Posted by Eric van der Aa on 12/10 at 10:44 AM

Stickstofdiscussie is terug bij af

De uitspraak van het Europese Hof inzake het Programma aanpak stikstof (PAS) levert niet de gehoopte duidelijkheid; de bal ligt weer bij de Raad van State die moet beoordelen of de wetenschappelijke onderbouwing onder het hele kaartenhuis voldoende is. Tekenend voor de vaagheid van deze uitspraak is dat verschillende deelnemers in het stikstofcircus hun eigen gelijk claimen, schrijft onze adviseur Eric van der Aa in zijn blog in het vakblad Toets

Deel deze pagina

Posted by Risto Louws on 09/17 at 08:08 PM

Energietransitie in Zeeland vraagt omdenkers en lef!

De provincie Zeeland legt in het aangepaste Omgevingsplan een belangrijke basis voor de Zeeuwse energietransitie. De energietransitie is een enorme opgave. We moeten af van de fossiele brandstoffen en onze energie uit hernieuwbare bronnen halen. Op dit moment is elektrificatie (uit met name wind- en zonne-energie) daarvoor het meest reële alternatief. Op termijn kunnen daar andere energiebronnen bijkomen, zoals waterstof.

Wat is de opgave in Zeeland?
Om in 2050 energieneutraal te zijn moet voor de Zeeuwse huishoudens (inclusief kleine bedrijven, kantoren en maatschappelijke voorzieningen) minimaal 25,5 PJ (Pèta Joule) duurzaam worden opgewekt. Die energiebehoefte bestaat uit drie onderdelen:

  • verwarming (7,5 PJ);
  • vervoer (7,5 PJ);
  • elektriciteitsgebruik (10,5 PJ).
Daarnaast is nog eens  85 PJ aan duurzame energie nodig voor de industrie.
 
Die 25,5 PJ voor de Zeeuwse huishoudens is zuinig becijferd. Letterlijk en figuurlijk. Op dit moment is de energiebehoefte huishoudens ruim 40 PJ. Er is dus al rekening gehouden met een fikse energiebesparing, onder meer  door de isolatie van woningen.
 
Wat is de provinciale ambitie?
Op dit moment wordt in Zeeland 4 PJ duurzaam opgewekt, vooral door middel van de windturbines. In de herziening van het Omgevingsplan Zeeland 2018 zet de provincie in op 10 PJ duurzame energie uit wind, water en zon. Overigens wordt er niet bij vermeld wanneer die doelstelling moet worden bereikt.

Met deze ambitie zet de provincie in op het duurzaam opwekken van elektriciteit voor de Zeeuwse huishoudens. Daarmee worden de Zeeuwse huishoudens voor veertig procent energieneutraal. Ongewis blijft nog hoe de andere zestigt procent van de energiebehoefte van de huishoudens (voor ons vervoer en onze verwarming) duurzaam gaat worden opgewekt.
 
Hoe wordt de provinciale doelstelling gerealiseerd?
De provincie verwacht dat de doelstelling als volgt kan worden gerealiseerd:
  • enkele extra windenergieprojecten, maar zonder de concentratiegedachte los te laten;
  • stimuleren ‘zon op dak’
  • aanvullende ruimte voor zonprojecten in combinatie met andere functies, met behoud van omgevingskwaliteit;
  • verder ziet de provincie volop kansen om energie uit water te halen. 
Hoe groot is de opgave echt?
Het opwekken van 6 PJ extra duurzame energie is een grote opgave. Het gaat daarbij om:
  • 180 tot 240 grote nieuwe windturbines;
  • 1.800 tot 3.000 ha zonnevelden;
  • 600.000 daken met zonnepanelen.
Om de Zeeuwse huishoudens energieneutraal te maken, zou die ambitie nóg 15 PJ groter moeten zijn. Uitgaande van 25 PJ elektrificatie is nodig:
  • 630 tot 840 grote nieuwe windturbines;
  • 6.300 tot 10.500 ha zonnevelden;
  • 2.100.000 daken met zonnepanelen. 
Om altijd voldoende energie op de juiste plek te hebben, zal energie moeten worden opgeslagen en getransporteerd. Conversie van energievormen is daarbij noodzakelijk. Denk bijvoorbeeld aan de opslag van elektriciteit in accu’s en het omzetten van water in waterstofgas (met behulp van elektriciteit). Om een sluitende energiebalans te krijgen, is dus méér nodig dan het plaatsen van windturbines en zonnepanelen. Dat vergt bovendien nog veel technologische ontwikkeling.
 
