Posted by Marjanne den Boer on 03/20 at 02:46 PM

En daar zit je dan…

En daar zit je dan midden in een geschil tussen de gemeente en een agrarisch ondernemer. De ene kant van het verhaal wordt verteld op kantoor, in een vergaderkamer, waar de koffie wordt uitgeschonken in kopjes met het gemeentelijk logo. Foto’s van de mooiste plekjes van de gemeente en nieuwbouwplannen hangen aan de muur. Je voelt en ziet de betrokkenheid en de inzet om de gemeente nog mooier te maken.

De andere kant van het verhaal wordt verteld in een woning uit 1600, waar de geschiedenis af te lezen is aan oud Hollandse tegeltjes, waarvan er her en der wat ontbreken. De geur van de stal is meegenomen en de koffie wordt geschonken in oma’s servies. Handen konden niet worden geschud, want er had net een schaap gelammerd. Er is tijd voor mij, maar ik merk dat het werk ook gewoon doorgaat. Vader, zoon, oom, moeder,… de hele familie is betrokken bij het bedrijf en dat al voor vele jaren. Generaties, zelfs.

Waar de een vraagt om een uitbreiding van het bouwvlak, wil de ander graag onderzoek, onderbouwingen en inpassing. Waar de een strijd voor het behoud van het familiebedrijf, strijd de ander voor een aantrekkelijke leefomgeving. Belangen, maar zeker ook emoties, die door de ander niet zonder meer worden gedeeld.

Aan mij alleen de taak om een ruimtelijke onderbouwing op te stellen. Een eenvoudige, bijna routine klus. Of toch niet? Als adviseur van zowel gemeenten als ondernemers begrijp ik beide kanten goed. Ik zie de conflicterende belangen, maar ik zie bovenal ook de kansen om samen tot een oplossing te komen. Het gesprek open houden, emoties omzetten in feiten en begrip kweken voor elkaars belangen. Dat is de uitdaging van mijn werk, …mensenwerk en maatwerk!

Deel deze pagina

Posted by Derk-Jan Verhaak on 03/09 at 11:14 AM

Reuring in Baarle Nassau blijft niet onopgemerkt!

Al eerder berichtte ik over het eerste Debat van Baarle. De bewoners en de gemeente waren daar enthousiast over, maar zij waren niet de enige. Tijdens de Masterclass van de Pilots omgevingsvisie sprak plaatsvervangend directeur Eenvoudig Beter, Arjan Nijenhuis. Hij vertelde onder meer over het belang van participatie tijdens het proces van visievorming. Als reactie op een scepticus in de zaal die vond dat burgers alleen over scheef liggende stoeptegels en hondenpoep konden praten en niet over abstracte visies, wees hij op het debat van Baarle. Daar werd het tegendeel bewezen, aldus Nijenhuis. En bijval en bevestiging uit de Masterclass. Een van de pilothouders was ook aanwezig bij het Debat van Baarle, al overdreef hij in zijn enthousiasme wel een beetje voor wat betreft het aantal deelnemers. Ik heb de heer Nijenhuis gevraagd of hij aanwezig is bij de Masterclass voor de 2e ring op 8 april. We zullen dan verslag doen van het 2e Debat van Baarle, dat op 2 april gaat plaats vinden. Kortom, wordt vervolgd….

Deel deze pagina

Posted by Derk-Jan Verhaak on 03/04 at 10:51 AM

#02: Cultuurverandering, blog Derk-Jan Verhaak voor BNSP

De nieuwe omgevingswet schept verwachtingen. Zo leeft bij gemeenten de verwachting van meer beleidsvrijheid. Die verwachting staat in schril contrast met de verschillende Verordeningen Ruimte van provincies, die sterk sturen met vaak gedetailleerde beleidsregels. Is dit overdreven bemoeizucht of geeft de provincie het goede voorbeeld?

Lees verder op de website van de BNSP.

Deel deze pagina

Posted by Martijn Kegler on 02/27 at 02:17 PM

Met Boekel de uitdaging van het omgevingsplan Buitengebied aan!

