Posted by Karin Markerink on 07/01 at 08:33 AM

De PAS is er!

1 juli 2015 --- Vandaag treedt de Programmatische Aanpak Stikstof - de PAS - in werking.

Vanaf vandaag dus:
- minder stikstof
- ecologisch herstel, én
- versoepeling realisatie ontwikkelingen

Dat is natuurlijk wel erg gechargeerd, maar het ziet ernaar uit dat de PAS zeker een aantal van zijn doelstellingen waar kan maken. Naarmate ik me er verder in verdiep, hoe meer ik het ook ga geloven!

Wat inmiddels wel duidelijk is geworden, is dat die ‘versoepeling realisatie ontwikkelingen’ echt geldt voor besluitvorming op projectniveau. Mocht een Nbw-vergunning nodig zijn, dan is het niet meer nodig een uitgebreide passende beoordeling op te stellen, maar kan worden volstaan met een berekening via AERIUS en een verwijzing naar de passende beoordeling van de PAS. Dat scheelt een hoop werk! Ondernemers kunnen in sommige gevallen zelfs volstaan met een melding, in plaats van het hele Nbw-vergunningentraject te doorlopen. Een berekeningetje via AERIUS volstaat. Vergeet die melding niet, want dat is sinds vandaag ook direct strafbaar! Er moet natuurlijk wel iets tegenover staan…

Op planniveau echter gaat hetzelfde verhaal niet helemaal op. Gisteren spraken mijn collega Dirk Willems en ik in Noordwijk met een aantal gemeenten in de bollenregio over de PAS. Het werd opnieuw (pijnlijk) duidelijk dat activiteiten die effecten op Natura 2000 kunnen hebben, niet eenvoudig met een bestemmingsplan mogelijk kunnen worden gemaakt. Voor zover dat natuurlijk al kon. Natuurclubs komen de afgelopen jaren met steeds meer succes op voor het ‘welzijn’ van Natura 2000 en dat gebiedt gemeenten in sommige gevallen plannen volledig dicht te timmeren. Om nog een keer te chargeren: ‘er mag geen koe in het weiland bij, want die extra mest levert extra stikstofdepositie op’. Overigens is dit niet eens gechargeerd, met enige regelmaat zie ik vergelijkbare zienswijzen voorbij komen.

Hoe dan ook, de consequentie van de PAS is dat – nog meer dan voorheen - een strategische keuze nodig is voor de inzet van het ruimtelijke instrumentarium , als het gaat om activiteiten die én stikstofdepositie veroorzaken én strijdig zijn met het bestemmingsplan. Alhoewel het bestemmingsplan voor veel type ontwikkelingen vaak het aangewezen instrument is, lijkt dat het vanaf vandaag niet meer. Althans, niet als je in de buurt van Natura 2000 zit.

Meer weten over de PAS?

Op de website pas.natura2000.nl vind je de PAS, de verschillende gebiedsanalyses (waarin de ontwikkelingsruimte per gebied is beschreven) en meer: http://pas.natura2000.nl/

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 05/27 at 04:18 PM

Lees de blogs van Rho-collega Eric van der Aa voor Toets-Online via deze links

Effectenindicator zet ecologen wel degelijk op verkeerde been
Naar aanleiding van mijn artikel ‘Vergeet de effectenindicator’ in Toets 2014/2 heeft Mirjam Broekmeyer namens Alterra een reactie geschreven waarin wordt gepoogd mijn kritiek op de effectenindicator (E.I.) te weerleggen. Deze discussie over de kwaliteit van ecologische toetsingen en de rol van de E.I. daarin stel ik zeer op prijs. Op een aantal elementen in de reactie van Alterra wil ik graag reageren.

Niks mis met de Habitattoets
Volgens een recent Alterra-rapport kan de eenzijdige toetsing op nauw omschreven Natura 2000-instandhoudingsdoelen een juridische belemmering vormen voor duurzame gebiedsontwikkeling. Gesteld wordt dat in gebieden waar veel functies zoals natuur, landbouw, wonen, werken en vervoer een plek moeten (sic) krijgen, een exclusieve toetsing aan instandhoudingsdoelen tot suboptimale of zelfs contraproductieve uitkomsten leiden. Bij dit rapport wil ik een aantal kanttekeningen plaatsen.

