘onevenredige afbreuk’ aan wordt gedaan). De Omgevingswet voorziet nadrukkelijk in meer afwegingsruimte en flexibiliteit voor lokale overheden. Het stelsel wordt dus integraler en flexibeler, maar wordt de omgevingskwaliteit ook beter?

Vernieuwd is in elk geval het veel bredere toepassingsbereik van de programmatische aanpak. Anders dan de algemene regels en het omgevingsplan - die vooral verslechtering van de leefomgeving moeten voorkomen - kan een programmatische aanpak een proactief instrument zijn om de omgevingskwaliteit te verbeteren ten opzichte van de bestaande situatie.

Toepassingsbereik programmatische aanpak veel breder
We kennen de programmatische aanpak nu vooral op rijksniveau en in sectorale vorm. Naast het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit, is afgelopen jaar de Programma Aanpak Stikstof in werking getreden. Daarnaast moet op basis van Europese regels voor stedelijke agglomeraties groter dan 250.000 inwoners een actieplan geluidhinder worden gemaakt. Naast deze sectorale programma’s kent de Crisis- en herstelwet (Chw) voor ontwikkelingsgebieden een gebiedsgerichte programmatische aanpak. De Chw heeft echter een beperkt toepassingsbereik.

Vernieuwend aan de programmatische aanpak in het wetsvoorstel Omgevingswet is dat het toepassingsbereik in principe alle omgevingswaarden en doelstellingen van de Omgevingswet omvat. Overigens bestaat er nog wel een juridisch onderscheid tussen een ‘gewoon’ programma en een programma met een programmatische aanpak. Een programma dat is vastgesteld door de overheid is alleen zelfbindend voor de overheid, terwijl een programma met programmatische aanpak kan functioneren als toetsingskader voor het verlenen van omgevingsvergunningen, het nemen van projectbesluiten of het vaststellen van omgevingsplannen (art. 3.15 lid 2 wetsvoorstel Omgevingswet).

Programma’s kunnen zowel sectoraal als gebiedsgericht van aard zijn. Voorbeelden van een lokale sectorale programmatische aanpak kunnen zijn: een actieplan geur of een actieplan externe veiligheid. Voorbeelden van een gebiedsgericht programma kunnen zijn een programmatische  aanpak landelijk gebied of een programmatische aanpak binnenstad.

De programmatische aanpak lijkt vooralsnog behoorlijk vormvrij, al kunnen in AMvB’s straks nog wel nadere regels worden neergelegd. In artikel 3.16 van het wetsvoorstel zijn de minimale eisen voor een programmatische aanpak opgenomen:
- een beschrijving van het gebied waarvoor het programma geldt;
- de periode waarop het programma betrekking heeft of de mate van doelbereik waarbij het programma eindigt;
- en de omgevingswaarden of de andere doelstellingen met het oog waarop het programma wordt vastgesteld.

Gericht op de grenswaarde of op de streefwaarde?
Interessant is natuurlijk de vraag welk ambitieniveau lokale overheden straks gaan hanteren voor hun omgevingswaarden. Gaan overheden akkoord met een wettelijke ondergrens, of stellen zij een eigen omgevingswaarde vast en gaan ze per gebied verschillende waarden hanteren? Dit ambitieniveau is bepalend voor de inzet van de programmatische aanpak. Wordt de programmatische aanpak straks gebruikt om schaarse milieuruimte te verdelen en net te voldoen aan de wettelijke grenswaarde of wordt het gebruikt om de leefomgeving mooier, gezonder en veiliger te maken?

Geen dode letter
Er zijn dus al verschillende voorbeelden van een programmatische aanpak, maar het is denkbaar dat er meer lokale varianten opduiken. Sterker nog, het zou best kunnen dat een programmatische aanpak straks wordt geëist door gemeenteraden of burgers. Dit volgt uit de formulering van artikel 3.10 van het wetsvoorstel: ‘Als aannemelijk is dat niet wordt voldaan of niet zal worden voldaan aan een omgevingswaarde, stelt het college van burgemeester en wethouders van de gemeente waar dat het geval is een programma vast, gericht op het voldoen aan die omgevingswaarde.’

Betekent dit dat een toename van de geluidsbelasting als gevolg van de autonome groei van het verkeer of het sluipenderwijs volbouwen van open ruimtes verleden tijd is? De tijd zal het leren. Feit is dat de programmatische aanpak vernieuwend kan zijn ten opzichte van het bestaande instrumentarium, dat grotendeels gericht is een geleidelijke ‘niet onevenredige’ afbreuk van omgevingswaarden. Laat de eerste pilots maar komen!