Lef en omdenken nodig
De energietransitie is dus een grote opgave - een technologische, maatschappelijke en ruimtelijke opgave. De komende tijd zal de techniek voor het opwekken, transporteren en bewaren van hernieuwbare energie nog met sprongen vooruitgaan.

Om in de buurt te komen van de opgave zullen we desondanks moeten accepteren dat het Zeeuwse landschap ingrijpend verandert. In dat opzicht is het provinciaal beleid erg terughoudend. Uiteraard zullen we de waardevolle delen van het landschap goed moeten beschermen, maar de geboden relatief kleinschalige mogelijkheden zullen niet voldoende zijn. Bovendien is de vraag of de impact op het landschap daarvan kleiner is dan van enkele grootschalige oplossingen. In plaats van de energietransitie als bedreiging te zien voor het landschap, is het nodig om vanuit kansen en mogelijkheden te denken. Het is nodig dat we onze energie richten op het creëren van nieuwe energielandschappen, die ook positief kunnen worden beleefd, in plaats van het tegengaan van de verandering van het landschap.

De energietransitie vraagt veel visie en lef van de Zeeuwse samenleving. De omvang en de ernst van de opgave illustreert dat er méér nodig is dan de bestaande beleidskaders oprekken: er is een tweede energierevolutie nodig. We moeten leren omdenken. Wat zou het mooi zijn als we dat in Zeeland niet zouden zien als een bedreiging, maar als een kans. Een kans om:
  • wezenlijk bij te dragen aan het terugdringen van de uitstoot van CO2;
  • een bijdrage te leveren aan technologische vernieuwing en economische ontwikkeling door koppeling van onderwijs, bedrijfsleven, beleidsmakers;
  • voorop te lopen bij het creëren van nieuwe energielandschappen, waar we als Zeeuwse samenleving trots op kunnen zijn.
Duidelijk is dat dat niet vanzelf zal gaan. We zullen buiten de bestaande kaders moeten treden. We hebben trekkers, werkpaarden en omdenkers nodig, die richting geven. Om dat te kanaliseren is een Commissie Energietransitie nodig: een Deltacommissie met visie, lef en ambitie. En met bestuurlijk mandaat. Omdenkers, die met zorgen dat we serieuze stappen zetten in de enorme opgave van de energietransitie.

Ik wens Zeeland het lef om zo’n commissie in het leven te roepen.
 

Deel deze pagina

Posted by Koos Seerden on 06/21 at 08:33 AM

‘Appingedam’ als impuls voor nieuw winkelonderzoek

Kunnen er straks supermarkten en modewinkels worden gevestigd op meubelboulevards en in tuincentra? Het beperken van de gebruiksmogelijkheden binnen de bestemming detailhandel in bestemmingsplannen is niet meer vanzelfsprekend, maar blijft vooralsnog onduidelijk.

Ter bescherming van de bestaande detailhandelsstructuur en het beschermen van de vitaliteit van stadscentra worden in Nederland op veel plaatsen de gebruiksmogelijkheden binnen de bestemming detailhandel beperkt. Dit gebeurt op een aantal manieren:

  • op vrijwel alle tuincentra, bouwmarkten, meubel- en sportboulevards ligt een bestemming ‘detailhandel’ die wordt beperkt tot specifieke branches zoals uitsluitend een tuincentrum, uitsluitend een bouwmarkt met een minimale omvang, of uitsluitend winkels in woonartikelen met een bepaalde minimale omvang;
  • In veel centrumgebieden wordt in het bestemmingsplan het maximale aantal supermarkten vastgelegd;
  • In bepaalde winkelgebieden wordt bepaald dat een winkel een bepaalde minimale oppervlakte moet hebben.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft in de uitspraak van woensdag 20 juni 2018 gesteld dat het feit dat detailhandel - sinds het arrest van het Europese Hof uit januari 2018 – een dienst is en dus onder de Dienstenrichtlijn valt, niet maakt dat er géén beperking kan worden opgelegd aan de gebruiksmogelijkheden binnen deze bestemming.