Hoezo dalende achtergronddeposities?
In de veronderstelling dat er met de aanstaande PAS inmiddels achter­grond­de­po­si­ties voor 2014 beschikbaar zouden zijn, heb ik onlangs de Grootschalige Concen­tra­tie- en Depositiekaarten Nederland geraadpleegd. Achtergronddeposities voor 2014 bleken nog niet beschikbaar, maar raadpleging van de gemodelleerde waarden voor 2015 zou in ieder geval enig zicht moeten geven op de verwachte daling van de achtergronddeposities voor het komende jaar. De onderliggende RIVM-rapportage heeft immers hoge verwachtingen van de PAS-maatregelen in de landbouw en daaruit voortkomende depositiedalingen.

Safaritoerisme
Recent verschenen er in de landelijke pers berichten over safaritoerisme; verblijfstoerisme in en rond de Nederlandse topreservaten, zoals de Biesbosch en Oostvaardersplassen. In deze natuurgebieden kunnen hotels, lodges en safaritenten worden gerealiseerd waarin, net als in Afrika, tussen de dieren kan worden overnacht. Dit concept moet 80 miljoen per jaar opleveren, dat wordt teruggesluisd naar de natuur. Op die manier wordt de natuur minder afhankelijk van subsidies, zo is het idee.

Lees verder op Toets-Online

Deel deze pagina

Posted by Karin Markerink on 05/20 at 03:26 PM

Onregelmatigheden na vaststelling versus rechtszekerheid

Onregelmatigheden na vaststelling versus rechtszekerheid
Het is inmiddels duidelijk dat de Afdeling geen gevolgen verbindt aan onregelmatigheden na het moment van vaststelling van het bestemmingsplan. Dit geldt echter niet voor alle onregelmatigheden. In deze blog wordt besproken welke onregelmatigheden na vaststelling van het bestemmingsplan wél en welke onregelmatigheden geen actie vereisen, gelet op de huidige stand van jurisprudentie van de Afdeling.

Wel actie
Zodra een onregelmatigheid de rechtszekerheid aantast, zal de Afdeling wél gevolgen verbinden aan die onregelmatigheid. Een rechtsonzekere situatie houdt in dat – als gevolg van de onregelmatigheid - niet (voldoende) duidelijk is wat het geldende planologische regime is. Dit blijkt tot nu toe het geval als het raadsbesluit niet op correcte wijze in het bestemmingsplan is verwerkt, zoals dat op www.ruimtelijkeplannen.nl is gepubliceerd (1). Dit risico lijkt dus vooral aanwezig bij plannen die ten opzichte van het ontwerpplan gewijzigd worden vastgesteld. Alleen in die gevallen leidt het raadsbesluit immers tot wijzigingen van het plan ten opzichte van het ontwerp zoals dat al op ruimtelijkeplannen.nl heeft gestaan.

Overigens kan ik me ook voorstellen dat er – ongeacht of er sprake is van een gewijzigde vaststelling - per ongeluk een verkeerde versie van het plan op ruimtelijkeplannen.nl wordt gepubliceerd. Bijvoorbeeld een versie waarin bepaalde aanduidingen ontbreken, of een verouderde versie. De lijn van de Afdeling is voor dergelijke ‘onregelmatigheden’ naar mijn idee nog niet helemaal helder. Alhoewel m.i. in dergelijke gevallen zeker sprake kan zijn van een rechtsonzekere situatie, lijkt de Afdeling hier niet altijd zo over te denken (2). De argumenten van de tegenpartij spelen hier waarschijnlijk mogelijk ook een rol in de wijze waarop de Afdeling hiermee omgaat.

Indien een rechtsonzekere situatie zich voordoet, doet u er verstandig aan om dit tijdig te herstellen. Niet alleen om een vernietiging bij de Afdeling te voorkomen, maar vooral ook om de gebruikers van het plan (zowel burgers als ambtenaren) zekerheid te bieden. Om het gebrek  te repareren dient de juiste versie / de versie waarin het raadsbesluit correct is verwerkt alsnog op www.ruimtelijkeplannen.nl te worden geplaatst. Maar dat is niet het enige. U dient dit namelijk ook kenbaar te maken, door dit bijvoorbeeld in het lokale krantje te vermelden. Doet u dit laatste niet, dan is de Afdeling nog steeds van oordeel dat sprake is van een rechtsonzekere situatie (3).

