Posted by Jan Kleefstra on 09/27 at 02:17 PM

Landbouw moet volgen, niet leiden



Hoe heeft het zo ver met de industrialisatie van ons landschap kunnen komen? Het antwoord daarop is vrij eenvoudig: we worden al decennialang geregeerd door boeren en jagers. Dat heeft geleid tot een industrieel ingericht agrarisch landschap waarin de economische exploitatie van het land voorop staat. Alle andere belangen en waarden hebben daarvoor moeten wijken. Tot nu. Het is de hoogste tijd voor een omslag.
 
Het ‘oude denken’ heeft ons internationaal in de top-drie gezet voor wat betreft de agrarische productontwikkeling, inclusief het dier de koe, grondopbrengst, agrarische technologie, export van betekenis, en meer van dit soort vooral economisch gelauwerde zaken. Er is veel opgeofferd om hier te komen ten gunste van een sector die ons landschap drastisch heeft gewijzigd en dat maar een marginale inbreng heeft in ons bruto nationaal product.
 
Daartegenover staan inmiddels hoge kosten en negatieve effecten. Zo zijn de kosten van de gezondheidszorg bijna niet meer op te brengen. Niet alleen de lichamelijke ziektes die voortvloeien uit de producten, ook het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen en veel antibiotica vormt een regelrechte bedreiging voor de menselijke gezondheid. Er is ook een toenemend mentaal gezondheidsprobleem: mensen ervaren geen geluk en welbevinden meer in de eigen omgeving die er doods en afgesloten bij ligt.
 
Hoge prijs
 
Daarnaast betalen we een hoge prijs om onze voeten droog te houden in het steeds verder inklinkende land. De kosten vanwege onder meer verzakkende infrastructuur en bebouwing worden hoger en hoger. Negatieve effecten zijn voorts het bijna uitgewoonde veenweidelandschap, waarin de landbouw op de huidige wijze niet al te lang meer kan worden voortgezet.
 
Datzelfde veenweidelandschap staat, vanwege de lage waterstand ten gunste van de moderne landbouw, hoog in de lijst van veroorzakers van CO₂-uitstoot in Nederland. De flora en fauna is vrijwel uit het agrarisch landschap verdwenen. Dat verlies aan biodiversiteit is niet alleen dramatisch voor de dieren en planten zelf, maar vormt ook een bedreiging voor ons welzijn en ons voortbestaan.
 
Op meerdere terreinen bundelen inmiddels burgers hun krachten omdat zij zich niet langer kunnen verenigen met de wijze waarop met de aarde wordt omgegaan. Een goed voorbeeld is de energietransitie waarbij op lokaal niveau energiecorporaties worden opgericht om niet langer afhankelijk te zijn van de grote maatschappijen.
 
Vanuit de samenleving ontstaat ook steeds meer weerstand tegen de gevolgen van de gangbare landbouw. De vele ziektes, de schandalen met voeding en de doodsheid van het industrieel landschap leiden ertoe dat mensen zich gaan verzetten. Er is al een omslag in het denken ontstaan: op lokaal niveau slaan burgers en boeren de handen ineen om op een andere, duurzame wijze met het landschap en de landbouw om te gaan. Daarbij is meer oog voor biodiversiteit en een evenwichtige duurzame balans tussen economie en natuur. Een mooie omgeving biedt veel grotere economische mogelijkheden en nieuwe impulsen.
 
Deze ontwikkeling past in het nieuwe denken waarvoor de Omgevingswet ruimte biedt. De nieuwe wet brengt een aantal thema’s in het fysieke domein samen. Onder fysieke leefomgeving worden veel meer ruimte voor kwaliteit en de waarden van de omgeving begrepen. Zij worden gebundeld in begrippen als ‘gezondheid’, ‘leefbaarheid‘, ‘duurzaamheid’ en ‘veiligheid’, mede ook in relatie tot de intrinsieke waarde van mens en dier.
 
Bedreiging
 
Als we de ontwikkeling van de landbouw van de afgelopen decennia afzetten tegen die nieuwe thema’s, dan scoort die landbouw op alle fronten negatief. De huidige op intensivering en grootschaligheid inzettende landbouw is niet langer leefbaar, is een bedreiging voor de gezondheid en is niet duurzaam.
 
Simpelweg is de conclusie gerechtvaardigd dat op basis van een goede gezonde en veilige fysieke leefomgeving het niet mogelijk is om de huidige landbouw en het huidige gebruik van het landschap vanuit het huidige economisch agrarisch perspectief voort te zetten. Het loslaten van de landbouw als enig economisch perspectief in het landelijk gebied is niet alleen noodzakelijk, maar is een logisch gevolg van de inrichtingsprincipes waarom de nieuwe thema’s vragen.
 
Dat het zo ver heeft kunnen komen is toch minder vanzelfsprekend als we kijken naar wat er allemaal aan beschermingsmogelijkheden (-verplichtingen) voorhanden is. Het voert te ver om al die verdragen, wetgeving, verordeningen en plannen te noemen. Maar, het is op zijn minst dubieus dat zó veel instrumenten niet leiden tot een goed beschermingsniveau. Ook zijn er talrijke onderzoeken waarin economisch perspectief van een mooi landschap, behoud van cultureel erfgoed, natuurgebieden, recreatie en toerisme én een veilige en gezonde leefomgeving prevaleren boven de inrichting enkel en alleen ten gunste van de landbouw.
 
Omslag

 
Alles wijst er op dat de huidige landbouw een omslag móet maken. Het oude denken van schaalvergroting en intensivering is passé gezien de fysieke staat van het landschap, de desastreuze ineenstorting van de biodiversiteit, de fysieke en mentale staat van de mens én het economisch perspectief. We kunnen niet langer in ons kleine land de illusie hooghouden dat we de hele wereld kunnen voeden. Het is niet langer te verkopen dat we de industriële landbouwachtertuin van Zuidoost-Azië zijn.
 
De Omgevingswet biedt de mogelijkheid tot een transitie van denken in het landelijk gebied. De overheid moet nu samen met de samenleving een keuze maken om een andere weg in te slaan, waarin de landbouw niet langer leidend, maar volgend is. Juist die omslag in denken biedt veel mogelijkheden voor een moderne en economisch duurzaam gezonde landbouw die veel beter aansluit bij de omgeving, uitgaat van een natuurlijk en duurzaam evenwicht en die met een menselijke maat van de samenleving deel uit gaat maken.
 
Tijdens meerdere bijeenkomsten met ondernemers, experts en burgergroeperingen klonk recent het algemene geluid dat het al lang geen vijf voor twaalf meer is, maar op zijn minst half één. Er is een grote urgentie om te komen tot een duurzamer, leefbaarder en gezonder leefomgeving, al was het alleen maar voor ons eigen voortbestaan.
 

Deel deze pagina

‚Äč