Posted by Eric van der Aa on 07/18 at 02:28 PM

Blinde vlekken na de PAS-uitspraak

Afgelopen 29 mei heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State een uitspraak gedaan die veel stof deed opwaaien. Het PAS mag niet als basis gebruikt worden om toestemming te verlenen voor activiteiten die leiden tot een stikstoftoename op de plek van stikstofgevoelige habitattypen en soorten in Natura 2000-gebieden. Het PAS onderging daarmee hetzelfde lot als het vernietigde ‘Be­leidskader Stikstof en Natura 2000 Overijssel’ (2013), en de ‘Beleidsregels Stikstof en Natura 2000 Gelderland’ of, langer geleden, het ‘Toetsingskader ammoniak rondom Natura 2000-gebieden’ (2006). Ook deze instrumenten boden ontwikkelingsruimte op basis van verwachtingen. En ook in deze gevallen werden Europeesrechtelijke verplichtingen ondergeschikt geacht aan landelijke, politieke wensen. De hardnekkige denkfout dat je Natura 2000 kunt beschermen met verwachtingen (en dat de rechter dat goedkeurt) is kennelijk onuitroeibaar op verschillende overheidsniveaus. (dit schreef ik al in 2013; zie DE PAS; gaat het wat worden?).


Nu het stof van de PAS-uitspraak langzaam neerdaalt valt op dat het bevoegde gezag, politici en juristen nog steeds last hebben van denkfouten. Ik beschrijf de meest opvallende blinde vlekken uit de Factsheet Woningbouwplannen, stikstof en Natura 2000-gebieden (Min BZK). Zo wordt gesteld dat “stikstofdepositie zich kan voordoen bij ruimtelijke ontwikkelingen zoals de aanleg van infrastructuur (vaar-, spoor-, en autowegen), de bouw van nieuwe bedrijven, woningbouw en agrarische activiteiten.” Die agrarische activiteiten worden, bijna terloops, aan het eind gemeld. Het is correcter te melden dat stikstofdepositie vooral veroorzaakt wordt door agrarische activiteiten. Gemiddeld veroorzaakt de landbouw 60% van de depositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Ruim 90% van de PAS-ontwikkelruimte is sinds 2015 weggegeven aan de veehouderij en de hele veehouderij draagt minder dan 1,5% bij aan onze economie. Die agrarische olifant in de kamer heb ik nog in geen enkele overheidspublicatie benoemd gezien.

Ik constateer verder dat in alle publicaties een verbazend optimisme heerst over de ADC-toets als mogelijke uitweg uit de imPASse. Als benodigde ‘Dwingende reden van groot openbaar belang’  worden steevast  ook sociale of economische redenen genoemd. In de meeste gevallen wordt dan de disclaimer toegevoegd dat wanneer er zogenoemde ‘prioritaire’ soorten of habitats in het Natura 2000-gebied aanwezig zijn, sociale en economische belangen alléén als openbaar belang worden aangemerkt nadat advies is ingewonnen bij de Europese Commissie. Echter, nooit wordt gemeld dat er in vrijwel alle 118 stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden sprake is van prioritaire habitats. Slechts in 9 van deze gebieden (7,5%) zijn geen prioritaire habitats aanwezig. Oftewel; de uitweg van sociale en economische motieven als onderdeel van de ADC-toets is in de praktijk zelden bruikbaar! Bij significante effecten als gevolg van stikstofdepositie zijn voor een ADC-toets dan alleen argumenten bruikbaar, die verband houden met de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid of met voor het milieu wezenlijk gunstige effecten. Dat zal voor veel projecten eenvoudigweg niet aantoonbaar zijn.

Hoe nu verder na 29 mei?

Het PAS heeft ons lui gemaakt. Er was geen noodzaak na te denken over bronmaatregelen, want een vergunning was makkelijk geregeld. Vaak volstond alleen een melding en bijeen prioritair project golden uberhaupt nauwelijks grenzen. Een grote blunder in het PAS was bovendien het verbod op externe saldering. Daarom is het einde van het PAS vooral goed nieuws. Het stimuleert nieuwe technieken en plannen om te komen tot daadwerkelijke reductie van stikstofemissies. Dergelijke initiatieven gaan vaak uitstekend samen met het oplossen van de klimaatopgave. Denk aan gasloos bouwen, zonneparken op landbouwgrond, vernatting van veenweidegebieden en uiteraard een forse sanering van de veestapel. In 2013 noemde ik het PAS een inhoudelijk, juridisch en bestuurlijk kaarten­huis met een slotconclusie die ik daarna nog in verschillende artikelen en blogs heb herhaald en nu nog een keer herhaal: Er is maar één echte oplossing; een grootschalige sanering van de Nederlandse veehouderij. Dit is uit het oogpunt van ecologie, economie en volksgezondheid de onvermijdelijke keuze.