Geen actie
Onregelmatigheden die tot dusverre niet tot vernietiging hebben geleid en dus geen actie vereisen, zijn:

  • - het eerder publiceren dan wettelijk toegestaan (denk aan de 6 weken na gewijzigde vaststelling op grond van artikel 3.8 lid 4 Wro) (4) ;
  • - nota van zienswijzen is niet op ruimtelijkeplannen.nl raadpleegbaar (5);
  • - het niet kunnen downloaden van regels en toelichting van ruimtelijkeplannen.nl (6)
  • - het achterwege laten van elektronische kennisgeving van het vaststellingsbesluit (7);
  • - onjuistheden in de kennisgeving, zoals het vermelden van een onjuiste beroepstermijn (8), het niet of gebrekkig benoemen op welke punten het plan is gewijzigd (9), het niet bereiken van alle belanghebbenden (10), het benoemen dat geen beroep tegen het besluit open staat (11);
  • - het op voorgeschreven wijze bekend maken van het vaststellingsbesluit (12). Maar let op, er lijken zich ook gevallen te kunnen voordoen waarin schending van deze wettelijke norm wel consequenties kan hebben;
  • - te late publicatie van het vaststellingsbesluit (13);
  • - het niet onverwijld aan GS toesturen van het gewijzigde vaststellingsbesluit (14);
  • - het plan heeft niet ter inzage gelegen op het gemeentehuis (15);
  • - er is geen afschrift (ex artikel 3:44 Awb) van het vaststellingsbesluit verstuurd (16);
  • - het plan is niet goed of niet volledig op www.ruimtelijkeplannen.nl raadpleegbaar (17); 
  • - het te laat inschakelen van een (zelfs niet onpartijdige) mediator (18);
  • - de stukken op de gemeentelijke website komen niet overeen met de stukken op www.ruimtelijkeplannen.nl (19).

Overigens kan het m.i. zeker wenselijk zijn om bepaalde zaken die in deze opsomming voorkomen wel te repareren. Ongeacht of de onregelmatigheid tot een risico in de procedure leidt.  Vanuit het belang van de digitale raadpleegbaarheid van plannen en het primaat van de landelijke website www.ruimtelijkeplannen.nl, blijft het natuurlijk een groot goed de juiste (versies van) plannen via deze website beschikbaar te stellen.

  1.  1. ABRvS 24 juli 2013, zaaknummer 201201494/1/R4, ABRvS 1 april 2015, zaaknummer 201308566/1/R1.
  2.  2. ABRvS 13 augustus 2014, zaaknummer 201307682/1/R1.
  3.  3. ABRvS 1 april 2015, zaaknummer 201308566/1/R1.
  4.  4. ABRvS 26 juni 2013, zaaknummer 201207404/1/T1/R2, ABRvS 26 november 2014, zaaknummer 201306719/1/R3.
  5.  5. ABRvS 26 november 2014, zaaknummer 201306719/1/R3, ABRvS 12 maart 2014, zaaknummer 201308298/1/R6.
  6.  6. ABRvS 28 januari 2015, zaaknummer 201309501/1/R1.
  7.  7. ABRvS 3 juli 2013, zaaknummer 201101936/1/R1.
  8.  8. ABRvS 3 juli 2013,zakknummer  201101936/1/R1, ABRvS 4 februari 2015, zaaknummer 201401168/1/R2, ABRvS 18 juni 2014, zaaknummer 201308865/1/R4.
  9.  9. ABRvS 12 november 2014, 201306356/1/R3, ABRvS 18 juni 2014, zaaknummer 201308865/1/R4.
  10.  10. ABRvS 4 februari 2015, zaaknummer 201401168/1/R2.
  11.  11. ABRvS 3 juli 2013, zaaknummer 201101936/1/R1
  12.  12. ABRvS 10 september 2014, zaaknummer 201311364/1/R1.
  13.  13. ABRvs 20 augustus 2014, zaaknummer 201306769/1/R6, ABRvS 16 juli 2014, zaaknummer 201307379/1/R3.
  14.  14. ABRvS 13 augustus 2014, zaaknummer 201307682/1/R1.
  15.  15. ABRvS 30 juli 2014, zaaknummer 201402114/2/R4, ABRvS 11 juni 2014, zaaknummer 201304760/1/R1.
  16.  16. ABRvS 16 juli 2014, zaaknummer 201307379/1/R3, ABRvS 11 juni 2014, zaaknummer 201304760/1/R1.
  17.  17. ABRvS 25 september 2013, 201211915/1/R4, ABRvS 13 augustus 2014, zaaknummer 201307682/1/R1; ABRvS 17 augustus 2013, zaaknummer 201211694/1/R3.
  18.  18. ABRvS 9 april 2014, zaaknummer 201304760/4/R1.
  19.  19. ABRvS 12 maart 2014, zaaknummer 201308298/1/R6.