Gisteren heeft de gemeenteraad van Boekel besloten om een pilot-omgevingsplan ter vervanging van het beoogde bestemmingsplan Buitengebied 2016 op te stellen. De gemeente vraagt hiervoor een pilotstatus aan bij het Ministerie van I&M op grond van de Crisis- en Herstelwet. Wij gaan de gemeente ondersteunen bij het opstellen van het omgevingsplan. Een mooie uitdaging!
Een uitdaging waarbij wij op zoek gaan naar de mogelijkheden die de Omgevingswet biedt. Een mooie uitdaging inderdaad, maar het vraagt ook nogal wat. Er is nog niet echt een voorbeeld voor een omgevingsplan Buitengebied, dus we moeten “het wiel” grotendeels gaan uitvinden.

Waarom een omgevingsplan?
De gemeente begint hier niet zomaar aan. Er zijn belangrijke inhoudelijke vraagstukken op basis waarvan de gemeente ervoor gekozen heeft om een omgevingsplan op te stellen.
Relevante vraagstukken die in het buitengebied van Boekel spelen zijn het versterken en verbeteren van de kwaliteit van het buitengebied, het vrijkomen van agrarische bebouwing, transformaties, bedrijfsbeëindiging en het meer maatschappelijk verantwoord maken van de veehouderij.

Bij het opstellen van de kaders voor het nieuwe bestemmingsplan is al geconstateerd dat de kenmerken van het instrument bestemmingsplan een knelpunt zijn bij het juridisch regelen van het gewenste beleid. Het betreft daarbij vooral de beperking van de reikwijdte tot een goede ruimtelijke ordening. De gemeenteraad van Boekel heeft specifiek aandacht gevraagd voor het thema gezondheid bij het opstellen van het bestemmingsplan. Pogingen om de gezondheidseffecten een adequate plek te geven in de bestemmingsplannen buitengebied zijn tot op heden gestrand bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State, omdat het aspect gezondheid buiten de reikwijdte van ‘een goede ruimtelijke ordening’ valt en de (op grond van de bestemmingsplanjurisprudentie noodzakelijke) objectieve criteria zoals afstandsmaten onvoldoende kunnen worden onderbouwd. Daarnaast wil de gemeente Boekel haar beleid uit Vitaal Buitengebied Boekel concreet vertalen in onder andere kwalitatieve regels voor nieuwe ontwikkeling, waarbij overbodig lange procedures deze ontwikkelingen niet frustreren. De bestaande procedures uit de Wro werken daarbij vaak vertragend en kostenverhogend. De gemeente wil deze energie en investering juist ten goede laten komen aan de daadwerkelijke kwaliteitsverbetering van het buitengebied en niet ten koste laten gaan aan ‘papieren tijgers’.

De omgevingswet en het “Boekels model” sluiten naadloos op elkaar aan
De gemeente Boekel pakt haar taken en de dienstverlening aan haar inwoners en bedrijven graag innovatief en met een no nonsens aanpak op. Het ‘Boekels model’ kenmerkt zich door dereguleren, praktisch en oplossingsgericht werken. Wat burgers en ondernemers zelf goed kunnen, laat de gemeente ook graag aan hen over. De gemeente heeft daarbij zeker ook ambities (zoals in het buitengebied ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit en gezondheid), maar dit betekent in Boekel niet dat de uitwerking en realisatie hiervan in het gemeentehuis moet plaatsvinden. De gemeente Boekel herkent veel van haar aanpak in de doelen van de Omgevingswet: ruimte geven voor ontwikkelen, maar wel kwaliteit waarborgen, loslaten, vertrouwen geven en verantwoordelijkheid leggen bij de burgers en ondernemers zelf en het bestuurlijk benutten van de lokale afwegingsruimte. De gemeente is daarom enthousiast over het aangrijpen van de actualisering van het bestemmingsplan Buitengebied om al aan de slag te gaan met de Omgevingswet en haar steentje bij te dragen aan de implementatie.
Aan de slag!

Nu het besluit door de raad genomen is kunnen we aan de slag met het omgevingsplan. Met onze kennis en innovatiekracht gaan wij de gemeente verder brengen.
Maar wij zijn ons met de gemeente is bewust dat het maken van een omgevingsplan niet louter een project voor de gemeentelijke organisatie is. De gemeente zal hier nadrukkelijk de ondernemers en burgers bij betrekken. De gemeenteraad is direct en via een door haar ingestelde werkgroep actief betrokken bij het project. Ook met de provincie Noord-Brabant zijn contacten gelegd op bestuurlijk en ambtelijk niveau, waaruit volgt dat de provincie positief staat ten opzichte van deze pilot.
We gaan dus zoveel mogelijk gebruik maken van kennis en energie van iedereen die bij Boekel betrokken is. Wordt vervolgd!