Evert Stellingwerf

Bronnen
Bij het schrijven van deze blog is gebruik gemaakt van de volgende bronnen:
- De Omgevingswet, vastgesteld door de Tweede Kamer op 1 juli 2015
- https://www.stibbe.com/en/news/2014/october/aaldert-ten-veen-en-derek-sietses-de-programmatische-aanpak-in-de-omgevingswet-1
- Mr. M.N. Boeve en dr. mr. F.A.G. Groothuijse, Programmatische aanpak in de Omgevingswet: ruimte voor ontwikkeling, waarborgen voor kwaliteit?, Tijdschrift voor Omgevingsrecht, oktober 2014

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 01/15 at 09:30 AM

Soortbescherming nu en straks;  Eric van der Aa blogt voor Toets

Met de op 15 december door de Eerste Kamer aangenomen nieuwe Wet Natuurbescherming is het thema soortbescherming aanzienlijk gewijzigd. De lijst met beschermde soorten is namelijk ingrijpend aangepast. Deze wet zal per 1 juli a.s. van kracht zijn.

Lees de complete blog van Eric op de website van Toets.   

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 10/26 at 04:51 PM

Slimme huiskraaien! Blog van Eric van der Aa voor Toets online

Slimme huiskraaien...

Onlangs publiceerde NRC-next een boeiend artikel over het uitroeien van de huiskraaien. Deze soort verplaatst zich graag per schip (wellicht al eeuwen) en heeft vanuit zijn thuisbasis India vele kolonies gesticht in Afrikaanse en Aziatische havensteden. 
Lees het blog van Eric van der Aa, dat gepubliceerd is via Toets online

Deel deze pagina

Posted by Stefan van Vessem on 10/19 at 12:45 PM

De Omgevingswet, verbetering op gebied van vergunningen of oude wijn in nieuwe zakken?

De Omgevingswet, Verbetering op gebied van vergunningen of oude wijn in nieuwe zakken?
De Tweede Kamer heeft recent met grote meerderheid de nieuwe Omgevingswet aangenomen. De wet treedt naar verwachting in 2018 in werking. Wat betekent dit voor de huidige vergunningenstructuur? Meer algemene regels, minder (tegenstrijdige) wetgeving, één loket, minder onderzoeksverplichtingen en administratieve lasten voor overheid en bedrijf. Dat klinkt niet onbekend. Waar hebben we dat vaker gehoord? Inderdaad, in 2010 met de invoering van de Wabo.

Voeten in de klei!
Als adviseur sta ik met de ‘voeten in de klei’ en heb ik met mijn team vergunningenmanagement dagelijks te maken met vergunningprocedures op gebied van de omgevingsvergunningen, watervergunningen, ontgrondingen, verkeersbesluiten en diverse andere toestemmingsvereisten. Voor omvangrijke projecten betekenen al deze vergunningen met hun specifieke procedures het omduwen van paaltjes. Ieder omgeduwd paaltje is weer een verkregen toestemmingsvereiste die afgestreept kan worden en een stap dichterbij de realisatie van een project. Het moment van knallende kurken is bereikt na het omduwen van het laatste paaltje en het moment van de spreekwoordelijke schop in de grond. De invoering van de Wabo had daar al een verbeteringsslag in voorzien. In de praktijk bleek er helaas geen grote winst voor de vergunninghouders en -verleners ten opzichte van de situatie met de afzonderlijke vergunningen. De Wabo heeft hierin geen versnelling geboden. Initiatiefnemers kozen daarnaast massaal voor toepassing van deelvergunningen en niet de toepassing van de integrale procedure. De vele onderzoekverplichtingen die de Nederlandse zorgvuldigheid waarborgen, zorgen - nog steeds - voor complexe langdurige trajecten waarin veel expertises moeten worden afgestemd. Ook de komst van het Activiteitenbesluit droeg niet bij aan het verminderen van deze (veelal tijdrovende en kostbare) onderzoeksverplichtingen. Het Activiteitenbesluit voorzag wel een uniformering van een woud aan AMvB’s waar de onderlinge samenhang niet altijd even consistent was. Wat maakt de komende Omgevingswet daarin dan anders? Het is de bedoeling dat de trend naar het ‘ene pakket met regels’ met de Omgevingswet op een hoger niveau wordt gebracht. Meer standaardisatie, meer uniforme regelgeving en met het onderbrengen van milieu, water en natuur voor een deel wordt deze tendens versterkt.



