PlanMER buitengebied Oisterwijk: balans tussen ontwikkelruimte en natuurbehoud

Zuid Nederland

tags: #natura2000 #planmer #buitengebied #milieueffectrapportage #stikstofdepositie #fijnstof #geurhinder #reactieveaanwijzing
Werken: PlanMER voor bestemmingsplan herziening Buitengebied 
Opdrachtgever: gemeente Oisterwijk
Advisering: PlanMER en aanvulling, diverse benodigde onderzoeken
Het planMER voor het Buitengebied Oisterwijk is het product van een intensief traject. Maar het resultaat mag er zijn: één van de eerste herzieningen Buitengebied waarin de provincie Verordening Ruimte 2014 is verwerkt, met de nodige gevolgen voor de voorwaarden waaronder veehouderijen kunnen uitbreiden. En het is het planMER voor het gerepareerde plan Buitengebied nadat onderdelen van het in 2011 vastgestelde plan door de ABRvS vernietigd waren. Met name de gevolgen voor de aanwezige Natura 2000-gebieden in en rond de gemeente Oisterwijk speelden een belangrijke rol in het planMER.

Het bestemmingsplan Buitengebied van Oisterwijk moest herzien worden: een reactieve aanwijzing van de provincie en een uitspraak van de ABRvS maakten correctie noodzakelijk. Met de herziening kon meteen een aantal onderdelen geactualiseerd worden en kon rekening gehouden worden met de provinciale Verordening Ruimte 2014 (VR 2014).

Vooral bouwmogelijkheden voor veehouderijen leiden tot verplichtingen op grond van het Besluit milieueffectrapportage. Bij een planMER worden milieuoverwegingen bij de voorbereiding van een bestemmingsplan geïntegreerd. In en aangrenzend aan het plangebied zijn Natura 2000-gebieden aanwezig. Met oog op zaken als stikstofdepositie en verdroging is daarom een passende beoordeling in het planMER opgenomen. 
Tevens is bekeken welke consequenties de voorwaarden uit de VR2014 die zijn gericht op fijnstof en geurhinder hebben voor de veehouderijen in de gemeente Oisterwijk.

Het planMER geeft inzicht in de milieugevolgen van de maximale ontwikkelingsmogelijkheden binnen het bestemmingsplan. Wanneer de ontwikkelruimte en flexibiliteit van het bestemmingsplan leiden tot ongewenste effecten op de omgeving, beschrijft het planMER maatregelen waarmee deze effecten kunnen worden voorkomen of beperkt.

Er bestaat een behoorlijk spanningsveld tussen enerzijds de agrarische belangen en het bieden van ontwikkelingsruimte en flexibiliteit aan agrariërs en anderzijds natuur- en milieubelangenbehartigers die, ondersteund door steeds scherpere jurisprudentie, kritisch meekijken. Daarom is veel tijd en aandacht gestoken in de uitwerking van een regeling waarmee enige ontwikkelruimte kan worden geboden aan agrarische ondernemers zonder significante effecten voor de omliggende Natura 2000-gebieden.

Na een aanvulling ontving het planMER een positief toetsingsadvies van de Commissie voor de m.e.r.

Voor informatie over planMER voor het buitengebied, belt of mailt u met Matthijs van der Meulen, 010 2018555. 
 
Deel deze pagina
‚Äč