Posted by Eric van der Aa on 03/01 at 09:33 AM

Vernieuwd agrarisch natuurbeheer. Blog Eric van der Aa op Toets Online

Vol trots meldde het IPO op 23 februari dat “de twaalf provincies voor 2016 ruim 43,1 miljoen euro aan subsidie beschikbaar hebben gesteld voor het vernieuwde agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Veertig agrarische collectieven bestaande uit 6.630 deelnemende agrariërs gaan in 2016 totaal ruim 63.000 hectare natuur beheren. Rijk en provincies hebben in samenwerking met de betrokken partners een vernieuwd stelsel voor agrarisch natuurbeheer uitgewerkt, gebaseerd op ervaringen uit de agrarische natuurbeheerpraktijk. Dit moet een efficiëntere en effectievere uitvoering van het beheer opleveren: minder administratieve lasten en meer grutto’s.” Aldus het persbericht.

Lees de blog van Eric van der Aa op Toets online.

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 01/15 at 09:30 AM

Soortbescherming nu en straks;  Eric van der Aa blogt voor Toets

Met de op 15 december door de Eerste Kamer aangenomen nieuwe Wet Natuurbescherming is het thema soortbescherming aanzienlijk gewijzigd. De lijst met beschermde soorten is namelijk ingrijpend aangepast. Deze wet zal per 1 juli a.s. van kracht zijn.

Lees de complete blog van Eric op de website van Toets.   

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 10/26 at 04:51 PM

Slimme huiskraaien! Blog van Eric van der Aa voor Toets online

Slimme huiskraaien...

Onlangs publiceerde NRC-next een boeiend artikel over het uitroeien van de huiskraaien. Deze soort verplaatst zich graag per schip (wellicht al eeuwen) en heeft vanuit zijn thuisbasis India vele kolonies gesticht in Afrikaanse en Aziatische havensteden. 
Lees het blog van Eric van der Aa, dat gepubliceerd is via Toets online

Deel deze pagina

Posted by Stefan van Vessem on 10/19 at 12:45 PM

De Omgevingswet, verbetering op gebied van vergunningen of oude wijn in nieuwe zakken?

De Omgevingswet, Verbetering op gebied van vergunningen of oude wijn in nieuwe zakken?
De Tweede Kamer heeft recent met grote meerderheid de nieuwe Omgevingswet aangenomen. De wet treedt naar verwachting in 2018 in werking. Wat betekent dit voor de huidige vergunningenstructuur? Meer algemene regels, minder (tegenstrijdige) wetgeving, één loket, minder onderzoeksverplichtingen en administratieve lasten voor overheid en bedrijf. Dat klinkt niet onbekend. Waar hebben we dat vaker gehoord? Inderdaad, in 2010 met de invoering van de Wabo.

Voeten in de klei!
Als adviseur sta ik met de ‘voeten in de klei’ en heb ik met mijn team vergunningenmanagement dagelijks te maken met vergunningprocedures op gebied van de omgevingsvergunningen, watervergunningen, ontgrondingen, verkeersbesluiten en diverse andere toestemmingsvereisten. Voor omvangrijke projecten betekenen al deze vergunningen met hun specifieke procedures het omduwen van paaltjes. Ieder omgeduwd paaltje is weer een verkregen toestemmingsvereiste die afgestreept kan worden en een stap dichterbij de realisatie van een project. Het moment van knallende kurken is bereikt na het omduwen van het laatste paaltje en het moment van de spreekwoordelijke schop in de grond. De invoering van de Wabo had daar al een verbeteringsslag in voorzien. In de praktijk bleek er helaas geen grote winst voor de vergunninghouders en -verleners ten opzichte van de situatie met de afzonderlijke vergunningen. De Wabo heeft hierin geen versnelling geboden. Initiatiefnemers kozen daarnaast massaal voor toepassing van deelvergunningen en niet de toepassing van de integrale procedure. De vele onderzoekverplichtingen die de Nederlandse zorgvuldigheid waarborgen, zorgen - nog steeds - voor complexe langdurige trajecten waarin veel expertises moeten worden afgestemd. Ook de komst van het Activiteitenbesluit droeg niet bij aan het verminderen van deze (veelal tijdrovende en kostbare) onderzoeksverplichtingen. Het Activiteitenbesluit voorzag wel een uniformering van een woud aan AMvB’s waar de onderlinge samenhang niet altijd even consistent was. Wat maakt de komende Omgevingswet daarin dan anders? Het is de bedoeling dat de trend naar het ‘ene pakket met regels’ met de Omgevingswet op een hoger niveau wordt gebracht. Meer standaardisatie, meer uniforme regelgeving en met het onderbrengen van milieu, water en natuur voor een deel wordt deze tendens versterkt.