Van inrichting naar activiteit en graag onderzoeken alleen waar nodig….
In de Omgevingswet wordt een groot aantal wetten deels of volledig ondergebracht. De vergunningplicht die daaruit voortvloeit krijgt een ander jasje... en een andere benadering. Regelgeving op gebied van vergunningen kent nu sterk de ‘nee, tenzij’ karakteristiek. Je mag als bedrijf of particulier niet bouwen, of geen bedrijf starten mits je voldoet aan een aantal voorschriften. In de nieuwe Omgevingswet wil de overheid inzetten op een ‘ja, mits’ karakter. Dus ja, je mag bouwen of een bedrijf starten mits je je inzet voor de verbetering van de leefomgeving…, en daar hebben we een aantal spelregels voor. Persoonlijk denk ik dat deze benadering een heel goede stap is! Daarnaast gaat de nieuwe Omgevingswet uit van het begrip ‘activiteit’ en minder van het begrip ‘inrichting’ (bedrijf). Een logische stap die meer in lijn ligt met de benadering van de Europese regels. Je vraagt straks als initiatiefnemer een vergunning aan voor uitsluitend die ene activiteit die vergunningplichtig is en niet een vergunning voor je bedrijf waarín je een vergunningplichtige activiteit hebt. Onder de Wabo is daarnaast sterk gestuurd op de ‘onlosmakelijke samenhang’, ofwel het feit dat je een omgevingsvergunning bouwen niet zonder een deelvergunning slopen of milieu kan aanvragen. Dat gaat helemaal veranderen. De initiatiefnemer zal bij de Omgevingswet zélf de verantwoordelijkheid hebben om deze deelvergunningen aan te vragen. Er ligt slechts een inspanningsverplichting tot informeren voor de overheid. Het is dus wel mogelijk een omgevingsvergunning bouwen aan te vragen zonder een deelvergunning voor milieu. Aan het ‘eind van de rit’ is het kader weinig anders doordat je niet je activiteit mag uitvoeren voordat je alle (deel)vergunningen in huis hebt. Toch kan dit planningstechnisch voordelen opleveren! Zo is het is niet meer noodzakelijk om bij het aanvragen van een omgevingsvergunning milieu vanwege de ‘onlosmakelijke samenhang’ ook voor het bouwen direct alle details bekend te hebben. Denk aan een constructieberekening, ventilatieberekening, daglichttoetreding of gedetailleerde bouwtekeningen. In het proces van projectvoering kan dat een grote winst zijn. Om te onderzoeken of de ja, mits systematiek beter werkt dan de bestaande nee, mits systematiek is een aantal voorbeeldprojecten uitgevoerd. Deze projecten laten zien dat het mogelijk is om met goede voorbereiding in enkele weken een procedure te doorlopen. Dat biedt kansen! Het blijkt wel dat het ‘alle neuzen dezelfde kant op’ principe hiervoor onontbeerlijk is. Goed vooroverleg met alle stakeholders is belangrijker dan ooit. Een nieuwe vergunning aanvragen zonder vooraf overleg gevoerd te hebben met je buren is bij een rechter straks niet meer uit te leggen. Een opmerkelijke verandering in procedureland is het verkorten van de inwerkingstredingstermijn van zes weken naar twee weken! Een maand tijdwinst is voor een gemiddeld project een forse stap!

Verlagen van de onderzoeklasten.
Het verminderen van de onderzoeksdruk is nog een uitdaging! Concreet is er nog geen oplossing aangedragen. Wel zijn er ideeën om de huidige onderzoeksdruk anders te organiseren. Verruimen van ‘geldigheidstermijnen’ geeft bijvoorbeeld mogelijkheden. Niet de standaard vijf jaar voor een bodemonderzoek of de drie jaar voor een ecologisch onderzoek stringent aanhouden, maar kijkend naar de strekking en inhoud van deze rapporten met daarbij de voorziene activiteiten in acht nemend. Bijvoorbeeld het gebruik maken van onderzoeksresultaten die bij de buren zijn uitgevoerd kan daarbij helpen. Onderzoeken uitsluitend voorschrijven waar dat noodzakelijk is voor de besluitvorming is een andere mogelijkheid tot winst. De sectorale onderzoeken geven echter bij de realisatie van plannen en projecten de nodige zekerheid over de inpasbaarheid. In de jurisprudentie wordt nog steeds veel waarde gehecht aan deze onderzoeken die de inhoudelijke inpasbaarheid van een initiatief zorgvuldig onderbouwen. Ik lees in de nieuwe Omgevingswet en de stukken daaromheen verschenen nog geen enorm vernieuwende aanpak hiervoor (een andere aanpak dan nu in de Wabo).