Deel deze pagina

Posted by Jan Kleefstra on 05/18 at 10:20 AM

Het sturen van ruimtelijke kwaliteit op agrarische bouwkavels

Raad van State stemt in met de wijze waarop in het bestemmingsplan Bûtengebiet en doarpen wordt gestuurd op ruimtelijke kwaliteit: een binnenplanse afwijking voor regulering van bij recht gegeven ontwikkelingsruimte bij agrarische bedrijven.**

In het door ons opgestelde bestemmingsplan Bûtengebiet en doarpen van de gemeente Leeuwarderadeel zijn bij recht bedrijfskavels toegekend aan agrarische bedrijven van maximaal 1,5 hectare. Om binnen die 1,5 hectare de ruimtelijke kwaliteit op een gedegen wijze te kunnen sturen, is geregeld dat een bedrijfsgebouw niet groter mag zijn dan 500 m². Grotere bedrijfsgebouwen zijn wel mogelijk, mits deze goed ruimtelijk en landschappelijk zijn ingepast.
Hiervoor is een afwijking opgenomen, als sturingsinstrument om te komen tot een goede ruimtelijke kwaliteit.

Belemmering voor bedrijfsvoering?
Tegen de afwijking was beroep aangetekend. In het beroep is aangevoerd dat deze beperking bij recht teveel belemmeringen met zich meebrengt voor een goede agrarische bedrijfsvoering en onnodig beperkend is. Er zijn voldoende instrumenten om tot een goede landschappelijke en ruimtelijke inpassing te komen van agrarische bedrijfspercelen. Gewezen is op het systeem van de ´Nije Pleats´ (nieuwe boerderij) van de provincie Friesland. De methode Nije Pleats is een werkwijze om lokaal maatwerk te faciliteren voor de uitbreiding van agrarische bedrijven en te komen tot ruimtelijke‐kwaliteitswinst en een beter ontwikkelingsperspectief voor de boer (website provincie Friesland).

Verweer gemeente
De methode ‘Nije Pleats’ is pas van toepassing op het moment dat bedrijfskavels een omvang krijgen groter dan 1,5 hectare. Binnen de 1,5 hectare krijgen agrariërs bij recht mogelijkheden om, onder beperkte maatvoeringseisen, naar eigen inzicht de bedrijfskavel in te richten. De gemeente is van mening dat de bedrijskavel zodanig fors is, dat inrichting daarvan eveneens grote invloed op de landschappelijke waarden en de waarden van de bestaande bebouwing op de bedrijfskavels kan hebben. Om die reden heeft de gemeente bij recht een maximum gesteld aan de omvang van bedrijfsgebouwen om vervolgens bij afwijking een forse ingreep op een goede wijze landschappelijk en ruimtelijk in te kunnen passen. Voor het instrument van de afwijking is gekozen, omdat die goede juridische waarborgen biedt en goed handhaafbaar is.

Standpunt Afdeling
De Afdeling accepteert de beperking bij recht en het toelaten van een verdere inrichting van de bedrijfskavel met forse bebouwing bij afwijking.