Deze beperkingen moeten echter wel ‘noodzakelijk’ zijn voor het doel dat wordt beoogd. Bovendien moet de wijze waarop dat gebeurd ‘geschikt’ zijn om het doel te bereiken. Tenslotte moet de maatregel ‘evenredig’ zijn. Daarmee wordt bedoeld dat het beoogde doel niet ook met andere - minder beperkende - maatregelen kan worden bereikt.

Dit lijkt logisch. De praktijk van de winkelplanning en het bestemmen van specifieke detailhandel zoals tuincentra, meubelboulevards en dergelijke is echter anders. Hier worden meestal beperkingen aan het gebruik opgelegd met als enkele onderbouwing de stelling dat dit anders negatieve effecten heeft op het functioneren van  centrumgebieden.

De noodzaak van het door branchebeperking beschermen van het functioneren van centrumgebieden is vanaf nu een 'veronderstelling' en geen vaststaand feit meer!
In het geval van 'Appingedam' wordt volgens de Afdeling aan dit noodzakelijkheidsvereiste voldaan. Maar de Afdeling twijfelt over het antwoord op de vraag of aan de evenredigheidseis wordt voldaan. Bezien moet worden of het beoogde doel niet ook met andere minder beperkende branchering of andere maatregelen kan worden bereikt.

Onderbouwen

De Afdeling geeft in deze uitspraak aan dat het op deze wijze beschermen van centrumgebieden (slechts) gebaseerd is op een ‘veronderstelling’. Voor het eerst stelt de Afdeling dat deze veronderstelling expliciet moet worden onderbouwd. Oftewel: er moet worden aangetoond dat het inderdaad noodzakelijk is voor het betreffende centrumgebied dat er een bepaalde branchebeperking wordt opgelegd.

Die onderbouwing, vindt de Afdeling , moet worden onderbouwd op basis van een (objectieve) analyse met specifieke gegevens (data). Dit lijkt logisch, maar dat is in Nederland tot nu toe niet expliciet gebeurd.

De Afdeling doet in de uitspraak de suggestie om gebruik te maken van resultaten van onderzoek naar de effectiviteit van ruimtelijk detailhandelsbeleid op landelijk, provinciaal of lokaal niveau, of gegevens ontleend aan koopstromenonderzoek, en meer specifiek naar onderzoek naar detailhandel in krimpregio’s. Veelal echter is er bij dergelijke onderzoeken het huidige brancheringsbeleid een belangrijke factor, vaak is dit een impliciet uitgangspunt.

Bovendien is het realistisch om te bedenken dat de concurrentie voor centrumgebieden niet alleen meer vanuit winkels op andere plekken komt, maar nadrukkelijk ook vanuit het internet.

In Nederland voeren we al meer dan dertig jaar een relatief consistent beleid, gericht op het beschermen van stadscentra, vooral via branchebeperkingen. Hoe kun je onderbouwen dat dit beleid - voor deze specifieke situatie - noodzakelijk is, wanneer er nauwelijks voorbeelden zijn van situaties waarin dit op grote schaal niet is gebeurd? De Raad van State stelt onderzoekend Nederland daarmee voor een uitdaging.

De vraag wordt bij ‘Appingedam’ gesteld in verband met het beperken van de branches die gebruik mogen maken van een locatie. Hoe doen we dit echter met het beperken van bijvoorbeeld het aantal supermarkten in een gebied of met het vastleggen van een bepaalde minimum of maximale omvang van winkels in gebieden, zonder dat duidelijk wordt dat er dan sprake is van economische ordening? Economische ordening mag niet. Ook niet binnen de huidige praktijk

Anders

Zou het beoogde effect ook niet met minder verstrekkende maatregelen kunnen worden gerealiseerd?

De Raad van State vraagt zich ook af: zou het beschermen of ondersteunen van de vitaliteit van een stadscentrum niet ook op een andere manier kunnen plaatsvinden: ,,evenmin kan worden beoordeeld of de raad redelijkerwijs heeft kunnen concluderen dat de opgenomen branchebeperking niet verder gaat dan nodig is om het beoogde doel te bereiken en dat dat doel niet met andere , minder beperkende middelen kan worden bereikt.’’