Oude wijn?
Zal de Omgevingswet een daadwerkelijke verbetering voor onze vergunningen worden of is het een bestaand kader in een nieuw jasje, oude wijn in nieuwe zakken? De activiteitbenadering vraagt om kleinere sneller te realiseren vergunningen uitsluitend voor die activiteiten en niet meer voor volledige bedrijven. De voorbeeldprojecten om procedures te versnellen laten goede resultaten zien. Als we als stakeholders allemaal de neus dezelfde kant op steken en projecten aan de voorkant beter organiseren dan hebben we met kaderstellend Nederland een beter resultaat bereikt dan dat het geval was na de invoering van de Wabo. De ‘ja mits’ systematiek heeft dan het doel bereikt. Ook is er een beter ‘één pakket met regels’ en minder vergunningen. Daar is (her)ontwikkelend Nederland bij gebaat! Een maand structureel minder proceduretijd zoals nu is aangegeven is voor de voortgang van projecten ware winst. De uitvoeringsregelingen worden nu opgesteld. Laten we als Nederland daarmee niet het beoogde doel van de Omgevingswet uit het oog verliezen. We blijven paaltjes omduwen. Maar deze paaltjes lijken dichter bij elkaar te staan en soms tegen elkaar te leunen. Als we deze paaltjes sneller kunnen omduwen, of soms met twee of meer tegelijk, is van oude wijn dan geen sprake.

Deel deze pagina

Posted by Karin Markerink on 09/16 at 02:44 PM

Twee geslaagde laddermiddagen!

Een divers publiek (uit verschillende overheidslagen en uiteenlopende private sectoren), actieve discussies, duidelijke voorbeelden, topsprekers en met als output deelnemers die gewapend zijn tegen de ‘grilligheid’ van de ladder. Ja, we kijken terug op twee geslaagde laddermiddagen in Rotterdam en Amsterdam.

Om een tipje van de sluier op te lichten, leest u hier onze tips & tricks (of de ‘bottom line’ zoals Gijs Heutink het zo mooi verwoordde):
• de ladder is geen hype, maar gezond verstand;
• de ladder is geen blauwdruk, maar onderdeel van goede RO;
• onduidelijk of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling (nSO)? Pas ladder naar analogie toe, in elk besluit;
• alleen te maken met concurrent? Let op relativiteit;
• de ladder (bijna) altijd reparabel in beroepsfase;
• houd steeds rekening met ontwikkelingen in de regio;
• onderbouw - zo mogelijk - de behoefte cijfermatig;
• stem regionaal af (en schrijf dat ook op!)

Voor het einde van dit jaar organiseren we gezamenlijk met Gijs Heutink Advocaten nóg een ladder-middag in het oosten van ons land. Houd onze website dus in de gaten!

Speciale dank aan Gijs Heutink en Anneke Franken.

En ook speciale dank aan de deelnemers die met hun deelname een vrijwillige bijdrage hebben geleverd aan twee speeltuinen in Amsterdam en Rotterdam. Zo worden onze steden nog mooier.

Karin Markerink & Geert Welten

Deel deze pagina

Posted by Karin Markerink on 07/01 at 08:33 AM

De PAS is er!

1 juli 2015 --- Vandaag treedt de Programmatische Aanpak Stikstof - de PAS - in werking.

Vanaf vandaag dus:
- minder stikstof
- ecologisch herstel, én
- versoepeling realisatie ontwikkelingen

Dat is natuurlijk wel erg gechargeerd, maar het ziet ernaar uit dat de PAS zeker een aantal van zijn doelstellingen waar kan maken. Naarmate ik me er verder in verdiep, hoe meer ik het ook ga geloven!

Wat inmiddels wel duidelijk is geworden, is dat die ‘versoepeling realisatie ontwikkelingen’ echt geldt voor besluitvorming op projectniveau. Mocht een Nbw-vergunning nodig zijn, dan is het niet meer nodig een uitgebreide passende beoordeling op te stellen, maar kan worden volstaan met een berekening via AERIUS en een verwijzing naar de passende beoordeling van de PAS. Dat scheelt een hoop werk! Ondernemers kunnen in sommige gevallen zelfs volstaan met een melding, in plaats van het hele Nbw-vergunningentraject te doorlopen. Een berekeningetje via AERIUS volstaat. Vergeet die melding niet, want dat is sinds vandaag ook direct strafbaar! Er moet natuurlijk wel iets tegenover staan…

Op planniveau echter gaat hetzelfde verhaal niet helemaal op. Gisteren spraken mijn collega Dirk Willems en ik in Noordwijk met een aantal gemeenten in de bollenregio over de PAS. Het werd opnieuw (pijnlijk) duidelijk dat activiteiten die effecten op Natura 2000 kunnen hebben, niet eenvoudig met een bestemmingsplan mogelijk kunnen worden gemaakt. Voor zover dat natuurlijk al kon. Natuurclubs komen de afgelopen jaren met steeds meer succes op voor het ‘welzijn’ van Natura 2000 en dat gebiedt gemeenten in sommige gevallen plannen volledig dicht te timmeren. Om nog een keer te chargeren: ‘er mag geen koe in het weiland bij, want die extra mest levert extra stikstofdepositie op’. Overigens is dit niet eens gechargeerd, met enige regelmaat zie ik vergelijkbare zienswijzen voorbij komen.