Van inrichting naar activiteit en graag onderzoeken alleen waar nodig….
In de Omgevingswet wordt een groot aantal wetten deels of volledig ondergebracht. De vergunningplicht die daaruit voortvloeit krijgt een ander jasje... en een andere benadering. Regelgeving op gebied van vergunningen kent nu sterk de ‘nee, tenzij’ karakteristiek. Je mag als bedrijf of particulier niet bouwen, of geen bedrijf starten mits je voldoet aan een aantal voorschriften. In de nieuwe Omgevingswet wil de overheid inzetten op een ‘ja, mits’ karakter. Dus ja, je mag bouwen of een bedrijf starten mits je je inzet voor de verbetering van de leefomgeving…, en daar hebben we een aantal spelregels voor. Persoonlijk denk ik dat deze benadering een heel goede stap is! Daarnaast gaat de nieuwe Omgevingswet uit van het begrip ‘activiteit’ en minder van het begrip ‘inrichting’ (bedrijf). Een logische stap die meer in lijn ligt met de benadering van de Europese regels. Je vraagt straks als initiatiefnemer een vergunning aan voor uitsluitend die ene activiteit die vergunningplichtig is en niet een vergunning voor je bedrijf waarín je een vergunningplichtige activiteit hebt. Onder de Wabo is daarnaast sterk gestuurd op de ‘onlosmakelijke samenhang’, ofwel het feit dat je een omgevingsvergunning bouwen niet zonder een deelvergunning slopen of milieu kan aanvragen. Dat gaat helemaal veranderen. De initiatiefnemer zal bij de Omgevingswet zélf de verantwoordelijkheid hebben om deze deelvergunningen aan te vragen. Er ligt slechts een inspanningsverplichting tot informeren voor de overheid. Het is dus wel mogelijk een omgevingsvergunning bouwen aan te vragen zonder een deelvergunning voor milieu. Aan het ‘eind van de rit’ is het kader weinig anders doordat je niet je activiteit mag uitvoeren voordat je alle (deel)vergunningen in huis hebt. Toch kan dit planningstechnisch voordelen opleveren! Zo is het is niet meer noodzakelijk om bij het aanvragen van een omgevingsvergunning milieu vanwege de ‘onlosmakelijke samenhang’ ook voor het bouwen direct alle details bekend te hebben. Denk aan een constructieberekening, ventilatieberekening, daglichttoetreding of gedetailleerde bouwtekeningen. In het proces van projectvoering kan dat een grote winst zijn. Om te onderzoeken of de ja, mits systematiek beter werkt dan de bestaande nee, mits systematiek is een aantal voorbeeldprojecten uitgevoerd. Deze projecten laten zien dat het mogelijk is om met goede voorbereiding in enkele weken een procedure te doorlopen. Dat biedt kansen! Het blijkt wel dat het ‘alle neuzen dezelfde kant op’ principe hiervoor onontbeerlijk is. Goed vooroverleg met alle stakeholders is belangrijker dan ooit. Een nieuwe vergunning aanvragen zonder vooraf overleg gevoerd te hebben met je buren is bij een rechter straks niet meer uit te leggen. Een opmerkelijke verandering in procedureland is het verkorten van de inwerkingstredingstermijn van zes weken naar twee weken! Een maand tijdwinst is voor een gemiddeld project een forse stap!

Verlagen van de onderzoeklasten.
Het verminderen van de onderzoeksdruk is nog een uitdaging! Concreet is er nog geen oplossing aangedragen. Wel zijn er ideeën om de huidige onderzoeksdruk anders te organiseren. Verruimen van ‘geldigheidstermijnen’ geeft bijvoorbeeld mogelijkheden. Niet de standaard vijf jaar voor een bodemonderzoek of de drie jaar voor een ecologisch onderzoek stringent aanhouden, maar kijkend naar de strekking en inhoud van deze rapporten met daarbij de voorziene activiteiten in acht nemend. Bijvoorbeeld het gebruik maken van onderzoeksresultaten die bij de buren zijn uitgevoerd kan daarbij helpen. Onderzoeken uitsluitend voorschrijven waar dat noodzakelijk is voor de besluitvorming is een andere mogelijkheid tot winst. De sectorale onderzoeken geven echter bij de realisatie van plannen en projecten de nodige zekerheid over de inpasbaarheid. In de jurisprudentie wordt nog steeds veel waarde gehecht aan deze onderzoeken die de inhoudelijke inpasbaarheid van een initiatief zorgvuldig onderbouwen. Ik lees in de nieuwe Omgevingswet en de stukken daaromheen verschenen nog geen enorm vernieuwende aanpak hiervoor (een andere aanpak dan nu in de Wabo).