Oftewel: kan objectief worden onderbouwd dat het effect, dat nu wordt beoogd met de branchebeperking, niet op een andere wijze worden bereikt? Ook hier ligt er een uitdaging voor onderzoekend Nederland. We hanteren deze aanpak al meer dan 25 jaar. We hebben ons met z’n allen in die periode nauwelijks of niet afgevraagd of het ook anders kan.
 
Blijven provinciale verordeningen overeind?

Provincies hebben in hun verordeningen expliciete beperkingen voor detailhandel buiten stadscentra opgenomen, zowel naar branches als naar maatvoering van winkels. De provincie Zuid-Holland gaat zelfs zó ver, dat men de verkoop van jacuzzi’s expliciet heeft geregeld en voor bouwmarkten en tuincentra een ondergrens hanteert van 1.000 vierkante meter winkelvloeroppervlakte (wvo). Bij mijn weten is nergens aangetoond wat de noodzakelijkheid is van deze grens. Gaat er bij 900 m² wvo iets mis? Waarom draagt de verkoop van jacuzzi’s niet bij aan het functioneren van een gebied en de verkoop van piano’s wel?
 
Nog geen duidelijkheid – veel bestuurlijke lussen?

Vooralsnog is alleen duidelijk dat er geen vanzelfsprekendheden meer zijn. Er is nog geen echte houvast wat volgens de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State is toegestaan qua beperking onder de Dienstenrichtlijn en wat niet. Wat zeker is, is dat voor veel, voor bepaalde partijen zeer gunstige locaties, geen adequate onderbouwing van de branchebeperking is gemaakt.

Verloven ingetrokken?!

Voor gemeenten en andere partijen is het zaak om zicht te hebben op welke locaties een detailhandelsbestemming ligt mét een beperking én op welke wijze deze beperkingen zijn geregeld. Voor gemeenten is het van belang het risico te bepalen en na te denken over maatregelen. Marktpartijen kunnen hun kansen in beeld brengen.
Het is raadzaam voor provincies om nog eens naar de verordeningen te kijken. Zijn ze noodzakelijk – evenredig en is de inhoud te onderbouwen? De vraag stellen is…

Vervolgens moet onderzoek worden uitgevonden en getest ter onderbouwing van de beperkingen, zowel naar noodzaak als naar evenredigheid.
 
In het voorgaande hebben we het alleen nog maar gehad over de gevolgen van de Dienstenrichtlijn voor de planologische regeling van detailhandel. Er zijn echter meer diensten, waarbij in bestemmingsplannen beperkingen zijn opgenomen, zoals recreatieve dienstverlening (zoals verhuur van recreatiewoningen en horeca) tot persoonlijke dienstverlening (zoals kapsalons) of zakelijke dienstverlening (kantoren).

Voldoende uitdagingen om het sinds jaren relatief standaard winkelonderzoek een nieuwe impuls te geven.

Werk aan de winkel dus, in meerdere opzichten!

Deel deze pagina

Posted by Abel Coenen on 05/23 at 12:43 PM

Wat twee jaar Ruimtelijk Traineeship mij leert

Rho adviseurs is partner in het Ruimtelijk Traineeship, een project waarin vier trainees een vier keer halfjaar meelopen bij verschillende organisaties. In september start de tweede lichting van het traineeship en we zijn hard op zoek naar (recentelijk) afgestudeerde stedenbouwers en landschapsontwerpers: Ben je nu ook benieuwd? Lees de blog die trainee Abel Coenen schreef over zijn ervaring en  bekijk snel de vacature voor het traineeship. 

Bijna twee jaar geleden begon ik aan het Ruimtelijk Traineeship in Rotterdam. Samen met drie andere trainees heb ik in twee jaar tijd bij vier verschillende bureaus gewerkt, waaronder Rho adviseurs voor leefruimte. Met nog slechts een paar maanden te gaan is het traineeship bijna afgelopen en zal na de zomer een tweede lichting starten. Het is een ervaring geworden die een ijzersterke basis zal vormen voor de rest van mijn werkzame leven.

Bijzonder is de dynamische opzet van het traineeship: elke werkplek biedt een eigen, nieuwe ervaring. De waarde van het traineeship is daarmee veel meer dan de som van de vier halfjaren. De opzet zorgt ervoor dat je in een korte tijd een brede ontwikkeling doormaakt die één werkplek onmogelijk kan bieden.