Hoe dan ook, de consequentie van de PAS is dat – nog meer dan voorheen - een strategische keuze nodig is voor de inzet van het ruimtelijke instrumentarium , als het gaat om activiteiten die én stikstofdepositie veroorzaken én strijdig zijn met het bestemmingsplan. Alhoewel het bestemmingsplan voor veel type ontwikkelingen vaak het aangewezen instrument is, lijkt dat het vanaf vandaag niet meer. Althans, niet als je in de buurt van Natura 2000 zit.

Meer weten over de PAS?

Op de website pas.natura2000.nl vind je de PAS, de verschillende gebiedsanalyses (waarin de ontwikkelingsruimte per gebied is beschreven) en meer: http://pas.natura2000.nl/

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 05/27 at 04:18 PM

Lees de blogs van Rho-collega Eric van der Aa voor Toets-Online via deze links

Effectenindicator zet ecologen wel degelijk op verkeerde been
Naar aanleiding van mijn artikel ‘Vergeet de effectenindicator’ in Toets 2014/2 heeft Mirjam Broekmeyer namens Alterra een reactie geschreven waarin wordt gepoogd mijn kritiek op de effectenindicator (E.I.) te weerleggen. Deze discussie over de kwaliteit van ecologische toetsingen en de rol van de E.I. daarin stel ik zeer op prijs. Op een aantal elementen in de reactie van Alterra wil ik graag reageren.

Niks mis met de Habitattoets
Volgens een recent Alterra-rapport kan de eenzijdige toetsing op nauw omschreven Natura 2000-instandhoudingsdoelen een juridische belemmering vormen voor duurzame gebiedsontwikkeling. Gesteld wordt dat in gebieden waar veel functies zoals natuur, landbouw, wonen, werken en vervoer een plek moeten (sic) krijgen, een exclusieve toetsing aan instandhoudingsdoelen tot suboptimale of zelfs contraproductieve uitkomsten leiden. Bij dit rapport wil ik een aantal kanttekeningen plaatsen.

Hoezo dalende achtergronddeposities?
In de veronderstelling dat er met de aanstaande PAS inmiddels achter­grond­de­po­si­ties voor 2014 beschikbaar zouden zijn, heb ik onlangs de Grootschalige Concen­tra­tie- en Depositiekaarten Nederland geraadpleegd. Achtergronddeposities voor 2014 bleken nog niet beschikbaar, maar raadpleging van de gemodelleerde waarden voor 2015 zou in ieder geval enig zicht moeten geven op de verwachte daling van de achtergronddeposities voor het komende jaar. De onderliggende RIVM-rapportage heeft immers hoge verwachtingen van de PAS-maatregelen in de landbouw en daaruit voortkomende depositiedalingen.

Safaritoerisme
Recent verschenen er in de landelijke pers berichten over safaritoerisme; verblijfstoerisme in en rond de Nederlandse topreservaten, zoals de Biesbosch en Oostvaardersplassen. In deze natuurgebieden kunnen hotels, lodges en safaritenten worden gerealiseerd waarin, net als in Afrika, tussen de dieren kan worden overnacht. Dit concept moet 80 miljoen per jaar opleveren, dat wordt teruggesluisd naar de natuur. Op die manier wordt de natuur minder afhankelijk van subsidies, zo is het idee.

Lees verder op Toets-Online

Deel deze pagina

Posted by Karin Markerink on 05/20 at 03:26 PM

Onregelmatigheden na vaststelling versus rechtszekerheid

Onregelmatigheden na vaststelling versus rechtszekerheid
Het is inmiddels duidelijk dat de Afdeling geen gevolgen verbindt aan onregelmatigheden na het moment van vaststelling van het bestemmingsplan. Dit geldt echter niet voor alle onregelmatigheden. In deze blog wordt besproken welke onregelmatigheden na vaststelling van het bestemmingsplan wél en welke onregelmatigheden geen actie vereisen, gelet op de huidige stand van jurisprudentie van de Afdeling.

Wel actie
Zodra een onregelmatigheid de rechtszekerheid aantast, zal de Afdeling wél gevolgen verbinden aan die onregelmatigheid. Een rechtsonzekere situatie houdt in dat – als gevolg van de onregelmatigheid - niet (voldoende) duidelijk is wat het geldende planologische regime is. Dit blijkt tot nu toe het geval als het raadsbesluit niet op correcte wijze in het bestemmingsplan is verwerkt, zoals dat op www.ruimtelijkeplannen.nl is gepubliceerd (1). Dit risico lijkt dus vooral aanwezig bij plannen die ten opzichte van het ontwerpplan gewijzigd worden vastgesteld. Alleen in die gevallen leidt het raadsbesluit immers tot wijzigingen van het plan ten opzichte van het ontwerp zoals dat al op ruimtelijkeplannen.nl heeft gestaan.

