De reis naar het omgevingsplan (Stap 3) – Het Bal

We zijn toe aan de derde stap in onze reis naar het omgevingsplan en passeren daarbij de grens van bouwen naar gebruiken. Want het gebruik van de fysieke leefomgeving kan gevolgen hebben voor de kwaliteit van de fysieke leefomgeving.

Meer over onze reis naar het omgevingsplan

Eerst even terugblikken? Dat kan!

Onder het bestaande recht wordt het gebruik van de fysieke leefomgeving grotendeels buiten het bestemmingsplan om gereguleerd, bijvoorbeeld door het Activiteitenbesluit milieubeheer. Maar hoe regelt de Omgevingswet dit gebruik (niet) en wat is daarin de rol van het omgevingsplan?

In deze editie van onze blogreeks richten we ons bij de beantwoording van deze vragen op het Besluit activiteiten leefomgeving (het Bal).

Rho-Taskforce Omgevingswet

Het Bal

Het Besluit activiteiten leefomgeving (het Bal) herkennen we grotendeels als het Activiteitenbesluit milieubeheer onder het oude recht (naast onder meer het Besluit algemene regels milieu mijnbouw, het Besluit emissiearme huisvesting, het Besluit externe veiligheid inrichtingen, Wet natuurbescherming en andere).
Wat opvalt is dat het Activiteitenbesluit op de meeste inrichtingen van toepassing was en zo’n beetje alle relevante milieuthema’s regelt.

Het Bal zal, daarentegen, slechts van toepassing zijn op een beperkt aantal invloedrijke, milieubelastende activiteiten en regelt bovendien een beperkt aantal thema’s. Naast het overgaan van het begrip inrichting op het begrip activiteit, laat het Rijk ook voor het grootste gedeelte het regelen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving over aan de gemeente. De gemeente zal hiervoor regels moeten opnemen in het omgevingsplan.

Dus even voor de beeldvorming:
Onder het huidige recht regelen met name de rijksregels de milieukwaliteit. Dit wordt onder de Omgevingswet gedecentraliseerd. Schematisch ziet dit er als volgt uit:

Om de opgave voor het maken van de milieuregels in het omgevingsplan scherp op het netvlies te krijgen, is het verstandig om na te gaan wat er nog wél is geregeld door het Rijk.

In de voorgaande stappen van de Regelanalyse is aangegeven dat de eerste analyse die we maken bij het opstellen van een omgevingsplan bestaat uit het in kaart brengen van welke activiteiten we mogelijk willen maken. Daarmee ontstaat inzicht in de milieubelastende activiteiten die al binnen het plangebied aanwezig zijn en die we met het omgevingsplan mogelijk willen blijven maken.

Daarnaast wordt met het formuleren van de ambitie die we met het omgevingsplan voor ogen hebben duidelijk welke milieubelastende activiteiten we op welke locatie mogelijk willen maken (of juist niet meer toestaan).
Op die manier ontstaat een gebiedsgerichte inventarisatie van milieubelastende activiteiten, die we met de hoofdstukken drie en vier van het Bal kunnen vergelijken. In hoofdstuk drie worden de milieubelastende activiteiten waarop het Bal ziet benoemd, zijn daarvoor de procedureregels opgenomen en bevoegde gezagen aangewezen. In hoofdstuk vier zijn de gedragsregels opgenomen die voor deze activiteiten gelden.

Regelen wat nog niet (voldoende) geregeld is

Door het in kaart brengen van de regels uit het Bal die van toepassing zijn op de activiteiten die we toelaten, weten we:

  • welke procedureregels er op grond van het Bal gelden
  • welke thema’s waar door het Bal zijn gereguleerd
  • welk beschermingsniveau deze bieden.

De thema’s die niet door het Bal worden gereguleerd, zullen dus met het omgevingsplan – als de activiteit de leefomgeving nadelig kan beïnvloeden – moeten worden gereguleerd.
Daarnaast kan het zijn dat een gebiedsambitie om een hoger beschermingsniveau vraagt dan het Bal biedt. Als het Bal daarvoor de ruimte biedt, kan in het omgevingsplan daarvoor in de plaats een maatwerkregel of maatwerkvoorschrift worden opgenomen.

