Digitaal denken vanaf de basis

Hoe Meppel bouwt aan een toekomstbestendig omgevingsprogramma

In gesprek met Fokke Plantinga, adviseur Digitalisering en Geo-informatie

Het instrument omgevingsprogramma is voor veel gemeenten nog volop in ontwikkeling. In de praktijk worstelen gemeenten vaak met vragen. Hoe zorg je:

  • …dat het programma niet alleen een goed verhaal is, maar ook digitaal werkt?
  • …dat het programma makkelijk te gebruiken is én mee kan groeien met nieuw beleid en nieuwe ontwikkelingen?

Gemeente Meppel kiest ervoor om deze vragen serieus aan te pakken. Samen met Rho Adviseurs wordt gewerkt aan een omgevingsprogramma dat vanaf de basis digitaal is opgebouwd. Wat vraagt dat van de aanpak en wat levert het op?

We gingen hierover in gesprek met collega Fokke Plantinga, die dit samen met collega Lilian Waaijman oppakt.

Waar veel gemeenten starten met een document dat later wordt ‘vertaald’ naar het Digitaal Stelsel Omgevingswet (DSO), draait Meppel het proces om. De gemeente begint bij de digitale structuur:

  • Hoe zijn thema’s opgebouwd?
  • Hoe kunnen we optimaal gebruik maken van hoofdlijnen en hoe hangen gebieden en beleid samen?
  • En hoe zorg je dat iemand straks eenvoudig door die informatie heen navigeert?

Dat lukt niet in één keer. De meeste programma’s zijn de afgelopen periode pas na het schrijfproces digitaal gemaakt, zoals de meeste gemeenten dat nu ook doen.

Volgens Fokke is de keuze van Meppel geen toeval. ‘Wat Meppel interessant maakt’, aldus Fokke, ‘is dat ze al langer gewend zijn om digitaal te denken. In het verleden, bijvoorbeeld met de IMRO-systematiek, waren ze al bezig om structuurvisies volledig objectgericht op te stellen, en dus al tijdens het schrijfproces goed na te denken over de structuur en het gebruik van gebieden. Die lijn trekken ze nu door naar het omgevingsprogramma.

Het idee is dat je niet alleen een document maakt, maar een instrument. Een omgevingsprogramma moet raadpleegbaar zijn, logisch in elkaar zitten en vooral makkelijk aanpasbaar blijven. Beleid verandert continu, dus je wilt niet elke keer opnieuw beginnen.’

Puzzelen met inhoud, structuur en gebruik

Deze benadering vraagt om een andere manier van werken. Niet alleen inhoudelijk, maar ook in de opbouw van het programma zelf. Teksten worden gekoppeld aan gebieden, thema’s en hoofdlijnen krijgen een plek en worden ondersteund met één of meer kaarten. Net als bij een omgevingsvisie, wil de gemeente werken met programma’s, met daarbinnen deelprogramma’s die continu actueel kunnen worden gehouden en uiteindelijk één integraal geheel vormen. ‘Je bent eigenlijk aan het puzzelen,’ zegt Fokke. ‘Wat hoort waar? Wat zijn de hoofdlijnen, wat zijn de doelen, en hoe zorg je dat alles straks logisch terugkomt in het systeem?’

De rol van Rho Adviseurs ligt daarbij niet zozeer op de inhoud, maar juist op die structuur en de digitale vertaling. ‘Wij kijken met een digitale bril,’ zegt Fokke. ‘Hoe landt dit straks in het DSO? Hoe blijft het toegankelijk en bruikbaar? Tegelijkertijd moet het verhaal van de beleidsmakers overeind blijven. Dat is soms best een zoektocht.’

Die zoektocht zit vaak in het bij elkaar brengen van verschillende perspectieven. Waar de één denkt vanuit het verhaal en de inhoud, kijkt de ander naar gebruik en functionaliteit. ‘Het is belangrijk dat je dezelfde taal spreekt. Dat je het eens bent over begrippen, over wat je bedoelt en hoe je het structureert. Anders krijg je appels en peren.’ – stelt Fokke.

Juist in die samenwerking ontstaan volgens Fokke de beste oplossingen. ‘We proberen het beste van beide werelden te combineren. Een structuur die niet alleen logisch werkt in het systeem, maar waarin mensen hun verhaal ook herkennen.’

 

Vooruitdenken om flexibel te blijven

Een belangrijk onderdeel van het traject in Meppel is de vraag hoe toekomstbestendig de keuzes zijn die je nu maakt. Want wat gebeurt er als je later overstapt naar een andere software? Of als je nieuwe thema’s wilt toevoegen, zoals bijvoorbeeld een programma voor elektrisch laden dat moet landen binnen een breder mobiliteitsprogramma?

‘Je denkt eigenlijk vooruit,’ zegt Fokke. ‘Welke keuzes maken we nu, en wat betekenen die straks? Kun je blijven doorontwikkelen zonder alles opnieuw te moeten inrichten? Daar zit voor ons echt de meerwaarde.’

Het mooie aan deze aanpak is dat het verder gaat dan alleen Meppel. De manier waarop in Meppel wordt gewerkt, kan ook voor andere gemeenten interessant zijn. ‘We zijn eigenlijk op zoek naar een soort kapstok,’ vertelt Fokke. ‘Een structuur die je kunt hergebruiken. Zodat je niet elke keer opnieuw het wiel hoeft uit te vinden.’

Toch blijft er altijd ruimte voor maatwerk. ‘Elke gemeente is anders, met eigen ambities en accenten. Die beleidsvrijheid moet je behouden. Maar als de basis goed staat, maakt dat het werk wel een stuk eenvoudiger.’

Wat kunnen andere gemeenten hiervan leren?

Volgens Fokke begint het met een simpele, maar belangrijke stap: ‘Betrek op tijd iemand die verstand heeft van de digitale kant. Als je pas aan het einde gaat nadenken over hoe het in het DSO moet landen, ben je eigenlijk te laat. Dan loop je tegen beperkingen aan. En misschien nog wel belangrijker: kijk niet alleen naar wat je wilt opschrijven, maar vooral naar hoe het gebruikt wordt!’

Een goed omgevingsprogramma is niet alleen inhoudelijk sterk. Het moet vooral werken. Dat iemand snel vindt wat hij zoekt, begrijpt wat er staat en ermee verder kan. Dán heb je echt iets in handen.”

Fokke Plantinga Adviseur Digitalisering en Geo-informatie