Overigens kan ik me ook voorstellen dat er – ongeacht of er sprake is van een gewijzigde vaststelling - per ongeluk een verkeerde versie van het plan op ruimtelijkeplannen.nl wordt gepubliceerd. Bijvoorbeeld een versie waarin bepaalde aanduidingen ontbreken, of een verouderde versie. De lijn van de Afdeling is voor dergelijke ‘onregelmatigheden’ naar mijn idee nog niet helemaal helder. Alhoewel m.i. in dergelijke gevallen zeker sprake kan zijn van een rechtsonzekere situatie, lijkt de Afdeling hier niet altijd zo over te denken (2). De argumenten van de tegenpartij spelen hier waarschijnlijk mogelijk ook een rol in de wijze waarop de Afdeling hiermee omgaat.

Indien een rechtsonzekere situatie zich voordoet, doet u er verstandig aan om dit tijdig te herstellen. Niet alleen om een vernietiging bij de Afdeling te voorkomen, maar vooral ook om de gebruikers van het plan (zowel burgers als ambtenaren) zekerheid te bieden. Om het gebrek  te repareren dient de juiste versie / de versie waarin het raadsbesluit correct is verwerkt alsnog op www.ruimtelijkeplannen.nl te worden geplaatst. Maar dat is niet het enige. U dient dit namelijk ook kenbaar te maken, door dit bijvoorbeeld in het lokale krantje te vermelden. Doet u dit laatste niet, dan is de Afdeling nog steeds van oordeel dat sprake is van een rechtsonzekere situatie (3).

Geen actie
Onregelmatigheden die tot dusverre niet tot vernietiging hebben geleid en dus geen actie vereisen, zijn:

  • - het eerder publiceren dan wettelijk toegestaan (denk aan de 6 weken na gewijzigde vaststelling op grond van artikel 3.8 lid 4 Wro) (4) ;
  • - nota van zienswijzen is niet op ruimtelijkeplannen.nl raadpleegbaar (5);
  • - het niet kunnen downloaden van regels en toelichting van ruimtelijkeplannen.nl (6)
  • - het achterwege laten van elektronische kennisgeving van het vaststellingsbesluit (7);
  • - onjuistheden in de kennisgeving, zoals het vermelden van een onjuiste beroepstermijn (8), het niet of gebrekkig benoemen op welke punten het plan is gewijzigd (9), het niet bereiken van alle belanghebbenden (10), het benoemen dat geen beroep tegen het besluit open staat (11);
  • - het op voorgeschreven wijze bekend maken van het vaststellingsbesluit (12). Maar let op, er lijken zich ook gevallen te kunnen voordoen waarin schending van deze wettelijke norm wel consequenties kan hebben;
  • - te late publicatie van het vaststellingsbesluit (13);
  • - het niet onverwijld aan GS toesturen van het gewijzigde vaststellingsbesluit (14);
  • - het plan heeft niet ter inzage gelegen op het gemeentehuis (15);
  • - er is geen afschrift (ex artikel 3:44 Awb) van het vaststellingsbesluit verstuurd (16);
  • - het plan is niet goed of niet volledig op www.ruimtelijkeplannen.nl raadpleegbaar (17); 
  • - het te laat inschakelen van een (zelfs niet onpartijdige) mediator (18);
  • - de stukken op de gemeentelijke website komen niet overeen met de stukken op www.ruimtelijkeplannen.nl (19).

Overigens kan het m.i. zeker wenselijk zijn om bepaalde zaken die in deze opsomming voorkomen wel te repareren. Ongeacht of de onregelmatigheid tot een risico in de procedure leidt.  Vanuit het belang van de digitale raadpleegbaarheid van plannen en het primaat van de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl, blijft het natuurlijk een groot goed de juiste (versies van) plannen via deze website beschikbaar te stellen.