Door de halfjaarlijkse wisseling tussen de bureaus ontwikkel je je razendsnel op professioneel gebied, want de hoeveelheid vaardigheden en kennis die je meekrijgt is groot en divers. Of het nou bij de gemeente Rotterdam is, waar je voelt hoeveel je kan betekenen om als ontwerper aan de meest progressieve stad van Nederland te werken. Bij Lola landscape architects, waar je werkt aan projecten met hoge ambitie vanuit een sterk ontwerpende basis. Bij Rho adviseurs, waar je in de volledige breedte en realiteit van de ruimtelijke ordening meedraait. Of bij plein06 waar je groeit als ontwerper die precies snapt waar de opdrachtgever behoefte aan heeft.

De modules die het traineeproject aanbiedt spelen daarbij een ondersteunende rol en dwingen om bewust te reflecteren op de vaardigheden die je tijdens je werk opdoet. Om kennis te nemen van zaken waarmee je wellicht niet elke dag te maken hebt, zoals offertes maken, een bureaustrategie analyseren, bomen planten en een bouwplaats bezoeken. Alle facetten van het werk als ontwerper komen zo in korte tijd langs.

Door vanuit vier verschillende invalshoeken met landschapsarchitectuur bezig te zijn, leer je een sterkere landschapsarchitect te worden. Ik heb in twee jaar voortdurend geschakeld tussen rollen als ontwerper, procesbegeleider, stadsmaker, adviseur, onderzoeker en ondernemer. Maar in welke rol voel ik me nou het meest thuis? Waaruit haal ik mijn energie? Maar ook: zijn er grenzen aan wat ik wil doen in mijn werk? Dergelijke vragen heb ik mezelf de afgelopen twee jaar regelmatig gesteld. Het traineeship heeft me zo nieuwe inzichten gegeven over zowel het vakgebied als over mijzelf daarbinnen.

Als je pas bent afgestudeerd, denk je vanuit je studie een redelijke bagage mee te hebben gekregen om aan de slag te kunnen. Ook denk je een beeld te hebben van hoe het werkende leven eruit zal gaan zien. Dat is ten dele waar; het echte groeien in je vak begint dan echter pas.

Zo groei je ook doordat je omgeving steeds verandert. Zelf ben je daarin de enige constante. Je leert omgaan met onverwachte situaties, nieuwe indrukken en verschillende rollen als ontwerper. Dat maakt je sterker en zelfstandiger in je vakgebied. Elk halfjaar wisselen van baan betekent namelijk ook elk halfjaar een gedwongen wisselmoment. Al je projecten los moeten laten en van voren af aan opnieuw beginnen. Niet omdat het werk af is of omdat het niet bevalt, maar omdat je door moet naar de volgende uitdaging.

Maar steeds opnieuw een bureau en zijn cultuur leren kennen kost energie; steeds weer je plek daarbinnen vinden kost tijd. Steeds als je per halfjaar het meest op je plek bent, staat het wisselmoment alweer voor de deur. Het is zonde om abrupt te moeten stoppen en weer gedag te moeten zeggen. Om deze reden is het best zwaar om elke keer te moeten wisselen van omgeving en mensen.

Wat het traineeship me daarbij vooral heeft geleerd is wat ik zelf belangrijk vind in mijn werk. Meer nog dan de inhoud van het werk – alles is interessant als je je erin verdiept – telt met wie je het doet. Dat je prettig kan samenwerken met je collega’s en de mensen buiten je bureau. Weten ze te inspireren, kan je op een hoog niveau met elkaar sparren, hoe wordt er met elkaar gedeeld en samengewerkt? Dit tezamen maakt een omgeving waarin je je kan ontwikkelen tot iemand die sterk en zelfstandig in zijn vak kan staan.

Het Ruimtelijk Traineeship is daarmee een unieke ervaring waarbij je groeit in je vak en op persoonlijk vlak. Voor elke jonge ontwerper aan de start van zijn carrière is dit een briljant programma.