Gevolgen
Dit betekent dat het instrument van de binnenplanse afwijking als inrichtingsinstrument is geaccepteerd, omdat dit voor de landschappelijke en ruimtelijke kwaliteit noodzakelijk wordt geacht. Hiermee beschikt de praktijk over een Raad van State-proof instrument om de ruimtelijke kwaliteit op agrarische bouwkavels te sturen.

Voor meer informatie over dit onderwerp kunt u terecht bij Jan Kleefstra, via 058 2562525.

** ABRvS 1 april 2015, zaaknummer 201309066/1/R4.

Deel deze pagina

Posted by Jan Kleefstra on 05/13 at 01:01 PM

Stikstofprobleem en bestemmingsplannen Buitengebied opgelost?

In de door ons opgestelde bestemmingsplannen voor de buitengebieden Noord en Zuid van de gemeente Delfzijl, heeft de gemeente er voor gekozen om een gebruiksregel op te nemen om te voorkomen dat als gevolg van een wijziging in de bestaande veestapel een toename plaatsvindt van stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden. De Raad van State heeft deze gebruiksregel geaccepteerd**. De conclusie van de Raad van State is tweeledig:
1. het verbod op een toename van stikstofdepositie zorgt ervoor dat het plan geen significant negatieve effecten op Natura 2000 veroorzaakt;
2. de opname van dit verbod in een gebruiksregel is voldoende handhaafbaar en toepasbaar, want een gebruiksregel dient ter nadere uitleg van de bestemmingsomschrijving. Het verbod hoeft om die reden niet tevens in een bouwregels te worden opgenomen.

Geen toename Stikstofdepositie
De Afdeling concludeert dat de gebruiksregel op planniveau uitsluit dat de planologische ontwikkelingsruimte tot een toename van stikstofdepositie op Natura 2000 gebieden kan leiden. Daarmee leiden de bestemmingsplannen niet tot een verslechtering van de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de gebieden. Ook hebben de plannen geen significant verstorend effect op soorten waarvoor de Natura 2000 gebieden zijn aangewezen.

Het opnemen van een dergelijke gebruiksregel in (o.a.) buitengebied plannen zorgt er zodoende voor dat de uitvoerbaarheid van het plan in het kader van de Natuurbeschermingswet 1998 is geborgd. Alhoewel ook een dergelijke gebruiksregel natuurlijk niet de ultieme uitkomst biedt (de vraag is of een ultieme uitkomst mogelijk is, gelet op de jurisprudentie en de Nbwet), zorgt het er in ieder geval wel voor dat het bestemmingsplan overeind blijft.

Bouw- of gebruiksregel?
Onze stelling is dat een bouwregel inhoudelijk en principieel onjuist is en dat de gebruiksregel wel kan volstaan, ook bij een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen alleen. De gebruiksregel is namelijk een verfijning en nadere invulling van de bestemmingsomschrijving. Een omgevingsvergunning moet om die reden ook aan de gebruiksregel worden getoetst.
Een bouwverbod in de bouwregels voor veestallen is onjuist, in de eerste plaats vanwege de strijd met een goede ruimtelijke ordening. Het verbod om veestallen te bouwen verhoudt zich op geen enkele wijze met de uitgangspunten en de doelstellingen van het bestemmingsplan. Een bestemmingsplan voor het buitengebied is immers veelal doorweven van het beleid om ruimte te bieden aan de landbouw. Juist om die reden worden aan de agrarische bedrijven veelal bouwkavels toegekend waarin de nodige ontwikkelingsruimte wordt geboden.
In de tweede plaats zien de bouwregels op de activiteit bouwen. Het bouwen van bouwwerken leidt niet tot een toename van emissie. Pas het in gebruik nemen van een bouwwerk voor het stallen van vee leidt tot toename van emissie. Het verbieden van het bouwen van een gebouw om toename van emissie tegen te gaan, is om die reden principieel onjuist. Het vervolgens verbieden van alleen veestallen  heeft met het gebruik van de gebouwen te maken en niet met de activiteit bouwen.