Deel deze pagina

Posted by Derk-Jan Verhaak on 02/19 at 03:06 PM

Reuring in Baarle-Nassau

Stelt u zich voor: voor een debat melden zich 57 mensen aan en er komen uiteindelijk ruim 90 personen op het debat af. Blijkbaar werkt de mond-op-mondreclame goed. Gevolg: de zaal blijkt te klein (ondanks een in allerijl ingezette extra ruimte) en het enthousiasme is groot. Niet zo vreemd dat de deelnemers elkaar niet altijd goed konden verstaan. Dus inderdaad, reuring!

Wat was er aan de hand?
De gemeente Baarle-Nassau is gestart met het opstellen van een omgevingsvisie. Dat doet ze niet zelf, de input komt van burgers, belangenorganisaties en initiatiefnemers uit Baarle-Nassau. De gemeente faciliteert dit door twee debatten te organiseren. Tijdens het eerste debat hebben de deelnemers aangegeven welke kwaliteiten het behouden waard zijn en aan welke knelpunten snel iets moet gebeuren. Ook is de aanwezigen gevraagd hieruit een identiteit te destilleren. In verschillende groepen is hierover gediscussieerd en de opbrengst is aan elkaar gepresenteerd.
De opbrengst van het eerste debat is terug te vinden op facebook

Een andere opbrengst was de reuring zelf. Met veel enthousiasme en inzet waren de aanwezigen aan de slag. De grote opkomst en de mogelijkheden van de accommodatie zijn een les voor het volgende debat. Maar een ding is zeker, deze energie moeten we vasthouden. Zo wordt de omgevingsvisie niet alleen een product voor en door de bewoners van Baarle Nassau, maar is de tijd rijp om ook de uitvoering gezamenlijk op te pakken. Laat dat nou precies passen bij de nieuwe werkwijze die de overheid met de omgevingswet nastreeft. Pilot omgevingsvisie bij voorbaat geslaagd, zou ik zeggen!

Deel deze pagina

Posted by Matthijs van der Meulen on 02/12 at 11:37 AM

Gemiste kans voor PAS in plannen buitengebied?

Van 10 januari t/m 20 februari ligt de ontwerp-programmatische aanpak stikstof (PAS) ter inzage. De doelstelling van de PAS is tweeledig. Een omvangrijk pakket aan maatregelen moet bijdragen aan het behalen van Natura 2000-doelen, maar ook een oplossing bieden voor de impasse die de afgelopen jaren is ontstaan rondom de verlening van Natuurbeschermingswetvergunningen. De PAS richt zich uitsluitend op ‘projecten’ en ‘handelingen’ en laat de bestemmingsplannen links liggen. Staatssecretaris Dijksma gaf in een eerder stadium in een brief aan de Tweede Kamer aan dat de PAS en de daarmee samenhangende wijziging van de Natuurbeschermingswet 1998 “naar verwachting geen belemmering voor bestemmingsplannen op zal leveren”. Zij voegt daar nog aan toe dat er “in formele zin met de PAS ten opzicht van de huidige situatie niets verandert voor de plantoets bij bestemmingsplannen”. Enerzijds is deze strikte scheiding tussen projecten/handelingen en plannen begrijpelijk, omdat daarmee wordt voorkomen dat stikstofdepositie als gevolg van benutte ontwikkelingsruimte dubbel wordt ingeboekt. Daarnaast is op het moment dat een bestemmingsplan wordt vastgesteld lang niet altijd sprake van een concreet initiatief dat als uitgangspunt voor de toetsing kan worden gehanteerd. Anderzijds is het een gemiste kans om in de PAS niet ook een module in te bouwen voor ruimtelijke plannen, omdat de stikstofproblematiek inmiddels ook een zware stempel drukt op de bestemmingsplannen.