  1.  1. ABRvS 24 juli 2013, zaaknummer 201201494/1/R4, ABRvS 1 april 2015, zaaknummer 201308566/1/R1.
  2.  2. ABRvS 13 augustus 2014, zaaknummer 201307682/1/R1.
  3.  3. ABRvS 1 april 2015, zaaknummer 201308566/1/R1.
  4.  4. ABRvS 26 juni 2013, zaaknummer 201207404/1/T1/R2, ABRvS 26 november 2014, zaaknummer 201306719/1/R3.
  5.  5. ABRvS 26 november 2014, zaaknummer 201306719/1/R3, ABRvS 12 maart 2014, zaaknummer 201308298/1/R6.
  6.  6. ABRvS 28 januari 2015, zaaknummer 201309501/1/R1.
  7.  7. ABRvS 3 juli 2013, zaaknummer 201101936/1/R1.
  8.  8. ABRvS 3 juli 2013,zakknummer  201101936/1/R1, ABRvS 4 februari 2015, zaaknummer 201401168/1/R2, ABRvS 18 juni 2014, zaaknummer 201308865/1/R4.
  9.  9. ABRvS 12 november 2014, 201306356/1/R3, ABRvS 18 juni 2014, zaaknummer 201308865/1/R4.
  10.  10. ABRvS 4 februari 2015, zaaknummer 201401168/1/R2.
  11.  11. ABRvS 3 juli 2013, zaaknummer 201101936/1/R1
  12.  12. ABRvS 10 september 2014, zaaknummer 201311364/1/R1.
  13.  13. ABRvs 20 augustus 2014, zaaknummer 201306769/1/R6, ABRvS 16 juli 2014, zaaknummer 201307379/1/R3.
  14.  14. ABRvS 13 augustus 2014, zaaknummer 201307682/1/R1.
  15.  15. ABRvS 30 juli 2014, zaaknummer 201402114/2/R4, ABRvS 11 juni 2014, zaaknummer 201304760/1/R1.
  16.  16. ABRvS 16 juli 2014, zaaknummer 201307379/1/R3, ABRvS 11 juni 2014, zaaknummer 201304760/1/R1.
  17.  17. ABRvS 25 september 2013, 201211915/1/R4, ABRvS 13 augustus 2014, zaaknummer 201307682/1/R1; ABRvS 17 augustus 2013, zaaknummer 201211694/1/R3.
  18.  18. ABRvS 9 april 2014, zaaknummer 201304760/4/R1.
  19.  19. ABRvS 12 maart 2014, zaaknummer 201308298/1/R6.

Deel deze pagina

Posted by Jan Kleefstra on 05/18 at 10:20 AM

Het sturen van ruimtelijke kwaliteit op agrarische bouwkavels

Raad van State stemt in met de wijze waarop in het bestemmingsplan Bûtengebiet en doarpen wordt gestuurd op ruimtelijke kwaliteit: een binnenplanse afwijking voor regulering van bij recht gegeven ontwikkelingsruimte bij agrarische bedrijven.**

In het door ons opgestelde bestemmingsplan Bûtengebiet en doarpen van de gemeente Leeuwarderadeel zijn bij recht bedrijfskavels toegekend aan agrarische bedrijven van maximaal 1,5 hectare. Om binnen die 1,5 hectare de ruimtelijke kwaliteit op een gedegen wijze te kunnen sturen, is geregeld dat een bedrijfsgebouw niet groter mag zijn dan 500 m². Grotere bedrijfsgebouwen zijn wel mogelijk, mits deze goed ruimtelijk en landschappelijk zijn ingepast.
Hiervoor is een afwijking opgenomen, als sturingsinstrument om te komen tot een goede ruimtelijke kwaliteit.

Belemmering voor bedrijfsvoering?
Tegen de afwijking was beroep aangetekend. In het beroep is aangevoerd dat deze beperking bij recht teveel belemmeringen met zich meebrengt voor een goede agrarische bedrijfsvoering en onnodig beperkend is. Er zijn voldoende instrumenten om tot een goede landschappelijke en ruimtelijke inpassing te komen van agrarische bedrijfspercelen. Gewezen is op het systeem van de ´Nije Pleats´ (nieuwe boerderij) van de provincie Friesland. De methode Nije Pleats is een werkwijze om lokaal maatwerk te faciliteren voor de uitbreiding van agrarische bedrijven en te komen tot ruimtelijke‐kwaliteitswinst en een beter ontwikkelingsperspectief voor de boer (website provincie Friesland).

Verweer gemeente
De methode ‘Nije Pleats’ is pas van toepassing op het moment dat bedrijfskavels een omvang krijgen groter dan 1,5 hectare. Binnen de 1,5 hectare krijgen agrariërs bij recht mogelijkheden om, onder beperkte maatvoeringseisen, naar eigen inzicht de bedrijfskavel in te richten. De gemeente is van mening dat de bedrijskavel zodanig fors is, dat inrichting daarvan eveneens grote invloed op de landschappelijke waarden en de waarden van de bestaande bebouwing op de bedrijfskavels kan hebben. Om die reden heeft de gemeente bij recht een maximum gesteld aan de omvang van bedrijfsgebouwen om vervolgens bij afwijking een forse ingreep op een goede wijze landschappelijk en ruimtelijk in te kunnen passen. Voor het instrument van de afwijking is gekozen, omdat die goede juridische waarborgen biedt en goed handhaafbaar is.

Standpunt Afdeling
De Afdeling accepteert de beperking bij recht en het toelaten van een verdere inrichting van de bedrijfskavel met forse bebouwing bij afwijking.