En nu even praktisch maken

Dat klinkt allemaal vrij theoretisch. Laten we het eens in een beeld vatten. Stelt u zich eens voor dat we eenvoudigweg een afkruislijst maken, waarin we nagaan welke milieubelastende activiteiten we binnen een deelgebied mogelijk maken die in hoofdstuk drie van het Bal worden genoemd.
Aan de hand van hoofdstuk vier van het Bal weten we dan gelijk welke thema’s er voor de betreffende activiteit zijn gereguleerd.
Van de resterende thema’s stellen we dan vast of deze nadelig kunnen worden beïnvloed. Is dat het geval, dan formuleren we hiervoor een planregel. U kunt zich voorstellen dat hierdoor een soort boter-kaas-en-eieren ontstaat:

Stel dus dat u op een zekere locatie in de gemeente de activiteit “het in werking hebben van een koelinstallatie” wilt toestaan. Dan regelt het Bal voor deze activiteit de waarborg voor de veiligheid van de omgeving.
De invloed op overige onderdelen van de fysieke leefomgeving, zoals bodemverontreiniging, geluidhinder et cetera, is dan nog niet geregeld. Als dit nodig is, dan moet u daarvoor een regel in het omgevingsplan opnemen.

Wordt een omgevingsplan daarmee een onmogelijk grote opgave?

Dat valt wel mee.

Het toestaan van activiteiten op locaties betekent niet een apart regelsetje voor iedere afzonderlijke activiteit. De regels voor bijvoorbeeld een koelinstallatie binnen uw verzorgingsgebied kunnen met een verordenend karakter in het plan worden opgenomen, zodat één (of enkele) regelsetjes voor alle koelinstallaties gelden. Denk daarbij bijvoorbeeld aan een regel als:

‘Binnen het werkingsgebied ‘Bedrijventerrein Juinen-Ambacht’ bedraagt de geluidbelasting door het geheel van bedrijfsmatige activiteiten die in onderlinge samenhang worden uitgeoefend niet meer dan:

  • 50 dB(A) voor het LAr,LT tussen 07:00 en 19:00 uur;
  • 45 dB(A) voor het LAr,LT tussen 19:00 en 23:00 uur;
  • 40 dB(A) voor het LAr,LT tussen 23:00 en 07:00 uur.’

Deze regel geldt voor alle activiteiten – waaronder de koelinstallatie – die binnen een individueel bedrijf op het bedrijventerrein Juinen-Ambacht worden uitgeoefend. Maar ook één enkele regel die op alle koelinstallaties binnen de gemeente van toepassing is, is mogelijk:

‘Met het oog op het voorkomen van verontreiniging van de bodem is het in werking hebben van een koelinstallatie binnen het werkingsgebied ‘Gemeente Juinen’ alleen toegestaan boven een aaneengesloten bodemvoorziening.’

Het gedetailleerde inzicht in alle activiteiten die van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van de fysieke leefomgeving hoeft dus niet tot een stortvloed aan regels te leiden, als de regels een verordenend karakter krijgen.

Een geruststellende gedachte

En misschien hoeft u helemaal geen eigen planregels op te stellen!
De regels uit de Bruidsschat regelen immers alle invloed op de fysieke leefomgeving voor milieubelastende activiteiten die niet door het Bal worden geadresseerd. Misschien bent u van mening dat – na het grondig doornemen van de regels van het Bal – dat deze de kwaliteit van de fysieke leefomgeving uitstekend borgen.

Tot slot, willen we wel nog één aandachtpunt bij de toepassing van het Bal meegeven:

 

Laten we blijven doorlopen

Zorg ervoor dat u in uw analyse doorstapt! Daarmee bedoelen we te zeggen dat, als u op een zekere locatie binnen uw gemeente een betoncentrale toestaat en bent nagegaan welke thema’s daarvoor in paragraaf 4.8 van het Bal worden geregeld, vergeet dan niet ook na te gaan of binnen de begrenzing van die activiteit niet stiekem ook het in werking hebben van een afleverzuil voor diesel als activiteit wordt uitgeoefend. Het zou zonde van de inspanning zijn als u eigenhandig regels voor veiligheid en bodembescherming in het omgevingsplan zou opnemen, nu het Bal daarin voor u voorziet!

Als eerste op de hoogte van de volgende stap?