De Afdeling onderstreept de betekenis van de gebruiksregel als nadere invulling van de bestemming. De gebruiksregel kan concrete uitleg geven van het gebruik dat met de bestemming in overeenstemming is. De Afdeling concludeert om die reden dat een aanvraag omgevingsvergunning voor de activiteit bouwen ook aan de gebruiksregel moet worden getoetst, omdat een aanvraag niet in strijd mag zijn met de bestemming. De functie van de gebruiksregel in relatie tot de nadere invulling van de bestemming is daarmee erkend. Daarnaast stelt de Afdeling vast dat de regel voldoende handhaafbaar en toepasbaar is om te gebruiken, mocht er wel sprake zijn van een toename van de veestapel zonder dat daarvoor een omgevingsvergunning nodig is of in geval die wel wordt verleend omdat het beoogd gebruik niet in strijd is met de bestemming.

**ABRvS 6 mei 2015, zaaknummer 201307326/1/R4 en 201307331/1/R4.

Deel deze pagina

Posted by Hans Damen on 05/01 at 10:57 AM

Pilot Chwet iets voor uw project? “Voorsorteren op de Omgevingswet” etaleert goede voorbeelden

Tevreden geluiden in de Rijtuigenloods in Amersfoort op 21 april. Het ministerie van IenM hield er een Praktijkfestival “Voorsorteren op de Omgevingswet”, een parade van vijf jaar ervaringen met Chwet-projecten waarmee wordt voorgesorteerd op de mogelijkheden die de Omgevingswet ‘straks’ biedt. Ook positieve klanken gehoord op de deelsessie waarin ik de pilot voor Veghel CHV Noordkade mocht presenteren. De kern: door niet te sturen op vooraf uitgewerkt functioneel programma maar op een aantal randvoorwaarden voor de omgeving krijg je en hou je de herontwikkeling van dit industrieel erfgoed in een stroomversnelling, maar borg je ook de belangen van de omgeving. Ook de pilots Breda en Alphen aan den Rijn waren interessant, praktisch en concreet.

Op het Praktijkfestival werd dus de oogst binnengehaald van ruim 5 jaar Crisis- en herstelwet (Chw). Diverse projecten hebben op grond van deze wet een bijzondere juridische status. De Chw maakt het onder meer mogelijk om tijdelijk van milieunormen of van wettelijke bepalingen af te wijken. Dat dit een interessante optie is blijkt uit het aantal van 100 Chw projecten, waaronder ook bijna 40 (39 om precies te zijn) pilot-omgevingsplannen. Dit zijn bestemmingsplannen die een bijzondere juridische regeling kennen, waardoor de gemeente al kan voorsorteren op de Omgevingswet.

In de deelsessie “Omgevingsplannen” mocht ik de pilot voor Veghel CHV Noordkade presenteren. Dit betreft de herontwikkeling van een bestaand historisch waardevol terrein van bedrijvencomplex naar een 2e centrum voor Veghel. Door zoals hiervoor al gezegd niet te sturen op een vooraf uitgewerkt functioneel programma dat van a tot z is onderzocht en onderbouwd, maar door samen randvoorwaarden voor de omgeving in prestatie-eisen vast te leggen. Hierdoor krijg je en hou je de herontwikkeling van dit industrieel erfgoed in een stroomversnelling, maar borg je ook de belangen van de omgeving. Om dit goed te regelen, maakt de pilot gebruik van een verruimde reikwijdte (ook milieuonderwerpen kunnen regelen), een verlengde planperiode en een verlichte uitvoerbaarheidstoets.

Inmiddels lopen er diverse pilots omgevingsplannen, sommige opgestart om voor een concreet project zoals Veghel CHV Noordkade   een betere oplossing te bereiken, andere met als doel deregulering en ontslakking voor de gehele gemeente. Ook het verruimen en globaliseren van regelingen als instrument om dynamiek te stimuleren is een goede reden voor een pilot. Dit zien we terug in zowel pilots buitengebied (Borsele) als stedelijk gebied (Oudewater). Ook de ‘verruimde reikwijdte’ die het mogelijk maakt om in het omgevingsplan bredere, integrale regels te stellen over bijvoorbeeld gezondheid, evenementen en ruimtelijke kwaliteit (beeldkwaliteit), is een reden an sich om aan een pilot te beginnen.

