Posted by Risto Louws on 09/17 at 08:08 PM

Energietransitie in Zeeland vraagt omdenkers en lef!

De provincie Zeeland legt in het aangepaste Omgevingsplan een belangrijke basis voor de Zeeuwse energietransitie. De energietransitie is een enorme opgave. We moeten af van de fossiele brandstoffen en onze energie uit hernieuwbare bronnen halen. Op dit moment is elektrificatie (uit met name wind- en zonne-energie) daarvoor het meest reële alternatief. Op termijn kunnen daar andere energiebronnen bijkomen, zoals waterstof.

Wat is de opgave in Zeeland?
Om in 2050 energieneutraal te zijn moet voor de Zeeuwse huishoudens (inclusief kleine bedrijven, kantoren en maatschappelijke voorzieningen) minimaal 25,5 PJ (Pèta Joule) duurzaam worden opgewekt. Die energiebehoefte bestaat uit drie onderdelen:

  • verwarming (7,5 PJ);
  • vervoer (7,5 PJ);
  • elektriciteitsgebruik (10,5 PJ).
Daarnaast is nog eens  85 PJ aan duurzame energie nodig voor de industrie.
 
Die 25,5 PJ voor de Zeeuwse huishoudens is zuinig becijferd. Letterlijk en figuurlijk. Op dit moment is de energiebehoefte huishoudens ruim 40 PJ. Er is dus al rekening gehouden met een fikse energiebesparing, onder meer  door de isolatie van woningen.
 
Wat is de provinciale ambitie?
Op dit moment wordt in Zeeland 4 PJ duurzaam opgewekt, vooral door middel van de windturbines. In de herziening van het Omgevingsplan Zeeland 2018 zet de provincie in op 10 PJ duurzame energie uit wind, water en zon. Overigens wordt er niet bij vermeld wanneer die doelstelling moet worden bereikt.

Met deze ambitie zet de provincie in op het duurzaam opwekken van elektriciteit voor de Zeeuwse huishoudens. Daarmee worden de Zeeuwse huishoudens voor veertig procent energieneutraal. Ongewis blijft nog hoe de andere zestigt procent van de energiebehoefte van de huishoudens (voor ons vervoer en onze verwarming) duurzaam gaat worden opgewekt.
 
Hoe wordt de provinciale doelstelling gerealiseerd?
De provincie verwacht dat de doelstelling als volgt kan worden gerealiseerd:
  • enkele extra windenergieprojecten, maar zonder de concentratiegedachte los te laten;
  • stimuleren ‘zon op dak’
  • aanvullende ruimte voor zonprojecten in combinatie met andere functies, met behoud van omgevingskwaliteit;
  • verder ziet de provincie volop kansen om energie uit water te halen. 
Hoe groot is de opgave echt?
Het opwekken van 6 PJ extra duurzame energie is een grote opgave. Het gaat daarbij om:
  • 180 tot 240 grote nieuwe windturbines;
  • 1.800 tot 3.000 ha zonnevelden;
  • 600.000 daken met zonnepanelen.
Om de Zeeuwse huishoudens energieneutraal te maken, zou die ambitie nóg 15 PJ groter moeten zijn. Uitgaande van 25 PJ elektrificatie is nodig:
  • 630 tot 840 grote nieuwe windturbines;
  • 6.300 tot 10.500 ha zonnevelden;
  • 2.100.000 daken met zonnepanelen. 
Om altijd voldoende energie op de juiste plek te hebben, zal energie moeten worden opgeslagen en getransporteerd. Conversie van energievormen is daarbij noodzakelijk. Denk bijvoorbeeld aan de opslag van elektriciteit in accu’s en het omzetten van water in waterstofgas (met behulp van elektriciteit). Om een sluitende energiebalans te krijgen, is dus méér nodig dan het plaatsen van windturbines en zonnepanelen. Dat vergt bovendien nog veel technologische ontwikkeling.
 
Lef en omdenken nodig
De energietransitie is dus een grote opgave - een technologische, maatschappelijke en ruimtelijke opgave. De komende tijd zal de techniek voor het opwekken, transporteren en bewaren van hernieuwbare energie nog met sprongen vooruitgaan.

Om in de buurt te komen van de opgave zullen we desondanks moeten accepteren dat het Zeeuwse landschap ingrijpend verandert. In dat opzicht is het provinciaal beleid erg terughoudend. Uiteraard zullen we de waardevolle delen van het landschap goed moeten beschermen, maar de geboden relatief kleinschalige mogelijkheden zullen niet voldoende zijn. Bovendien is de vraag of de impact op het landschap daarvan kleiner is dan van enkele grootschalige oplossingen. In plaats van de energietransitie als bedreiging te zien voor het landschap, is het nodig om vanuit kansen en mogelijkheden te denken. Het is nodig dat we onze energie richten op het creëren van nieuwe energielandschappen, die ook positief kunnen worden beleefd, in plaats van het tegengaan van de verandering van het landschap.

De energietransitie vraagt veel visie en lef van de Zeeuwse samenleving. De omvang en de ernst van de opgave illustreert dat er méér nodig is dan de bestaande beleidskaders oprekken: er is een tweede energierevolutie nodig. We moeten leren omdenken. Wat zou het mooi zijn als we dat in Zeeland niet zouden zien als een bedreiging, maar als een kans. Een kans om:
  • wezenlijk bij te dragen aan het terugdringen van de uitstoot van CO2;
  • een bijdrage te leveren aan technologische vernieuwing en economische ontwikkeling door koppeling van onderwijs, bedrijfsleven, beleidsmakers;
  • voorop te lopen bij het creëren van nieuwe energielandschappen, waar we als Zeeuwse samenleving trots op kunnen zijn.
Duidelijk is dat dat niet vanzelf zal gaan. We zullen buiten de bestaande kaders moeten treden. We hebben trekkers, werkpaarden en omdenkers nodig, die richting geven. Om dat te kanaliseren is een Commissie Energietransitie nodig: een Deltacommissie met visie, lef en ambitie. En met bestuurlijk mandaat. Omdenkers, die met zorgen dat we serieuze stappen zetten in de enorme opgave van de energietransitie.

Ik wens Zeeland het lef om zo’n commissie in het leven te roepen.
 

Deel deze pagina

‚Äč