 

Deel deze pagina

Posted by Wessel van Vliet on 04/25 at 10:24 AM

Landschap als vertrekpunt in het omgevingsplan

Het grasduinlandschap van de Omgevingswet wordt overal in Nederland fanatiek verkend. Maar wat is de weerslag van mantra’s als ‘vertrouwen’ en ‘loslaten’ op de kwaliteit van onze cultuurlandschappen? Drie concrete bouwstenen voor een omgevingsplan buitengebied dat landschappen van waarde weerbaar én wendbaar maakt.

De vormgeving en implementatie van de Omgevingswet is voor honderden landmakers een dagtaak. Maar met welk ruimtelijk resultaat? Wat wordt de weerslag van mantra’s als ‘vertrouwen’ en ‘loslaten’ op de kwaliteit van soms kwetsbare cultuurlandschappen? Of, uitgedrukt in Omgevingswetjargon, hoe blijven het benutten en beschermen van onze fysieke leefomgeving in balans?

Lees de rest van deze column in ons 'reisverslag' Bestemming Omgevingswet
 

Deel deze pagina

Posted by Martijn Kegler on 03/22 at 04:18 PM

De revolutie begint in Boekel. Wie volgt?

Met de vaststelling van het pilot-omgevingsplan voor het buitengebied heeft Boekel, als eerste gemeente in Nederland, een gedurfde en bijzondere stap gezet op weg naar de Omgevingswet. Het lag, gezien het imago van Boekel, voor de hand dat de gemeente de reis naar de Omgevingswet zou aanvangen en voorop zou lopen. Wat heeft deze pilot opgeleverd?

Boekel staat al jaren bekent als het Gallische dorpje in de ruimtelijke ordeningswereld. Boekel is één van de gemeenten waar de geest van de Omgevingswet de reis naar Den Haag is begonnen. De Volkskrant kopte al eens ‘De revolutie begint in Boekel’. Boekel liep voorop met onder andere het afschaffen van de welstandstoets en de baliebouwvergunning. De Boekelse cultuur en werkwijze, ook wel het ‘Boekels model’ genoemd is een inspiratie voor vele gemeenten in Nederland.

​Lees de rest van deze column in ons 'reisverslag' Bestemming Omgevingswet.





 

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 03/06 at 10:40 AM

Eindelijk realistische verstoringsafstanden

De effecten van recreatie op vogels zijn veel geringer dan altijd werd verondersteld, zo concludeert Eric van der Aa na het lezen van een recent onderzoeksrapport over 'verstoringsafstanden'. Zijn blog hierover is te lezen in het vakblad Toets.  

Deel deze pagina

Posted by Stefan van Bogget on 01/12 at 09:05 AM

Een nieuw theater voor Meierijstad

Door Arjen van den Boogaart en Stefan van Bogget*
 
Vandaag vond de eerste voorstelling plaats in de nieuwe middenzaal van het theater op de Noordkade. Zoals zoveel andere activiteiten op de Noordkade is het theater ook “gewoon begonnen”. Bijzonder is het echter wel!
 
Industriële bakermat van Veghel
Met de herontwikkeling van de Noordkade is een tweede leven gegeven aan de mengvoederfabriek van de Coöperatieve Handels Vereniging (CHV) aan de Oude Haven, waar al in 1915 een grote graansilo verrees. Deze Wiebenga silo is inmiddels een Rijksmonument. Vanuit het gebied rond de Oude Haven (Heilig Hartplein, Noordkade, NCB-laan en Zuidkade) heeft de industrie in Veghel zich verder ontwikkeld tot de huidige economische motor met toonaangevende bedrijven. Met het hergebruik van de mengvoederfabriek blijft het CHV-terrein als industrieel erfgoed behouden voor toekomstige generaties. Daarom neemt de provincie Noord-Brabant via het ontwikkel- en investeringsprogramma de Erfgoedfabriek ook deel in deze gebiedsontwikkeling.



Organisch groeien
Rond 2008 werd definitief duidelijk dat de CHV-mengvoederfabriek zijn functie zou gaan verliezen. Het hergebruik van het terrein en de gebouwen is te danken aan bouwondernemers Stefan en Frank van de Ven, die werden gegrepen door de authenticiteit van de robuuste gebouwen en de verhalen van (voormalige) werknemers over de mengvoederproductie. Door het terrein aan te kopen en diverse kunstenaars, artiesten en de Stichting Industrieel Erfgoed Meierij (SIEMEI) in staat te stellen ruimten in gebruik te nemen en zichzelf en het terrein te tonen aan belangstellenden, is “gewoon begonnen” met de herontwikkeling.
 