Of een pilot voor uw gemeente of uw project een goed idee is, kunt u onderzoeken door in een afwegingsnotitie de voor- en nadelen en randvoorwaarden in beeld te brengen. De eerstvolgende deadline om een pilotstatus aan te vragen is 1 oktober.
Wilt u eens sparren over dit onderwerp, van afwegingsnotitie tot Chw-plan? Neem dan contact op met Rho adviseurs, 010-2018649.

Deel deze pagina

Posted by Foekje Ankersmit on 04/15 at 01:46 PM

De Centrale As komt er!

Steeds meer is het zichtbaar. Bijna overal langs mijn route van huis naar werk zie ik werkzaamheden aan één van de grootste infrastructurele werken van Fryslân; de Centrale As. Overal langs de route liggen zandbulten, zijn tractoren, kranen en shovels aan het werk en lopen mannen in werkkleding en met helmen op. Bij Burgum lijkt dag en nacht gewerkt te worden aan het nieuwe aquaduct onder de Kromme Ee door.

Iedere ochtend en middag als ik naar het werk rijd zie ik de vorderingen aan de weg. Iedere dag ook kom ik situaties tegen op de weg waardoor het verlangen groter wordt naar het moment dat ik over de Centrale As naar het kantoor in Oenkerk kan rijden. Het gaat niet alleen reistijd en -geld schelen, maar voorkomt ook ergernissen over jakkeraars, door-rood-rijders en bumperklevers. 

Het is wat rustiger op het juridische vlak rond deze grote weg. En dat mocht ook wel een keer, want er is al veel gezegd en geschreven over dit prestigieuze project. We hebben het er vanuit Rho adviseurs erg druk mee gehad; inpassingsplan opstellen, overleggen, zienwijzen beantwoorden. Het hield maar niet op. 

Het juridische gedoe is voorbij, de Centrale As komt er. Helaas te laat voor mij en mijn collega's die vanuit de richting Drachten komen. Met een goede reden overigens; lang voordat (één van de deelgebieden van) de Centrale As afgerond is, verhuist onze noordelijke vestiging vanuit Stania State in Oentsjerk naar de Druifstreek 72 in Leeuwarden. En dan ligt de Centrale As ineens niet meer op de route. Jammer maar helaas. Ik had 'm graag dagelijks geprobeerd!

Deel deze pagina

Posted by Martijn Kegler on 04/04 at 08:57 PM

Met regels passie voor Groen erfgoed creëren!

Afgelopen donderdag mocht ik een presentatie geven over cultuurhistorische landschappen in bestemmingsplannen bij een Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Archeologie-bijeenkomst (ROMA) van het Steunpunt Archeologie en Monumenten Utrecht (STAMU). Bij de bijeenkomst werd met veel passie gesproken over groen erfgoed.
Vooral het verhaal “Plantertje groot, boompje dood” van Niels van den Berg van de gemeente Stichtse Vecht sprak aan. Niels maakt zich zorgen over de sluipende aantasting van ons nationale groene erfgoed. Niels benadrukte het belang van kennis over en ervaring met groenbeheer. Bij het onderhoud van groen erfgoed is gebiedskennis van groot belang en die dreigt steeds minder te worden bij gemeenten.

Tussen zulke gepassioneerde verhalen een mooie uitdaging om iets te mogen vertellen over cultuurhistorische landschappen en groen erfgoed in bestemmingsplannen. De provincie Utrecht had al eerder geconstateerd dat de gemeenten worstelden met de vertaling van de kwaliteitsgids Utrechtse landschappen naar bestemmingsplannen. Daarom hebben wij het voorbeeldenboek ‘Borging kernkwaliteiten Utrechtse Landschappen’ opgesteld. Ik heb in mijn presentatie voorbeelden gegeven hoe je kunt omgaan met (groen) erfgoed in bestemmingsplannen. Ondanks dat dit misschien droge kost lijkt begreep ik dat hierover nog veel nagepraat is, dus voor de aanwezigen een nuttig verhaal.