De stikstofproblematiek binnen Natura 2000 is de afgelopen jaren veelvuldig ingezet in beroepsprocedures tegen bestemmingsplannen buitengebied. Dat heeft geleid tot een hele serie uitspraken van de Raad van State met in veel gevallen een volledige of gedeeltelijke vernietiging van de agrarische ontwikkelingsmogelijkheden. Het bieden van ontwikkelingsruimte en flexibiliteit in bestemmingsplannen buitengebied staat op gespannen voet met de eisen uit de Natuurbeschermingswet. Interessant gegeven is dat als gevolg van de huidige jurisprudentielijn is de toetsing aan de Natuurbeschermingswet in het kader van ruimtelijke plannen en de toetsing in het kader van concrete vergunningaanvragen steeds verder uit elkaar is gaan lopen. Zo kan in het ruimtelijk spoor en in het vergunningenspoor sprake zijn van verschillende referentiesituaties. Daarnaast kan een passende beoordeling voor het bestemmingsplan (vanwege het feit dat de effecten van alle bouwmogelijkheden cumulatief worden beoordeeld) leiden tot voorwaarden en maatregelen die veel verder gaan dan de eisen  die in het kader van de Nb-wetvergunning worden gesteld aan individuele bedrijven. Waar de PAS ruimte biedt om soepeler om te gaan met de vergunningverlening, wordt daardoor de spagaat tussen de strikte toetsing in het kader ruimtelijke plannen en de verruimde toetsing in het kader van Nb-wetvergunningen alleen maar groter. Dat vraagt bij concrete initiatieven om een doordachte keuze voor het in te zetten ruimtelijk instrumentarium en een goede koppeling tussen ruimtelijke procedure en vergunningaanvraag.

Voor de (herziening) van bestemmingsplannen buitengebied ligt dat wat lastiger. Ongetwijfeld zal worden geprobeerd om met creatieve regelingen een link te leggen met de PAS om binnenplans enige ontwikkelingsruimte te kunnen bieden aan de veehouderijsector. Als de huidige jurisprudentielijn wordt doorgezet hebben dergelijke probeersels weinig kans van slagen. Het gevolg is een wirwar aan regels en voorwaarden, extra ruimtelijke procedures en de daarmee samenhangende inspanningen en kosten, zonder dat de natuur daar uiteindelijk beter van wordt. Een andere ontwikkeling in de wet- en regelgeving, namelijk de nieuwe Omgevingswet, kan op dit punt mogelijk uitkomst bieden. Met de introductie van het omgevingsplan ontstaat in ieder geval een moment om de gespannen relatie tussen ruimtelijk plan, Natuurbeschermingswetvergunning en de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000 te heroverwegen. Een aantal van de pilots die op dit moment worden opgestart voor omgevingsplannen voor buitengebieden zullen de mogelijkheden en onmogelijkheden van het nieuwe instrumentarium in beeld moeten brengen.

Deel deze pagina

Posted by Abel Coenen on 12/08 at 01:07 PM

Let op! De grondslag voor stedenbouwkundige bepalingen in de Bouwverordening is vervallen!

Regel parkeren PER DIRECT in ALLE NIEUWE bestemmingsplannen!

29 november jl. is het wetsvoorstel Reparatiewet BZK 2014 in werking getreden. Dit heeft tot gevolg dat de grondslag in de Woningwet is verdwenen om stedenbouwkundige bepalingen in de Bouwverordening op te nemen.

Wat betekent dit voor bestemmingsplannen? Dit betekent dat voor plannen die vanaf 29 november 2014 zijn vastgesteld de stedenbouwkundige bepalingen uit de Bouwverordening geen aanvullende werking meer hebben. Dit betreft met name de bepalingen over het parkeren (en laden en lossen). Immers, bij elke bouwaanvraag kwam via de toetsing aan de Bouwverordening de vraag aan de orde of bij het bouwplan wel voldoende parkeergelegenheid wordt of kan worden gerealiseerd. Nu de grondslag aan deze bepalingen in de Bouwverordening is komen te vervallen, kan hier ook niet meer aan worden getoetst. Het overgangsrecht in het wetsvoorstel zorgt ervoor dat de betreffende bepalingen uit de Bouwverordening wel van toepassing blijven voor alle plannen vastgesteld vóór 29 november 2014 (zie artikel 133 lid 1 van de Woningwet. Voor gebieden waar geen bestemmingsplan meer geldt, kent de Woningwet afwijkend overgangsrecht. Voor die gebieden is het moment van inwerkingtreding van een nieuw bestemmingsplan de referentiedatum (artikel 133 lid 2 Woningwet) Reparatie achteraf van die plannen is dus niet nodig. Maar, voor alle plannen die vanaf 29 november 2014 worden vastgesteld of worden herzien  , geldt de Bouwverordening niet meer. Dit overgangsrecht wijkt dus af van het gebruikelijke overgangsrecht voor bestemmingsplannen, waarbij de terinzagelegging van het ontwerp de bepalende datum is.