Gevolgen
Dit betekent dat het instrument van de binnenplanse afwijking als inrichtingsinstrument is geaccepteerd, omdat dit voor de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit noodzakelijk wordt geacht. Hiermee beschikt de praktijk over een Raad van State-proof instrument om de ruimtelijke kwaliteit op agrarische bouwkavels te sturen.

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij Jan Kleefstra, via 058 2562525.

** ABRvS 1 april 2015, zaaknummer 201309066/1/R4.

Deel deze pagina

Posted by Jan Kleefstra on 05/13 at 01:01 PM

Stikstofprobleem en bestemmingsplannen Buitengebied opgelost?

In de door ons opgestelde bestemmingsplannen voor de buitengebieden Noord en Zuid van de gemeente Delfzijl, heeft de gemeente er voor gekozen om een gebruiksregel op te nemen om te voorkomen dat als gevolg van een wijziging in de bestaande veestapel een toename plaatsvindt van stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. De Raad van State heeft deze gebruiksregel geaccepteerd**. De conclusie van de Raad van State is tweeledig:
1. het verbod op een toename van stikstofdepositie zorgt ervoor dat het plan geen significant negatieve effecten op Natura 2000 veroorzaakt;
2. de opname van dit verbod in een gebruiksregel is voldoende handhaafbaar en toepasbaar, want een gebruiksregel dient ter nadere uitleg van de bestemmingsomschrijving. Het verbod hoeft om die reden niet tevens in een bouwregels te worden opgenomen.

Geen toename Stikstofdepositie
De Afdeling concludeert dat de gebruiksregel op planniveau uitsluit dat de planologische ontwikkelingsruimte tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden kan leiden. Daarmee leiden de bestemmingsplannen niet tot een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de gebieden. Ook hebben de plannen geen significant verstorend effect op soorten waarvoor de Natura 2000 gebieden zijn aangewezen.

Het opnemen van een dergelijke gebruiksregel in (o.a.) buitengebied plannen zorgt er zodoende voor dat de uitvoerbaarheid van het plan in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 is geborgd. Alhoewel ook een dergelijke gebruiksregel natuurlijk niet de ultieme uitkomst biedt (de vraag is of een ultieme uitkomst mogelijk is, gelet op de jurisprudentie en de Nbwet), zorgt het er in ieder geval wel voor dat het bestemmingsplan overeind blijft.

Bouw- of gebruiksregel?
Onze stelling is dat een bouwregel inhoudelijk en principieel onjuist is en dat de gebruiksregel wel kan volstaan, ook bij een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen alleen. De gebruiksregel is namelijk een verfijning en nadere invulling van de bestemmingsomschrijving. Een omgevingsvergunning moet om die reden ook aan de gebruiksregel worden getoetst.
Een bouwverbod in de bouwregels voor veestallen is onjuist, in de eerste plaats vanwege de strijd met een goede ruimtelijke ordening. Het verbod om veestallen te bouwen verhoudt zich op geen enkele wijze met de uitgangspunten en de doelstellingen van het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan voor het buitengebied is immers veelal doorweven van het beleid om ruimte te bieden aan de landbouw. Juist om die reden worden aan de agrarische bedrijven veelal bouwkavels toegekend waarin de nodige ontwikkelingsruimte wordt geboden.
In de tweede plaats zien de bouwregels op de activiteit bouwen. Het bouwen van bouwwerken leidt niet tot een toename van emissie. Pas het in gebruik nemen van een bouwwerk voor het stallen van vee leidt tot toename van emissie. Het verbieden van het bouwen van een gebouw om toename van emissie tegen te gaan, is om die reden principieel onjuist. Het vervolgens verbieden van alleen veestallen  heeft met het gebruik van de gebouwen te maken en niet met de activiteit bouwen.

De Afdeling onderstreept de betekenis van de gebruiksregel als nadere invulling van de bestemming. De gebruiksregel kan concrete uitleg geven van het gebruik dat met de bestemming in overeenstemming is. De Afdeling concludeert om die reden dat een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen ook aan de gebruiksregel moet worden getoetst, omdat een aanvraag niet in strijd mag zijn met de bestemming. De functie van de gebruiksregel in relatie tot de nadere invulling van de bestemming is daarmee erkend. Daarnaast stelt de Afdeling vast dat de regel voldoende handhaafbaar en toepasbaar is om te gebruiken, mocht er wel sprake zijn van een toename van de veestapel zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning nodig is of in geval die wel wordt verleend omdat het beoogd gebruik niet in strijd is met de bestemming.

**ABRvS 6 mei 2015, zaaknummer 201307326/1/R4 en 201307331/1/R4.

Deel deze pagina