De passievolle verhalen over groen erfgoed toonden wat mij betreft aan dat alleen regels niet voldoende zijn. Regels moeten ervoor zorgen dat er geen erfgoed verdwijnt of aangetast wordt, maar dat een gesprek ontstaat over het erfgoed. Het gesprek moet gaan over hoe beheerd en onderhouden moet worden, over de waarde die het erfgoed kan hebben voor de kwaliteit van een ontwikkeling en over de (financiële) waarde die cultuurhistorische elementen in de omgeving kunnen hebben voor ondernemers en bewoners.

Mijn conclusie van de bijeenkomst: gebruik een bestemmingsplanproces en regels in het bestemmingsplan om bewoners en ondernemers het verhaal van de omgeving te vertellen, wat daarvan nog te zien is en ga in gesprek over de waarden! Wees met elkaar trots op de (groene) waarden van je omgeving! Op die manier kunnen regels de passie voor (groen) erfgoed vergroten.

  

Deel deze pagina

Posted by Marjanne den Boer on 03/20 at 02:46 PM

En daar zit je dan…

En daar zit je dan midden in een geschil tussen de gemeente en een agrarisch ondernemer. De ene kant van het verhaal wordt verteld op kantoor, in een vergaderkamer, waar de koffie wordt uitgeschonken in kopjes met het gemeentelijk logo. Foto’s van de mooiste plekjes van de gemeente en nieuwbouwplannen hangen aan de muur. Je voelt en ziet de betrokkenheid en de inzet om de gemeente nog mooier te maken.

De andere kant van het verhaal wordt verteld in een woning uit 1600, waar de geschiedenis af te lezen is aan oud Hollandse tegeltjes, waarvan er her en der wat ontbreken. De geur van de stal is meegenomen en de koffie wordt geschonken in oma’s servies. Handen konden niet worden geschud, want er had net een schaap gelammerd. Er is tijd voor mij, maar ik merk dat het werk ook gewoon doorgaat. Vader, zoon, oom, moeder,… de hele familie is betrokken bij het bedrijf en dat al voor vele jaren. Generaties, zelfs.

Waar de een vraagt om een uitbreiding van het bouwvlak, wil de ander graag onderzoek, onderbouwingen en inpassing. Waar de een strijd voor het behoud van het familiebedrijf, strijd de ander voor een aantrekkelijke leefomgeving. Belangen, maar zeker ook emoties, die door de ander niet zonder meer worden gedeeld.

Aan mij alleen de taak om een ruimtelijke onderbouwing op te stellen. Een eenvoudige, bijna routine klus. Of toch niet? Als adviseur van zowel gemeenten als ondernemers begrijp ik beide kanten goed. Ik zie de conflicterende belangen, maar ik zie bovenal ook de kansen om samen tot een oplossing te komen. Het gesprek open houden, emoties omzetten in feiten en begrip kweken voor elkaars belangen. Dat is de uitdaging van mijn werk, …mensenwerk en maatwerk!

Deel deze pagina

Posted by Derk-Jan Verhaak on 03/09 at 11:14 AM

Reuring in Baarle Nassau blijft niet onopgemerkt!

Al eerder berichtte ik over het eerste Debat van Baarle. De bewoners en de gemeente waren daar enthousiast over, maar zij waren niet de enige. Tijdens de Masterclass van de Pilots omgevingsvisie sprak plaatsvervangend directeur Eenvoudig Beter, Arjan Nijenhuis. Hij vertelde onder meer over het belang van participatie tijdens het proces van visievorming. Als reactie op een scepticus in de zaal die vond dat burgers alleen over scheef liggende stoeptegels en hondenpoep konden praten en niet over abstracte visies, wees hij op het debat van Baarle. Daar werd het tegendeel bewezen, aldus Nijenhuis. En bijval en bevestiging uit de Masterclass. Een van de pilothouders was ook aanwezig bij het Debat van Baarle, al overdreef hij in zijn enthousiasme wel een beetje voor wat betreft het aantal deelnemers. Ik heb de heer Nijenhuis gevraagd of hij aanwezig is bij de Masterclass voor de 2e ring op 8 april. We zullen dan verslag doen van het 2e Debat van Baarle, dat op 2 april gaat plaats vinden. Kortom, wordt vervolgd….

Deel deze pagina