Om het parkeren (en laden en lossen) ook bij bouwaanvragen op grond van plannen  die na 29 november 2014 zijn/worden vastgesteld een beoordelingscriterium te laten zijn, moeten deze aspecten een regeling in het bestemmingsplan krijgen. Met name voor plannen die al als ontwerp in procedure zijn, betekent dat nog gauw moet worden gecheckt of een aanvullende regeling (en dus gewijzigde vaststelling) nodig is.

Hoe dient die regeling dan vorm te krijgen? Uiteraard is er is niet één geschikte vorm, maar zijn meerdere opties denkbaar, zoals:

  • - een algemene verwijzing  in het plan opnemen naar de op moment van vaststelling geldende gemeentelijke parkeernota (waarbij een binnenplanse afwijking uiteraard wenselijk is);
  • - een algemene verwijzing maken naar de CROW normen;
  • - een specifieke parkeernorm bepalen (bijvoorbeeld als het plan voor een concrete ontwikkeling wordt vastgesteld).

Met de wetswijziging van 1 november jongstleden (Stb. 2014, 333) heeft de wetgever beoogd nog een extra optie mogelijk te maken:
  • - een algemene verwijzing naar het gemeentelijk beleid omtrent parkeren, zonder dat de datum van die betreffende beleidsregel vastligt.

Karin Markerink

Deel deze pagina

Posted by Derk-Jan Verhaak on 11/24 at 02:15 PM

De raad opgewarmd?

Op 20 november hebben we een raadsbijeenkomst met de gemeenteraad van Uden gehouden. Het doel was drieledig:
1. informeren;
2. verwachtingen uitspreken;
3. kennismaken met het proces.

Allereerst hebben we de raadsleden bijgepraat over het instrument Omgevingsvisie; wat is het, wat zijn de verschillen met de Structuurvisie en waar moet het instrument aan voldoen.
Vervolgens heeft de raad haar verwachtingen uitgesproken over de Omgevingsvisie: zowel qua inhoud als qua proces. Al snel werd duidelijk dat de raad een planproces wil, waar niet alles wordt voorgekauwd, maar waar de Udenaar de ruimte krijgt om haar ideeën te lanceren.

In de kennismaking met het proces hebben we de raadsleden gevraagd de kwaliteiten en knelpunten van Uden te benoemen. Vervolgens hebben we stilgestaan bij de rol- en taakverdeling. Wie is verantwoordelijk voor behoud van kwaliteiten en de aanpak van knelpunten. Volgens de omgevingswet is dit niet meer altijd vanzelfsprekend de overheid, maar hoe zien de raadsleden in Uden dat? Dat was een interessante discussie die in ieder geval duidelijk maakte dat iedereen moet wennen aan de veranderende rollen, taken en verantwoordelijkheden. Zowel bij de totstandkoming van een Omgevingsvisie als bij de uitvoering. In de volgende workshop nodigen we Uden uit en gaan we breed ophalen hoe we samen bepalen wat als een goed initiatief wordt beoordeeld in een uitnodigende omgevingsvisie. De raad is al opgewarmd.

Deel deze pagina

Posted by Derk-Jan Verhaak on 11/10 at 02:27 PM

Omgevingsvisie Uden: woensdag 5 november begonnen met leren!

De eerste pilotsessie (in het kader van pilots omgevingsvisie) heeft plaats gevonden. Met medewerkers van de gemeente, twee experts vanuit de pilot en ondergetekende (als pilotcoach) zijn we aan de slag gegaan met onze leervragen. Je komt al snel tot de ontdekking dat leren van elkaars ervaringen inspirerend en spannend is. En het levert iets op!