Oude wijn?
Zal de Omgevingswet een daadwerkelijke verbetering voor onze vergunningen worden of is het een bestaand kader in een nieuw jasje, oude wijn in nieuwe zakken? De activiteitbenadering vraagt om kleinere sneller te realiseren vergunningen uitsluitend voor die activiteiten en niet meer voor volledige bedrijven. De voorbeeldprojecten om procedures te versnellen laten goede resultaten zien. Als we als stakeholders allemaal de neus dezelfde kant op steken en projecten aan de voorkant beter organiseren dan hebben we met kaderstellend Nederland een beter resultaat bereikt dan dat het geval was na de invoering van de Wabo. De ‘ja mits’ systematiek heeft dan het doel bereikt. Ook is er een beter ‘één pakket met regels’ en minder vergunningen. Daar is (her)ontwikkelend Nederland bij gebaat! Een maand structureel minder proceduretijd zoals nu is aangegeven is voor de voortgang van projecten ware winst. De uitvoeringsregelingen worden nu opgesteld. Laten we als Nederland daarmee niet het beoogde doel van de Omgevingswet uit het oog verliezen. We blijven paaltjes omduwen. Maar deze paaltjes lijken dichter bij elkaar te staan en soms tegen elkaar te leunen. Als we deze paaltjes sneller kunnen omduwen, of soms met twee of meer tegelijk, is van oude wijn dan geen sprake.

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 05/27 at 04:18 PM

Lees de blogs van Rho-collega Eric van der Aa voor Toets-Online via deze links

Effectenindicator zet ecologen wel degelijk op verkeerde been
Naar aanleiding van mijn artikel ‘Vergeet de effectenindicator’ in Toets 2014/2 heeft Mirjam Broekmeyer namens Alterra een reactie geschreven waarin wordt gepoogd mijn kritiek op de effectenindicator (E.I.) te weerleggen. Deze discussie over de kwaliteit van ecologische toetsingen en de rol van de E.I. daarin stel ik zeer op prijs. Op een aantal elementen in de reactie van Alterra wil ik graag reageren.

Niks mis met de Habitattoets
Volgens een recent Alterra-rapport kan de eenzijdige toetsing op nauw omschreven Natura 2000-instandhoudingsdoelen een juridische belemmering vormen voor duurzame gebiedsontwikkeling. Gesteld wordt dat in gebieden waar veel functies zoals natuur, landbouw, wonen, werken en vervoer een plek moeten (sic) krijgen, een exclusieve toetsing aan instandhoudingsdoelen tot suboptimale of zelfs contraproductieve uitkomsten leiden. Bij dit rapport wil ik een aantal kanttekeningen plaatsen.

Hoezo dalende achtergronddeposities?
In de veronderstelling dat er met de aanstaande PAS inmiddels achter­grond­de­po­si­ties voor 2014 beschikbaar zouden zijn, heb ik onlangs de Grootschalige Concen­tra­tie- en Depositiekaarten Nederland geraadpleegd. Achtergronddeposities voor 2014 bleken nog niet beschikbaar, maar raadpleging van de gemodelleerde waarden voor 2015 zou in ieder geval enig zicht moeten geven op de verwachte daling van de achtergronddeposities voor het komende jaar. De onderliggende RIVM-rapportage heeft immers hoge verwachtingen van de PAS-maatregelen in de landbouw en daaruit voortkomende depositiedalingen.

Safaritoerisme
Recent verschenen er in de landelijke pers berichten over safaritoerisme; verblijfstoerisme in en rond de Nederlandse topreservaten, zoals de Biesbosch en Oostvaardersplassen. In deze natuurgebieden kunnen hotels, lodges en safaritenten worden gerealiseerd waarin, net als in Afrika, tussen de dieren kan worden overnacht. Dit concept moet 80 miljoen per jaar opleveren, dat wordt teruggesluisd naar de natuur. Op die manier wordt de natuur minder afhankelijk van subsidies, zo is het idee.

Lees verder op Toets-Online

Deel deze pagina