Het Omgevingswet-instrument programma wordt inmiddels door veel gemeenten omarmd. De aanvankelijke aarzeling kwam niet alleen door het nieuwe van het instrument programma. Ook het gerucht van (financiële) consequenties als programmatische doelen niet worden bereikt, speelde het instrument parten. Het bekende ‘onbekend maakt onbemind’ werd daarmee duidelijk gevoed.
Inmiddels hebben veel gemeenten het vrijwillige programma ontdekt en lijkt het te functioneren als een duizend-dingen-doekje. Beleid uitwerken? Programma! Voorkeursrecht bestendigen? Programma! Gebiedsvisie maken? Programma! Thematisch beleid of een toetsingskader ontwikkelen? Programma! Voor vrijwel alles tussen een omgevingsvisie en een omgevingsplan, is het programma dé oplossing.
Het gevolg is dat we programma’s in allerlei soorten en maten zien verschijnen. Een positieve ontwikkeling voor wie het instrument ziet als middel om beleidsambities tot uitvoering te brengen. Tegelijk levert dat ook de nodige worstelingen op: hoe ziet een programma er eigenlijk uit? Bestaat er een vast format? Wat is er anders dan vóór de Omgevingswet? Vragen die in de loop der tijd zullen worden beantwoord.
Van de ervaringen die inmiddels met dit instrument zijn opgedaan, valt al het nodige te leren. Praktijkvoorbeelden laten ook zien wat het programma kan én waar het kan schuren. In deze speciale editie van onze nieuwsbrief, zetten we een aantal van onze ervaringen op een rij. Dit beantwoordt niet alle vragen, maar geeft wel een aardig beeld van de mogelijkheden. Laat u vooral inspireren!