  • Inspirerend
Het is altijd weer verbazend dat als je eens in een andere samenstelling dan de gebruikelijke over inhoud en proces spreekt, er gelijk veel energie op tafel komt. Dat was gisteren niet anders. Met veel enthousiasme zijn we aan de slag gegaan. En het feit dat ik dit verbazend noem, betekent alleen maar dat ik dit te weinig doe!
  • Spannend
Tegelijkertijd was het ook spannend. Wat is namelijk het geval? Er zitten, naast de mensen van de gemeente, drie adviseurs van verschillende bureaus aan tafel (2 experts en één pilotcoach), die allemaal deskundig en een tikje eigenwijs zijn (het kenmerk van de goede adviseur?). Maar zij hebben daarnaast ook een commerciële agenda. Het is goed om te merken dat dat laatste de kwaliteit van ieders inbreng totaal niet in de weg gezeten heeft.
  • En het heeft wat opgeleverd!
Het item sturingsfilosofie is belangrijk in Uden. De gemeente wil een uitnodigende visie opstellen, waarin veel initiatieven een plaats kunnen krijgen. Ook kent Uden een traditie in verregaande burgerparticipatie, met als voorlopig hoogtepunt, de G1000 die 4 oktober heeft plaats gevonden. De vraag is: ‘wie bepaalt of een initiatief een goed initiatief is’ Kortom wie stuurt?) is in Uden een belangrijke, gezien hun Geen wonder dat de sturingsvraag een belangrijke is. Die vraag ging echter te veel een eigen leven leiden. De pilotsessie heeft ertoe bijgedragen, dat we deze vraag gaan inbedden in testcases. Dat heeft twee voordelen:
1. De discussie wordt een stuk tastbaarder, we weten weer waar we het over hebben;
2. Het is een mooi vervolg op de opbrengst van de G1000; daar zijn immers 40 potentiele testcases verzameld!

Deel deze pagina

Posted by Abel Coenen on 11/04 at 03:56 PM

Afscheid van de Bouwverordening; wat nu?

Gemeenteland wordt wat zenuwachtig nu de Bouwverordening binnenkort toch echt komt te vervallen. Het wetsvoorstel daartoe ligt momenteel bij de Eerste Kamer. Naar verwachting moeten we in 2015 afscheid nemen van de Bouwverordening.
Een en ander in de lijn van het kabinet die ruim 10 jaar geleden is ingezet om tot een landelijke uniformering van procedurele en technische bouwvoorschriften te komen. Voor de figuur ‘gemeentelijke bouwverordening’ is daarbinnen geen plaats meer.

HELP! De Bouwverordening gaf altijd houvast voor ruimtelijke ordenaars, onder andere wat het aspect parkeren betreft. Over parkeren hoefde je in een bestemmingsplan nog niet zo moeilijk te doen, alleen aantonen dat er voldoende parkeergelegenheid is, de exacte invulling kwam daarna wel bij de vergunning. Dat kan straks niet meer als er geen Bouwverordening meer is.
Wat nu?

Collega Pieter Woudstra en andere collega’s hebben eerder al artikelen geschreven over de mogelijkheden om parkeernormen via het bestemmingsplan te regelen. Er is nu echter een interessante optie bij gekomen per 1 november 2014. In de “AMvB Quickwins” of het “BBQ-besluit” (Staatsblad 2014, 333) is namelijk het volgende opgenomen in artikel 3.1.2:

2. Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening kan een bestemmingsplan regels bevatten:
a. waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid, afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels;
b. …
Dit is wat men noemt het fenomeen ‘wetsinterpretatieve beleidsregels’. Vooruitlopend op het omgevingsplan onder de nieuwe Omgevingswet landt dit nu al in het bestemmingsplan.

Overigens is in concrete gevallen ook de inmiddels ingeburgerde voorwaardelijke verplichting een goede mogelijkheid (ook al is deze nog nergens in de wet vastgelegd, uit de jurisprudentie kan op dit onderdeel wel een duidelijke lijn worden gehaald).

Hoewel de Bouwverordening nog niet definitief verdwenen is, is het moment wel aangebroken om na te denken over adequate regelingen met betrekking tot parkeren in bestemmingsplannen.

Trynke Rodenhuis

Deel deze pagina