In 2011 is het concept voor de herontwikkeling van het gebied uitgewerkt in een masterplan door Pi de Bruijn. De centrale gedachte van dit masterplan: “Culturele bedrijven en ondernemers brengen op Noordkade kunst, cultuur en food samen”. In combinatie met de industriële achtergrond, levert dit een unieke en onderscheidende locatie op waar veel kansen liggen. Vervolgens zijn door te “tuinieren” met de mogelijkheden van de gebouwen diverse partijen geïnteresseerd voor het gebied. Cruciaal hierin was het besluit in 2012 van de gemeente Veghel (nu Meierijstad) om deel te nemen in de gebiedsontwikkeling en alle kunst- en cultuuractiviteiten te concentreren op de Noordkade . Met de komst van de servicebioscoop Industry, restaurant Wittern, restaurant P’rooflokaal (nu Silly Fox) en evenementen in de Koekbouw kreeg het gebied tegelijkertijd een stevige commerciële impuls.
 
Met de intrek van de stichtingen Phoenix Cultuur (muziek, dans, cultuureducatie, Kreatech), Kunstgroep De Compagnie (voorstellingen, exposities), Cultuurhaven Veghel (zalenverhuur, Afzakkerij), Fabriek Magnifique en de komst van jongerencentrum De Kluis op de Noordkade is in 2013 fase 1 van het kunst- en cultuurcluster (nu Cultuurfabriek Noordkade)  in gebruik genomen. Eind 2013 is door de gemeente en het bestuur van theater De Blauwe Kei besloten de theaterfunctie (als fase 2 van het kunst- en cultuurcluster) van het Stadhuisplein te verplaatsen naar de Noordkade en kon de planvorming voor de nieuwe zalen beginnen. In de loop van 2015 en in latere jaren zijn ook de Jumbo Food Markt en Academy, Pieperz (beste friet van Brabant), de Proeffabriek (waarin lokale ondernemers hun producten bereiden en verkopen), de Escape Room en cursussen van het ROC in het gebied van start gegaan.
 
Het nieuwe theater en de brug
Met de realisatie van de nieuwe theaterzalen, in combinatie met de bouw van de brug die de Noordkade met de Zuidkade verbindt, wordt nu de volgende ambitieuze stap gezet in de gebiedsontwikkeling. In de nieuwe middenzaal en foyer (een ontwerp van architect Kurt Gouwy) kunnen, afhankelijk van het type voorstelling of congres, tot 700 bezoekers worden ontvangen. Daarnaast worden er drie kleinere zalen in gebruik genomen, te weten de Podiumzaal (235 stoelen), het Magazijn (100 stoelen) en de Theaterstudio (65 stoelen). De totstandkoming en de exploitatie van het nieuwe theater is evenals bij het kunst- en cultuurcluster fase 1 een samenwerkingsverband tussen Noordkade Ontwikkeling (bouw en eigenaar casco theater en foyer), de gemeente Meierijstad (huurder en investeerder in theatertechniek en inventaris) en de stichting Cultuurfabriek Noordkade, waarin de theaterfunctie van De Blauwe Kei is ondergebracht (exploitant).



Tegelijk met de ingebruikname van het nieuwe theater wordt de op 19 december jl. geplaatste brug over de Oude Haven afgebouwd. De brug bestaat uit een openbaar toegankelijk deel en een brugdeel dat specifiek door Jumbo kan worden gebruikt en sluit direct aan op de foyer van het theater. Door de brug wordt de Noordkade voorzien van een extra toegang voor bezoekers. Aan de zijde van de Zuidkade worden meer dan 100 extra parkeerplaatsen gerealiseerd. Momenteel wordt ook de uitbreiding van het hoofdkantoor van Jumbo aan de Zuidkade (Jumbo Tech Campus), die aansluit op de brug, binnen een samenwerking tussen Jumbo, Bouwbedrijf Van de Ven en de gemeente Meierijstad voorbereid.



Dynamiek
De Noordkade blijft in beweging! Voor de uitbreiding van verschillende functies zijn er alweer plannen in ontwikkeling. Daarnaast wordt de openbare ruimte binnen het gebied fasegewijs verbeterd. Dit gebeurt onder meer doordat Noordkade Ontwikkeling in samenwerking met de gemeente Meierijstad een reconstructie van de weg tussen het Heilig Hartplein en de silo’s op het terrein gaat uitvoeren. Hierdoor wordt de entree van de Noordkade langs de Oude Haven aantrekkelijker voor fietsers en voetgangers.
 
In de directe omgeving van de Noordkade blijft de dynamiek onverminderd hoog. Zoals gezegd wordt het hoofdkantoor van Jumbo uitgebreid met de Tech Campus en is ook buurman Friesland Campina bezig met de uitbreiding en optimalisering van zijn bedrijfsvoering  aan de NCB-laan (met de restwarmte uit de bedrijfsvoering van Friesland Campina wordt het Noordkade-complex verwarmd). Een belangrijke ontwikkeling is voorts de verbreding van de provinciale weg N279 naar 2 x 2 rijstroken ter hoogte van de kern Veghel. Dit betekent onder meer dat een aanpassing van de aansluitingen NCB-laan en Zuidkade zal plaatsvinden.
 
Projectmanagement
Vanwege de hoge mate van dynamiek in de (deel)projecten en de omgeving is er veelvuldig overleg met direct betrokken partijen en diverse adviseurs in stuurgroepen, werkgroepen, ontwerp- en bouwteams. Daarbij is de centrale insteek, dat de projectorganisatie bijdraagt aan het ontwikkelen van tempo om te komen van idee c.q. schetsplan naar realisatie. Dit vergt een belangrijke inspanning van alle partijen wat betreft de wijze van samenwerking en het respecteren van wederzijdse belangen. Een belangrijk element in de planvorming is daarnaast het tijdig delen en bespreken van ideeën en ontwerpen met omwonenden. De projectorganisatie is geformeerd  rond een aantal gezamenlijk gedragen resultaten:

  • Bouw van casco en afbouw (theatertechniek en inrichting) van het kunst- en cultuurcluster fase 2 (middenzaal, tussenzone, kleine zalen);
  • Bouw van de brug Noordkade-Zuidkade;
  • Transitie organisatie Blauwe Kei naar theaterorganisatie Noordkade (ontwikkeling organisatie Cultuurfabriek Noordkade);
  • Te maken (contract)afspraken tussen gemeente Meierijstad, eigenaar (Noordkade Ontwikkeling) en gebruiker (Cultuurfabriek Noordkade/De Blauwe Kei);
  • Realisatie ambitie reconstructie openbare ruimte;
  • Totstandkoming afwijkingen van bestemmingsplannen en omgevingsplan;
  • Afstemming met provincie over invulling provinciale objecten;
  • Bouw van de Jumbo Tech Campus (afstemming tussen gemeente Meierijstad en Jumbo over de uitbreiding van het hoofdkantoor).


Kom naar de Noordkade!
In de afgelopen jaren hebben al veel bezoekers hun weg naar de Noordkade gevonden. Nu het theater zijn deuren heeft geopend, is het toch al omvangrijke aanbod op het gebied van kunst, cultuur en food nog verder uitgebreid. Met het nieuwe theater is de Noordkade dé centrale plek voor (professionele) voorstellingen in Meierijstad en een bezoek meer dan waard!
 
 
* Arjen van den Boogaart (Louter projectmanagement) en Stefan van Bogget (Rho adviseurs voor leefruimte) zijn als projectmanager namens de gemeente Veghel (nu Meierijstad) verantwoordelijk  (geweest) voor de gebiedsontwikkeling Noordkade-Zuidkade.
 
 

Deel deze pagina

Posted by Eric van der Aa on 01/09 at 11:50 AM

De Haagse oplossing voor de mestfraude

Hoe reageert de Haagse politiek op recente onthullingen over grootschalige mestfraude? Eric van der Aa verbaast zich in zijn column in het vakblad Toets

Deel deze pagina

Posted by Guido van Loenen on 12/11 at 10:20 AM

#Hoedan

In de gemeente Beuningen worden duidelijke doelen gesteld als het gaat om energietransitie. In een gebiedsproces met de samenleving gaan we met een missie op pad, zo schrijft Guido van Loenen in een column in het magazine Ruimte+Wonen. Je leest zijn bijdrage hier.  

Deel deze pagina